Ter overweging              


TER OVERWEGING 18 en 19 jan. 2020                   Jes. 49, 3.5-6   Joh. 1, 29-34

2e zondag d h j  A                                                        Thema:  Daar is het lam van God                

Het is weer een gewone zondag door het jaar. De feestelijkheden van de kersttijd zijn voorbij. Dus nu komt het er op aan om in het dagelijkse bestaan mee te nemen waar we als christen voor willen staan. Om in woord en daad op een doodgewone januaridag waarachtig christen te zijn. En er ook voor uit te komen, als dat in een gesprek aan de orde komt. Een getuige van het eerste uur laat van zich horen. Johannes de doper. Hij kwam vorige week natuurlijk bij het feest van de doop van Jezus in actie (dit leest u bij Matteüs). Dit weekend getuigt hij van wat hij gelooft (bij Johannes).

Het jaarlied van de parochie, passend bij het jaarthema, is eigenlijk ook een getuigenis: ‘De Heer is mijn licht. Waarom nog angst? Durf te vertrouwen.’ Samen zingen we het in onze diensten. In de kerk durven we dat. Het zijn woorden uit een psalm, die we in de mond nemen. De Heer is mijn licht. Maar zouden we dat ooit zo zeggen in een situatie buiten de kerk, op een verjaardag, of in een gesprek met collega’s of buren? Zouden we, met andere woorden, dan van ons geloof getuigen? Ik merk dat ik zelf buiten de kerkdiensten om ook minder stellig spreek. Dat ik in een gesprek meer ruimte laat voor eigen twijfel en voor andere meningen, terwijl ik in een lied graag een dergelijke tekst zing. Een lied, zoals het bovengenoemde, neemt me mee, helpt me vertrouwen.

Bij het voorbereiden van deze tekst ter overweging moest ik denken aan de rondleidingen die ik de laatste tijd hier in de kerk heb gegeven. Vlak voor kerst voor de tieners van de tweede klassen van het Graaf Huyn college. En afgelopen week waren de groepen vier van basisschool Lahrhof als start van het communieproject voor hun rondleiding in de kerk aanwezig. Bij een rondleiding kun je natuurlijk denken aan informatie over de kunst in de kerk of de geschiedenis ervan. Maar bij de rondleidingen voor de kinderen en jongeren wilden we naar aanleiding van wat er te zien is in het gebouw vooral praten over geloof en over wat dat betekent in het leven van christenen van onze geloofsgemeenschap. Over wat we belangrijk vinden, persoonlijk en als gemeenschap. En wat vertel je dan in de beperkte tijd die je hebt? Al met al voelde het voor mij meer als een getuigenis dan als een les… Over hoe we als gemeenschap willen kijken naar wat er in maatschappij aan de hand is. Over het Kruispunt. Over het verhaal van de barmhartige Samaritaan. Over de kruisjes en het boek des levens, het herdenken van overledenen, over Rosa van der Palen en alle vermiste kinderen. Over de appeltjes met de namen van de dopelingen. Over de afbeelding op het deurtje van het tabernakel, het heilige Brood dat erin wordt bewaard en het kaarsje wat daarnaast daarom altijd brandt. En nog veel meer…

Johannes de doper getuigt ook. Hij doet dat in het evangelie (Joh. 1, 29-34) op zijn manier: ‘Daar is het lam van God, degene die de zonde van de wereld wegneemt.’ Een beetje een vreemde uitspraak, die ook niet verder wordt uitgelegd. Wat zou hij bedoelen?

Er zijn drie taferelen uit het Oude/Eerste Testament die hier meeklinken:

-om te beginnen in het boek Exodus (12) het paaslam – door zijn bloed is de engel van de dood in Egypte aan de deuren van de Israëlieten voorbijgegaan.

-bij Jesaja (53) is er de lijdende knecht die als een lam ter slachting wordt gevoerd – een tekst die wij om dezelfde reden op Goede vrijdag lezen.

-en dan (Lev. 16) de zondebok: het joodse ritueel om op Grote Verzoendag een dier beladen met de zonden van de mensen de woestijn in te sturen.

Maar in deze evangelietekst staat dus verder nergens iets over een lam of over de betekenis van deze woorden, we moeten het er zelf bij denken, zelf herkennen, wetende hoe Jezus aan zijn einde kwam. En Johannes getuigt vervolgens ‘Ik heb gezien hoe de Geest als een duif uit de hemel neerdaalde en op Hem bleef rusten. (…) Dit is de zoon van God.’

Zegt deze uitspraak ons iets? Hoe hebben wij Jezus leren kennen? Wie is Jezus voor ons? Wat betekent dat voor ons leven? Moge de getuigenis van Johannes ons oproepen om daarover na te denken…

 

Elly Bus-Linssen

 


Getuigenis 12 januari 2020

 

Ik zou willen beginnen met woorden van Nelson Mandela

“We vragen ons af:

‘Wie ben ik wel om mezelf briljant, schitterend, begaafd of geweldig te achten.

Maar waarom zou je dat niet zijn? Je bent immers een kind van God!

Je dient de wereld niet door jezelf klein te houden.

Er wordt geen licht verspreid als de mensen om je heen

hun zekerheid ontlenen aan jouw kleinheid.

We zijn bestemd om te stralen, zoals kinderen dat doen.

We zijn geboren om de glorie Gods die in ons is, te openbaren.”

Misschien gaan we wel regelmatig voorbij aan een moment waarin iets mógelijk zou kunnen zijn, iets verrassends, íets van God, groter dan onszelf. Zou u niet ook willen leren hoe je je  kunt voorbereiden daarop om te voorkomen dat  die momenten je ontgaan? Hoe raak je disponibel voor het geheim van God, voor dat woord dat ons tegemoetkomt, voor de bevestiging die ons zou kunnen overspoelen als doopwater, verfrissend en vernieuwend, olie op ons voorhoofd, zout op onze lippen, een witte doek om ons heengeslagen, als een leven dat ontbranden gaat aan het licht van Christus….

