Eerste Paasdag


‘Pasen komt naar u toe’ (1e Paasdag)

 

Het is Pasen! En als het goed is, hebt u het begin van Pasen al meebeleefd in de teksten en opnames van de Paaswake. Wat hier volgt is een extraatje om toch ook iets van de Paasmorgen mee te maken, met dank aan hetzelfde opnameteam: Marianne en Peer Boselie, Mirjam Grooff en haar zus Liesbeth!

 

Op 1e Paasdag zou pastoor zelf preken, over het lege graf en over wat die leegte voor ons betekent. Dat gaat nu niet lukken. Maar misschien kunt u daar nu wel zelf over nadenken, want het evangelie van de Paasmorgen komt naar u toe. We lezen dan altijd de versie van de evangelist Johannes. U kunt dat net als bij de film van de Paaswake ook zien en horen via een link:

 

https://vimeo.com/404920139/547c1e8747

 

Joh. 20, 1-18

1Op de eerste dag van de week ging Maria van Magdala, in alle vroegte, terwijl het nog donker was, naar het graf en zag dat de steen voor de opening van het graf was weggehaald. 2IJlings liep ze naar Simon Petrus en de andere leerling, die van wie Jezus hield. ‘Ze hebben de Heer uit het graf gehaald’, zei ze. ‘Wisten we maar waar ze Hem hebben neergelegd!’ 3Daarop gingen Petrus en de andere leerling op weg naar het graf. 4IJlings liepen de twee er samen naartoe, maar de andere leerling liep harder dan Petrus en kwam het eerst bij het graf aan. 5Hij wierp er een blik in en zag dat de linnen doeken er nog lagen. Maar hij ging niet naar binnen. 6Toen kwam ook Simon Petrus, na hem, bij het graf aan en ging meteen naar binnen. Hij zag hoe de doeken er nog lagen, 7maar ook hoe de doek die zijn hoofd had bedekt, niet bij de andere doeken lag: hij was opgerold en lag helemaal apart. 8Toen pas ging ook de andere leerling, die het eerst bij het graf was aangekomen, naar binnen. Hij zag en kwam tot geloof. 9Ze wisten toen nog niet wat de Schrift zei: dat Hij uit de doden móést opstaan. 10Daarop gingen de leerlingen terug naar huis.

11Maria echter stond buiten bij het graf te huilen. En terwijl ze zo huilde, wierp ze een blik in het graf 12en zag daar twee in het wit geklede engelen zitten, de een aan het hoofdeinde, de ander aan het voeteneinde van de plaats waar Jezus had gelegen. 13Ze spraken haar aan: ‘Waarom huilt u zo?’ Ze antwoordde: ‘Ze hebben mijn Heer weggehaald en ik weet niet waar ze Hem hebben neergelegd!’ 14Na deze klacht keerde ze zich om en zag Jezus staan, maar ze wist niet dat het Jezus was. 15Jezus vroeg: ‘Waarom huilt u zo? Zoekt u iemand?’ In de mening dat het de tuinman was zei ze: ‘Heer, als u het bent die Hem hebt weggenomen, zeg me dan waar u Hem hebt neergelegd; dan kan ik Hem laten halen.’ 16Jezus zei: ‘Maria!’ Ze keerde zich nu naar Hem toe en zei: ‘Rabboeni!’ (Dat is het Hebreeuws voor: meester.) 17‘Houd Me niet vast’, zei Jezus. ‘Ik moet nog opstijgen naar de Vader. Ga liever naar mijn broeders en zeg hun: “Ik stijg op naar mijn Vader die ook jullie Vader is, naar mijn God die ook jullie God is.” ’ 18Daarop ging Maria van Magdala aan de leerlingen verkondigen: ‘Ik heb de Heer gezien’, en ze vertelde hun wat Hij tegen haar gezegd had.

 

 

Knipsel 2

 

Mogen wij het licht en het leven van Pasen werkelijk ervaren, zoals Maria van Magdala. Alleluia!

 

Ook namens Pastoor: Zalig Pasen!

 

Elly Bus-Linssen

naar de vorige pagina ...