In de voorbereiding hebben Mirjam en ik het verlangen gedeeld naar zo’n duidelijk moment als Jezus beleefde daar in de Jordaan. Zo’n moment van innig, zeker weten, bevestiging, dat jij een geliefd kind bent …

Misschien hebt u die zekerheid nooit gekend: een geliefd kind te zijn en is het moeilijk je in te voelen dat jij bént,  kind van God, gewenst en bemind en dat je níets hoeft te doen om dat te worden of te verdienen, maar dat het aan je gebeurt:

een overrompelende liefde waarin je groeien mag in vertrouwen en gaandeweg geworteld raakt en vol verwondering “jij” wordt: jij mijn kind, jij mijn God….

Zo’n moment, daar zou je toch tien jaar op vooruit kunnen of niet! Of misschien wel een leven lang. Hoe verschrikelijk zonde zou het zijn, als je er op dat moment met je aandacht en je hart niet bij was.

Dat je  zou denken: dat is vast niet voor mij bedoeld, anderen kunnen dat immers allemaal veel beter…

of: ik kan dat niet, ik zou niet durven …ik weet niet hoe?

of: de waterstand van de Jordaan is wel héél laag, is die doop in stromend water nu wel geldig?

of: ik ga het wel anders doen dan die Johannes, ik ben het toch niet in alles met hem eens…

Onze gedachten en onze hersenen nemen het graag over van ons hart en onze buik. Ze zijn er altijd meteen bij om te rationaliseren, te vergelijken, te catagoriseren, te bagataliseren, te overdrijven. Onze gedachten gaan vlug met ons op de loop en vallen eindeloos in herhaling: te dom, niet goed genoeg, dat kan alleen maar fout gaan. Wat als Jezus gedacht had: wat zullen de mensen wel zeggen dat ik mezelf identificeer met die tekst van Jesaja over de EBED JHWH?

Want, mét dat je hersenen beginnen te werken, is het moment voorbij en heb je het gemist: dat neerdalen van de Heilige Geest zoals het benoemd wordt door Matteüs.

En wat, … als we zouden oefenen in aandacht en het zo’n kostbaar moment zouden kunnen volhouden om niet te denken…. om het alleen maar ín te ademen en het in heel ons lijf zouden kunnen laten uitstromen en opnemen… ons te laten raken door het geheim van het leven.

Met zachte kracht gevuld worden… diep in je hart die woorden toelaten: ‘Hier is iemand die mij werkelijk dient, haar zal ik steunen, zij is mijn uitverkorene, in haar vind ik vreugde’.

….

jou roep Ik, Ik neem je bij de hand en bescherm je

Ik heb je nodig voor mijn verbond met de mensen

Ik maak je tot een licht, dat blinden de ogen opent,

en wie gevangen zit in het donker, bevrijdt

……

……

Hoe zou dat zijn? En dat je dan van daaruit zou durven leven…

Geworteld in vertrouwen….

En dat je niet meteen zou denken: dat gaat toch niet over mij?

Zou je niet bérgen kunnen verzetten?

 

Marianne Boselie

 


Getuigenis 4/5 januari 2020

 

Vandaag vieren we Drie Koningen. Een mooi feest, dat we bij ons thuis in Brabant (maar hier ook leerde ik later) vierden met Koningenzingen: Driekoningen, driekoningen, geuf mich unne nujen hood, enz… Of die hoed nu praktisch was, daar stond ik toen niet bij stil…

In ons eigen gezin vroeger (eigenlijk tot voor heel kort nog!) vierden we het altijd met een toneelspel waarbij de kinderen en later de kleinkinderen de bonen vonden en dus de koningen waren en ik onderdeel de kameel, meestal de minder edele kant van de kameel. Mooie tradities…, maar wat moeten we nu met die drie koningen of eigenlijk, die drie wijzen? Het zijn mannen weer natuurlijk, met van die vreemde gaven, van wierook, mirre en goud. Ja, rijkdom vertegenwoordigen ze, maar zijn ze ook praktisch?? In plaats van Goud, heb je bijvoorbeeld toch meer aan zout?? Ik heb het hier staan, wegenzout én tafelzout, beiden nuttig, ieder op zijn tijd…

Een dochter van me stuurde me een appje over de Drie Wijze Vrouwen: hadden die de ster mogen volgen, dan zouden ze a) op tijd zijn geweest en niet vele dagen te laat, b) nuttige cadeaus mee hebben gebracht én c) de stal hebben uitgemest. En ja, wellicht, waarschijnlijk zelfs, hadden ze ook nuttiger geweest bij het brengen van vrede op aarde…

Wel mooi, die stal, want in de herberg waren ze niet welkom. Dan is een stal, met de warmte van beesten en vriendelijke herders met hun schapen heel welkom….

Als parochie hebben we zo’n 20 jaar geleden al gecommitteerd aan de beweging van de ‘Open Kerk’, waarvan in Nederland het boek ‘de gemeente (parochie) als herberg van Jan Hendriks het duidelijkste voorbeeld was. Een parochie die zich minder richt op de binnenkerkelijke visie van overeind houden van ‘wat er ooit was’ en ‘overleven’, maar als het verhaal van de Emmaüsgangers openheid, gastvrijheid en grens- en het de eigen identiteit overschrijdend denken centraal stelt. We hebben er in onze parochie onder andere de Herbergmaaltijden en ‘het Kruispunt’ aan overgehouden, mooi!

Maar: zijn wij deze herberg ook echt? Bekijken we de eerste lezing uit Jesaja nog eens: Sla uw ogen op en zie om u heen, van overal stromen ze naar u toe, uw zonen komen van verre, uw dochters draagt men op de arm.. Vanuit Sheba komen ze onder andere, Sheba, het gebied dat nu Ethiopië/Eritrea heet. Enige tijd geleden wezen wij als parochie mensen uit Sheba, die hier bij ons te gast wilden zijn de deur. We vroegen ons af of ze wel een ‘juridische entiteit’ zijn en hoe het dan zit met juridische aansprakelijkheid. Durft een parochie met als jaarthema ‘Durf te Vertrouwen’ niet eens één keer deze mensen te gast te hebben om daarna te evalueren wat er goed en ja, wellicht ook fout ging? Zijn we het opwekkende zout (misschien zelfs wel vlugzout) der aarde, of inmiddels een beetje verworden tot alles bedekkend strooizout, dat op de aarde wordt gestrooid om de lastige, maar ook vernieuwende maagdelijke sneeuw snel weg laat smelten?

Ooit, ruim 40 jaar geleden, was ik als student lid van de Werkgroep Toekomst van de Assumpionisten, in kasteel Stapelen in Boxtel, een nu bijna uitgestorven congregatie. Er bleek geen echte toekomst, dus werd het een werkgroep stervensbegeleiding, en ging het daarna over hoe men het geld goed kon gebruiken om de idealen van de stichter te vertalen naar nu én de toekomst, hier en vooral in den vreemde. Ook nobel en wijs… En toen, toen viel de muur, het communisme in de Balkan stortte in en er kwam een telefoontje: we hebben hier drie kloosters in Bulgarije en Roemenië en er zijn mensen die willen intreden, wat doen we daarmee?? Vanuit bijna dood moest plotseling gedacht worden vanuit een ‘verrijzenisgeloof’. Ook lastig, maar tevens zo bemoedigend en mooi! Opnieuw leven vanuit de hoop. Het zout der aarde zijn in plaats van het strooizout…

In onze dagen hebben we ook Wijzen en ja, ze hebben vlugzout bij zich. Het zijn niet altijd mannen, vaker vrouwen zelfs tegenwoordig, gelukkig.. Hoewel veel jongeren inderdaad ‘bankhangers, zappers en gepamperd’ zijn, zijn er ook vele uitzonderingen. In het klein, met jeugd die minder geld, en meer méérwaarde in hun baan wil, die opruimacties houden tegen zwerfvuil en ouderen helpen waar ze kunnen. Een extreem voorbeeld is Greta Thunberg natuurlijk, teken van tegenspraak, maar zo jong als ze is, al draagster van een van de grootste eerbetonen die iemand ten deel kan vallen, de Nobelprijs. Wat een verplichting legt dat op haar tengere schouders! Er was nog iemand teken van tegenspraak, zo’n 2000 jaar geleden. Ook hij werd verheven en met palmtakken toegezwaaid en kort erop gehoond en bespuugd. Maar dit meisje, deze jonge vrouw, heeft nu al honderden miljoenen mensen in beweging gebracht. Jong én oud, zonder en mét rollator. En dat is knap en zal blijvende impact hebben. Zij is vlugzout der aarde…

De Koningen keerden via een andere weg terug. 40 jaar geleden was er in Boxtel en werkgroep toekomst. Hebben wij een werkgroep toekomst? Willen we echt langzaam sterven, of met anderen samen het vlugzout der aarde zijn, oud en wijs als we zijn? Durven we te vertrouwen?

De Wijzen keerden via een andere weg terug, ze werden letterlijk bekeerd van hun doodlopende weg. Laten wij dat ook doen, via een andere, duurzame weg terugkeren naar onze doodlopende wereld en haar alsnog redden. En wie weet, in het klein beginnen met een uitnodiging aan broeders en zusters uit Sheba om nog eens te komen praten?

Om mensen gaat het immers, dat ze tot hun recht komen…

Amen…

 

Peer Boselie

 


OVERWEGING Kerstavond 24 december 2019

Jesaja 9, 1-3.5-6; Lucas 2, 1-14

We hebben op deze avond gewacht.

Een avond met mysterie en magie; met een openbarstende nachthemel waar licht en engelen uit tuimelen; met verbaasde herders; en een goddelijk kind in een tochtige stal.

Over de velden klinkt een lied van vrede op aarde.

Vier kaarsen lang hebben we gewacht, soms in de stilte, met de ogen van een kind; vaak wat gejaagd, in  drukke  straten en uitpuilende  winkels vol liedjes met sneeuw, rendieren en kerstbellen.

We hebben gewacht. Maar waarop? Waarop hebben we gewacht?

Er zitten barstjes in de vertrouwde magie van deze avond; ze kraakt en bladdert af.

De hollebolle Kerstman wint snel terrein op het Kind van Bethlehem.

De stervenskoude Kerstnacht vol heldere sterren heeft plaatsgemaakt voor de vaak regenachtige Kerstavond.

De kerken zijn niet meer stampvol; ook als je wat te laat komt is er nog plaats genoeg.

Maar wij zijn hier. Vergeet dat niet: wij zijn hier. U. Ik. Waarom?

Wat verwachten we? Waar hebben we op gewacht? Wat bracht ons hier?

Een oud verlangen? Naar wat?

Nieuwsgierigheid? Naar wat?

Misschien wel naar die vrede op aarde, hoe die er uit kan zien.

Het lied dat in de Kerstnacht klonk, het lied dat de engelen in het verhaal zongen, het lied van Vrede op aarde aan mensen van goede wil is boven alle eeuwen blijven zingen, als een hartenwens, een hartenkreet; een diep, onmogelijk verlangen.

Het lied van Vrede op aarde is als een oerverlangen blijven klinken, zelfs in jaren van onbarmhartigheid; tot in de loopgraven.

Ja, vrede; raakt dat niet het hart van onze verwachting? Nu, misschien nu, eindelijk nu vrede op aarde? Vrede, al is het maar zò’n beetje.

Want bij kaarslicht, engelenzang, eeuwenoude teksten vol belofte, de ster boven de stal, is het of de vrede jou even aanraakt.

Bij het horen en zingen van Stille Nacht kun je niet aan oorlog denken.

Bij een pasgeboren kind kun je niet aan oorlog denken.

Of is dat een leugen?

Geheel ongelegen en wellicht ongepast voor dit moment heb ik op mijn netvlies die nieuwsfoto van vier jaar geleden: van dat Koerdisch-Syrisch jongetje van anderhalf, dood aangespoeld op een Turks strand. Het Jezuskind?

En ik weet, het Kerstverhaal van Lucas eindigt met de kindermoord op bevel van Herodes. En met drie vluchtelingen op weg naar Egypte: Jozef, Maria en hun kind.

Het Kerstverhaal liegt niet. Liegt niet over de pijn en onvrede in de wereld.

U weet het. Ik weet het.

We geloven niet in sprookjes.

We weten van oorlog, geweld en haat op zoveel plekken en in zoveel landen.

Onvrede ook in ons eigen land. We zien dagelijks de beelden. De bewijzen.

(Kennelijk om de Kerstsfeer niet te bederven is uit de eerste lezing de zin weggelaten waarin Jesaja spreekt over dreunend stampende laarzen en mantels waar bloed aan kleeft.)

Vrede is geen geschenk uit de hemel, hoe mooi de engelen ook zingen.

Vrede moeten we zelf zoeken, zelf maken.

‘Vredevorst noemt Jesaja het nieuwgeboren koningskind uit het huis van David.

De herders blijven niet nagenieten in het veld bij hun getelde schaapjes; ze nemen initiatief,  springen overeind; gaan zoeken: ‘Kom, we gaan naar Bethlehem.’

De Drie Wijzen zullen het vertrouwde verlaten en op reis gaan, een ster achterna.

Vrede vindt wie vrede zoekt.

Vrede vindt wie vrede maakt.

Niet wie bij zijn schaapjes en de pakken neer blijft zitten zal het koningskind in de stal, de Vorst van Vrede, vinden.

Daarvoor moet je op stap gaan. Initiatief nemen. Een weg zoeken.

Je eigen mogelijkheden aanspreken:

In eigen kring: waar onmin of onverzoenlijkheid heerst.

In eigen buurt: waar ruzie is of mensen buitengesloten worden.

In eigen land: door naar vermogen bij te dragen een rechtvaardige beslissingen.

Wereldwijd: door solidariteit in gedachten, woorden en daden met de slachtoffers van oorlog.

Vrede maken is mensenwerk. Krijg je niet cadeau.

Vrede op aarde wordt gemaakt door mensen van goede wil. Mensen met durf en daadkracht.

Zeg nooit ‘ik ben te oud’ zolang je woorden hebt. Woorden kunnen vrede stichten.

Zeg nooit ‘ik ben te zwak’ zolang je tot liefde in staat bent. Liefde is vrede.

Wie de wil tot vrede tot kompas maakt, bouwt in zichzelf de stal waarin het kind Jezus, Zoon van God, geboren wordt.

In haar of hem, in jou en mij kan het Woord van God mens worden.

Geen profeet, maar een dichter, Harriët Laurey:

[…]

Wij hoeven enkel maar op weg te gaan,

en weg van wat wij kozen en verloren.

Van elke stap sneeuwt Gij de diepe sporen

wel toe, tot waar Gij Godd’lijk ligt geboren

en schreiend maakt ons schreien ongedaan.

[…]

Misschien dat het vannacht gebeuren zal,

en dan voorgoed: een kleine kindervrede.

Het Enig Woord, de wereld overredend.[…]

 

Meindert Muller

 


TER OVERWEGING 21 en 22 dec. 2019             Jes. 7, 10-14   Mt. 1, 18-24

4e zondag Advent A                               Thema:         De droom van Jozef         

  

Twee personen springen eruit in de teksten van dit weekend. Achaz en Jozef. Ze ontmoeten elkaar niet. Ze leven immers niet in dezelfde tijd. Maar bij ons staan ze als het ware naast elkaar. De evangelist Matteüs heeft daarvoor gezorgd door Jesaja te citeren in zijn verhaal. We horen dat straks… Wat zijn het voor mensen?

Achaz is koning. Jesaja vertelt over hem. Een ingewikkeld verhaal… en ik denk dat het te ver voert om het helemaal uit te leggen. Maar het komt erop neer dat Achaz geen vertrouwen heeft in God. Hij moet kiezen hoe hij omgaat met de dreiging van de omliggende volkeren en trekt liever zijn eigen plan dan dat hij de Heer om een teken vraagt. En toch komt er dan van Godswege een teken. Er gaat een kind geboren worden dat de naam Immanuël zal krijgen. ‘God met ons’ betekent dat en dat is ook precies wat geconcludeerd mag worden: God zal zijn volk in de moeilijke jaren die komen toch niet in de steek laten… En dat is weer meteen de reden dat Matteüs op deze Immanuël-tekst verder borduurt. Wat er ook gebeurt: in de tijd van Jesaja en Achaz, in de tijd van Jezus, God wil met de mensen zijn. Een kind is daarvan het teken!

En dan Jozef. In onze kerststalletjes staat hij trouw naast Maria bij de kribbe met het kindje. Maar helemaal vanzelfsprekend is dat niet. Jozef heeft een dilemma. Hij begrijpt dat Maria zwanger is. Maar niet van hem. En hij wil Maria niet publiekelijk te schande maken, dus dan zou hij het beste in stilte van haar kunnen scheiden. Maar dat is nou net niet de bedoeling van de schrijver van het evangelie… Matteüs schrijft het geboorteverhaal van Jezus om de afkomst en het belang van Jezus duidelijk te maken… De Messias zou in het huis van David geboren worden. Jozef, die van David afstamt, moet daarom degene worden die als vader Jezus zijn naam geeft. En tegelijkertijd geeft Matteüs Jezus een heel bijzondere achtergrond door niet Jozef maar de Heilige Geest als verwekker in het verhaal op te nemen. Bijzondere en belangrijke mensen zoals Jezus vragen om een heel speciaal geboorteverhaal, zo vindt Matteüs, die dit pas vele jaren na de kruisiging van Jezus schrijft.

We verplaatsen ons weer in Jozef, die als rechtschapen man in deze situatie in stilte van Maria wil scheiden. Om dit nu te voorkomen vertelt Matteüs ons dat Jozef droomt. In die droom komt een engel hem vertellen dat het kindje dat Maria krijgt van de Heilige Geest is en dat hij, Jozef, hem de naam Jezus moet geven. Een engel… Waar een engel voorkomt is God heel nabij. Het is voor Jozef genoeg. En zo heeft Matteüs het verhaal rond op een manier die helemaal past bij wat er bij de profeet Jesaja wordt verteld… Voor Matteüs is Jezus als de Immanuël die bij Jesaja wordt genoemd. Want als volgeling van Jezus, jaren na zijn dood, is Matteüs er volledig van overtuigd dat God redt, dat God met ons is, in de persoon en idealen van Jezus en dat wil hij door dit geboorteverhaal zijn lezers meegeven. Wie is Jozef in dit verhaal dan nu? In tegenstelling tot Achaz is hij een man die volledig op God vertrouwt in de vreemde situatie waarin hij is terechtgekomen. En hij voegt zich gehoorzaam naar het plan dat God met hem heeft.

En wij? Hoe is het met ons vertrouwen? Vertrouwen op God zoals Jozef… Wat houdt dat in? In onze wereld vertrouwden we lang op de maakbaarheid van de samenleving, op zelfredzaamheid van burgers. Soms bewust of onbewust ten koste van onze leefomgeving en het welzijn van mensen. Nu is het vertrouwen in de maatschappij, in de overheid en in elkaar niet meer zo groot lijkt het wel. Er zijn veel tegenstellingen rond grote thema’s. Er zijn demonstraties en blokkades. Omstreden maatregelen. Ontevreden burgers. En hoe kan God, kan Jezus, dan in al onze maatschappelijke en persoonlijke problemen onze redder zijn?

God werkt niet met macht en geweld maar vanuit verlangens en dromen, vanuit het kleine en kwetsbare… Hij wijst op een andere manier de weg… Hij wil ons redden van alles waarmee we elkaar kwetsen, benadelen of vernederen. Staan we daarvoor open? Zijn we als Achaz of als Jozef? Willen wij de tekenen zien? Misschien krijgen we een ander zicht op de werkelijkheid als we in onszelf keren… Misschien zien we juist wat we moeten doen als we echt kijken naar wat er in de wereld aan de hand is… Misschien zijn er andere manieren van denken die de economische en de technische van onze tijd aanvullen. Manieren van denken en doen die mensen met elkaar en met alles wat er geschapen is verbinden…

Ook hier, in deze tijd, zal het kind geboren worden. In ons... In ons hart… De Immanuël, ‘God met ons’. Durven wij daarop te vertrouwen?

 

Elly Bus-Linssen

 


Overweging 14 en 15 december

 

We horen het zo vaak: Heb er maar vertrouwen in, dat het goed komt.                                              Of zoals ze dat in Zitterd zeggen: ’t kump wal goot.

Het is een vorm van berusting, je hebt namelijk geen zekerheid dat het goed komt. Je weet het pas als alles achter de rug is. In de eerste lezing hoorden we daar al over. Pas als de regen gevallen is weet de boer of zijn zaaigoed wortel schiet en de opbrengst voldoende is.

We zijn gewend aan zekerheden, alles moet goed geregeld zijn. Je gezondheid, je financiële situatie, kortom de verzorgingsstaat moet op orde zijn.

Maar o jee als het aan alle kanten begint te rammelen, als het artsenbezoek toe neemt , het pensioen al jaren niet verhoogd is, of sterker nog, inlevering van pensioen , opvang als je hulpbehoevend wordt is er niet of maar minimaal, eenzaamheid neemt toe, omdat er steeds meer mensen om je heen wegvallen.

En dan staat hier op de muur :  “durf te vertrouwen”

Op wie? De overheid, de naasten, de buren, de artsen, onze geloofsgemeenschap, vrienden. Kun je dan nog wel denken, “ ’t kump wal goot”    

Volgens de encyclopedie is “Heb vertrouwen” het geloof hebben in iemands eerlijkheid, dat je op iemand kunt rekenen.

Het is een vorm van solidariteit met elkaar.

Nou leven wij in een land waar we onze stem kunnen verheffen, een geel hesje aantrekken of met de tractor het Malieveld op gaan. Maar wat als je die mogelijkheid niet hebt, als je protest wordt neergeslagen met geweld of er gemanipuleerd wordt met je eigendommen.

Kijk naar Hongkong, Iran, China, midden en zuid Amerika, Afrika, Libanon en u kunt vast nog meer landen opnoemen.  

Wij kunnen naar de rechter stappen of hebben de mogelijkheid een andere regering te kiezen. In de landen met repressieve regeringen is dat niet mogelijk.

Gelukkig zijn er organisaties die de mensen in die landen steunen en de weg wijzen naar een meer eerlijke behandeling.

In 1969 werd Solidaridad opgericht door katholieke bisschoppen in Nederland om door middel van een Advent-campagne ontwikkelingshulp te bieden aan Latijns-Amerika. Het hoofddoel is: Het bevorderen van een betere economische situatie voor arme boeren in ontwikkelingslanden. Dit gebeurt door middel van bewustwording van consumenten. Fairtrade is een van de kernstrategieën wereldwijd.

Nu 50 jaar later is dit nog steeds van belang. De oprichting van fairtrade gecertificeerde koffie in Nederland heeft geholpen aan een fairtrade mondiale beweging.

De gemeente Sittard – Geleen heeft in 2010 de titel “Faitrade gemeente”ontvangen. Onze kerk was, samen met de Johanneskerk, de eerste Fairtradekerk van Nederland. Met ingang van 2019 heeft de Gemeente Sittard-Geleen echter alle subsidie en medewerking stop gezet om als Fairtrade gemeente door te gaan. Dit is voor de werkgroep en de deelnemers die zich hebben ingezet voor deze titel een teleurstelling.  Hoe zo, durf te vertrouwen?

We zijn met enkele oprichters van de fairtrade gemeente in gesprek met de Gemeente hier over. Wij houden u op de hoogte. 

En wat heeft SOLIDARIDAD hier mee te maken?

Solidaridad blijft zich inzetten voor eerlijk werk. Zo ook dit jaar voor de kledingindustrie in Ethiopië  zowel in het productieproces als ook in de maakindustrie zelf. Lage lonen, slechte arbeidsomstandigheden, lange werkdagen intimidaties en sexueel geweld zijn zaken waar Solidaridad arbeiders helpt om in een eerlijke en veilige leefomstandigheid te werken.

Bent u geïnteresseerd in het werk van Solidaridad, neem dan een folder mee. Die achter in de kerk op de tafels ligt.

De mensen in Ethiopië hebben het volste vertrouwen in u.

In beide lezingen van vandaag wordt een beroep gedaan aan geduld en vertrouwen. Maar het geduld is af en toe op en het vertrouwen neemt af.

Geert Mak schreef in zijn boek “De goede stad” : Vertrouwen is een wisselwerking. Van beneden naar boven, maar net zo goed van boven naar beneden. Wie durft te vertrouwen verwerft gezag. Wie gezag heeft, krijgt vertrouwen. De wereld is gecompliceerd, maar dit soort zaken blijft vrij simpel.

Maar is het wel zo simpel?

Het bisdom schrapt de diaconale zorg, wat toch een belangrijke pijler van het Christendom is. Het zou een puur economische maatregel zijn. Men vindt dat de gemeenschap dat maar zelf moet oplossen. Is dan alles wat we voor onze naasten doen ondergeschikt aan de regels en dogma’s van het instituut  kerk? Is macht in deze een voortvloeisel van vertrouwen? Wanneer trekken wij de gele hesjes aan om te protesteren? Inmiddels hebben we van uit de werkgroep Diaconie al een brief gestuurd naar de nieuwe bisschop. We maken ons ernstig zorgen over deze ontwikkeling.

De hulsttak symboliseert vreugde en licht. Het is tenslotte Gaudete zondag.

De uitgestoken hand van God wordt door Adam in het volste vertrouwen aangenomen.

Moeten we ons dan toch maar niet door de sombere kant van ons vertrouwen laten leiden, maar optimistisch blijven hopen op het licht.

In de voorbereiding op kerstmis willen we dit licht verder uitdragen en in Hem vertrouwen dat het goed komt.

 

’t Kump wal goot.   

 

Jan Wetzeler

 


OVERWEGING tweede zondag van de Advent, 7 en 8 december 2019. Lezingen; Jesaja 11,1 – 10; Mattheus 3, 1 – 12

INLEIDING

Wij leven naar Kerstmis toe, een tijd van hoop en verwachting. De nachten worden steeds langer, wij hopen op de ommekeer, de komst van het licht. In de liturgie en met name in de lezingen krijgen wij daar inspiratie toe aangereikt, en hopelijk ook een beetje meer vertrouwen.

“Durf te vertrouwen’, dat is het jaarmotto dat we hebben gekozen en dat als een rode draad door onze vieringen zal gaan. Met daarbij dat prachtige fragment uit het Scheppingsverhaal, zoals geschilderd door Michelangelo. Het is de verbeelding van de verhouding tussen God en mens; zij reiken naar elkaar en je kunt dit lezen als een aanmoediging tot dat durven vertrouwen. De lezingen van vandaag sporen ons daartoe aan, en reiken beelden aan om te werken aan vrede en bloei.

De eerste lezing is een van de mooiste uit het eerste of oude testament. De profeet Jesaja kijkt over de wereld van zijn dagen heen en voorziet zo’n toekomst van vrede en bloei. Daarin speelt een mens de hoofdrol; hij zal, vervult van de goede geest die vrede en die bloei naderbij brengen. In die mens wordt de Messias gezien en verhoopt, de langverwachte, die dit zal bewerken. Maar aan het begin van de lezing wordt alleen gesproken over een ‘twijg’, het nederige begin van een boom.  Vandaag verbeelden we dat struikje in een ander kruid, de rozemarijnstruik. Ik kom daar straks op terug.

In het evangelie zien we Johannes de Doper aan het werk. Een vertrouwde figuur, met zijn sobere uitrusting en zijn oproep tot bekering. En natuurlijk zijn harde woorden aan zijn tijdgenoten. Voorloper, wegbereider voor de Messias, die christenen in Jezus herkennen. Hij  is de Christos, de Gezalfde.  Maar wat betekent die oproep tot bekering? Waar leidt deze toe?

Vragen, waarop we eerst de Schrift zelf aan het woord laten, en er straks over na willen denken. Dat de Geest van wijsheid ons mag bijlichten op ons levenspad, zo bidden en zingen wij aan het begin.


OVERWEGING

Een week terug was ik op een bijeenkomst, waarin professionele werkers met elkaar spraken over het bijstaan van mensen die in een situatie van rouw en verlies zijn gekomen. Er werden verhalen verteld, ervaringen gedeeld, manieren van begeleiden, zienswijzen, noem maar op. Het is indrukwekkend om mee te maken, hoeveel mensen zich op dit terrein voor mensen inzetten.

Een van die verhalen is mij bijzonder bijgebleven. Een mevrouw had helemaal uitgebeeld, wat mensen overkomt als ze in een situatie van verlies en rouw zijn gekomen. Ze had een aantal voorwerpen gemaakt die ze op een tafel zette. Centraal stond een bootje. Kijk, zei ze, dat ben jij. Jij zit in een boot midden op zee, en jij bent de kapitein. En je wilt varen, want jij hebt een droom. En ze plaatste een soort van vuurtoren aan einde van die denkbeeldige zee om die droom te laten zien. Maar je hebt een groot probleem om daar te komen. In die zee van het leven zijn er allerlei krachten, die je van het doel afhouden. En de boot van de koers af dreigen te houden. Aan de ene kant wordt je vastgehouden door de situatie, waarin je verkeert. Je tobt over wat je is overkomen. Aan de andere kant wil je vaart maken; je leven gaat immers verder, ondanks alles wat je meemaakt.

Ik vond en vind dat een treffend beeld van wat u en ik meemaken. Persoonlijk, als we een moeilijke situatie in ons leven meemaken. Dan beuken er allerlei krachten op ons bootje, die het uit koers proberen te krijgen. Maar ook als meelevend met deze gemeenschap, als burger in de maatschappij herken ik dit beeld. Er werken allerlei krachten in op de manier waarop ik koers probeer te houden, en de draaikolken van onverschilligheid of afkeer wil vermijden. En dan is de Advent weer een goede tijd om naar binnen te keren, en mezelf – midden op zee – af te vragen: wat is mijn droom?

Het is misschien vreemd, dit met het optreden van Johannes de Doper te verbinden. Hij is voor ons misschien een raadselachtig figuur, die met zijn kleding en gedrag – met een menu van sprinkhanen en wilde honing - eerder afstoot dan herkenning oproept.  Jezus, die in zijn voetspoor treedt, en waarvan we later horen dat hij gedoopt zal worden te midden van de volgelingen van Johannes, lijkt een zoveel lieflijker en aantrekkelijker figuur, zo iemand die helemaal bij de eerste lezing past. Maar toch zijn er veel overeenkomsten bij hun optredens. Beiden roepen op dezelfde manier op tot bekering. Het is hun eerste woord: “Bekeer je, want het Rijk Gods (of: het Rijk der hemelen) is nabij”.

Het is de moeite waard om over die oproep even na te denken. Met het voorbeeld van de droom voor ogen kun je jezelf afvragen, wat dit betekent.  Bekering, is dat een manier om die droom weer in het vizier te krijgen, en te midden van de draaikolken van het leven koers te bepalen?  Maar daarvoor moet je goed verstaan, wat hier met bekering wordt bedoeld. Daar staat eigenlijk: keer je om, kies een andere blikrichting in je leven, die recht doet aan Gods bedoeling met ons. Een droom waarvan je niet weet, of die uit zal komen.. Maar waarop je wel kunt vertrouwen. De Advent is een goede tijd om als gelovigen wat scherper te leren kijken.

De schriftlezingen van vandaag kunnen ons bij die blikrichting wat helpen. De eerste is het steeds beter zien van het onderscheid tussen wat gerechtigheid is en wat niet. Recht en gerechtigheid zijn hele grote begrippen, die vaak verkrummelen onder onze handen en in de dagelijkse praktijk. U kent genoeg voorbeelden: wat als…. Dan…  De lezingen geven hier een hoofdlijn. Jesaja zegt het heel duidelijk: ‘De kleinen zal hij recht verschaffen, een eerlijk vonnis spreken over de geringsten der aarde, maar de uitbuiter zal hij geselen met de striemen met de gesel van zijn mond’. Heldere taal; die blikrichting maakt het mogelijk onderscheid te maken, en – in de wirwar van de gebeurtenissen van deze tijd – aan te voelen wat recht is en wat niet. Of liever: aan wie recht gedaan wordt en aan wie niet. En in dezelfde sfeer zegt Johannes tot zijn volgelingen, dat ze vruchten moeten voortbrengen, die passen bij die ommekeer. Vroomheid en traditie zijn niet genoeg,  het gaat om een houding en een praktijk, die past bij het opkomen voor de kleinen.

Natuurlijk hebben we dat vaker gehoord en bezongen, en ieder van ons zal er op zijn of haar manier in investeren. Maar is het allemaal de moeite waard, al die inspanningen om koers te bepalen en te houden?  De mevrouw van het bootje had een prachtig hulpmiddel bedacht; zij gaf ons als kapitein twee peddels om vooruit te komen.  Peddels, die moed en vertrouwen verbeelden. En ik verbind die nu met de peddels, die de profeet Jesaja ons aanreikt. Het is niet voor niets dat Jesaja een profeet van hoop en troost wordt genoemd in donkere dagen. Geloven zien in het soms aardedonker anders, zij leven in de ad-vent, de toekomende tijd. Want hij reikt ons beelden aan van de messiaanse figuur, die niet alleen een oordeel uitspreekt, maar ook een visioen van vrede en bloei met zich meebrengt.  Het visioen van vrede en bloei, die als peddels op onze boot helpen om koers te houden,waarmee we kunnen roeien, en de droom in ieder geval een klein stukje dichterbij brengen.

Ja, dat visioen van vrede. Dieren met elkaar in harmonie, de wolf en het lam, de slang en het kind – hoe naïef wil je het hebben?  Het herinnert mij in ieder geval aan dat mooie kerstlied, die evergreen: ‘Vrede was het overal, wilde dieren kwamen, bij de schapen in de stal, en zij speelden samen’. De natuur in harmonie, de mens in vrede met zichzelf. Het kerstliedje is naïef, en we blijven het zingen. En hoe actueel wil je het hebben, met die nieuwe worsteling om de mens en het milieu opnieuw in evenwicht te krijgen. Wat moet je doen, wat moet je laten? Wat is recht, en wat is onrecht?

En dan die twijg, waaruit die messiaanse figuur ontspruit. U zult het misschien wel eens gezien hebben op een afbeelding in een kerk; de boom van Jesse, de mythische voorvader van David, uit wiens buik zo’n boom ontspruit, met takken, waarop de koningen en profeten zitten, en waar uiteindelijk Maria uit geboren wordt, als een nieuwe geboorte, waarvan we toevallig ook vandaag het feest van haar verwekking vieren. De gedachte achter dat twijgje is, dat de oude boom van de aartsvaders is omgehakt, en dat er iets totaal nieuws ontstaat. Ook hier een kerstliedje, dat door mijn hoofd gaat: “Er is een roos ontsprongen, uit ene wortelstam; die lijk d’ouden zongen, uit Jesse het leven nam”. Dat gaat hierover; uit een twijg ontstaat onverwacht en verrassend nieuw leven

In onze Adventversiering hebben we die nederige twijgjes een prominente plaats gegeven. Ze zijn te vinden in onze tuinen, en ze zorgen voor versiering, voor smaak, kleur en geur. Vorige week was dat de klimop, die staat voor trouw en vertrouwen. Vandaag aangevuld met de rozemarijn, die in spirituele zin verwijst naar geboorte. Maar ook – zo vond ik in andere bronnen - symbool staat voor geheugen, vriendschap en trouw. En dat is precies wat de beelden uit de Schriftlezingen ons bieden;

 Het zijn die beelden, en de twijgjes aan boord van onze boot, die ons  gaande houden op de levenszee naar Kerstmis. Het visioen van vrede, dat om onderscheidingsvermogen vraagt. Nieuwe bloei, die – zo weten de tuinliefhebbers – begint bij het kleine, het geringe twijgje van klimop en rozemarijn. In de droom om recht en gerechtigheid zijn wij erfgenamen van de messiaanse figuur, investeren in de toekomst, met open handen. En bidden wij om de geest van wijsheid, verstand en uithoudingsvermogen. Dat wij met de peddels van vrede en bloei op onze levenszee richting mogen  koersen naar een wereld van recht en gerechtigheid.

REN LANTMAN

 


Preek weekeinde 23 en 24 november 2019-11-23 Christus Koningfeest

Kolossen 1, 12-20; Lucas 23, 35-43

Ik begin vandaag eens met uit de school te klappen. Dan weet je als predikant dat je meteen alle aandacht hebt. Ik hoop wel dat we het onder ons kunnen houden. Het is namelijk zo dat het feest van Christus Koning niet erg populair is onder de predikanten. Want wat moet je vandaag de dag nog met zo’n feest? Een feest dat, zo leer ik van Wikipedia, ‘in 1925 [werd} ingesteld door paus Pius XI, naar aanleiding van de 1600-jarige viering van het Concilie van Nicaea, om tegen het laïcisme [zeg scheiding van kerk en staat, secularisatie] en atheïsme nadruk te leggen op de allesomvattende betekenis van het koningschap van Christus over de mens en de wereld.’ De volle naam van het feest – een hoogfeest – luidt Christus Koning van het Heelal.

Misschien vermoedt u al waar bij ons predikanten de aarzeling zit om ja te zeggen op de vraag wie op Christus Koning wil preken? De triomfalistische agenda en het heimwee naar een machtige kerk die je erin mag vermoeden; de bijklank van trompetgeschal en de taal van de macht. Vloekt dat niet met de Christus die geboren werd in een stal, geen steen had om zijn hoofd op neer te leggen en stierf aan het kruis? Hoe past dat koningschap over het heelal in de lente van paus Franciscus, die zijn kerk een kerk van de armen wil laten zijn?

Maar als we zo denken – politiek correct en kort door de bocht vanuit de tijdgeest van nu – missen we dan niet de boot? Missen we dan niet de clou van Jezus’ boodschap? De omkering van alle waarden waartoe hij ons uitdaagt? Misschien is het beter naar Jezus zelf te luisteren dan naar Pius XI of naar onze progressieve tegenzin. Op diens vraag of hij de koning van de joden is, antwoordt Jezus Pilatus: ‘“Mijn koningschap is niet van deze wereld. Zou mijn koningschap van deze wereld zijn dan zouden mijn dienaars er wel voor gestreden hebben dat Ik niet aan de Joden werd uitgeleverd. Mijn koningschap is evenwel niet van hier.” Pilatus hernam: ‘“Gij zijt dus toch koning?” Jezus antwoordde: “Ja, koning ben Ik. Hiertoe werd Ik geboren en hiertoe ben Ik in de wereld gekomen om getuigenis af te leggen van de waarheid. Alwie uit de waarheid is luistert naar mijn stem.”’

Het feest van vandaag vraagt ons niet naar onze mening over zin van het koningschap in deze tijd, maar vraagt ons om te luisteren naar een man met een bebloede koningsmantel, een koning met een doornenkroon. Vraagt of wij oog hebben voor dat andere koningschap van Christus. Vraagt of wij de waarheid willen weten omtrent het koning-zijn van een veroordeelde, bespotte en gekruisigde Christus. Het koningschap waarom hij veroordeeld werd tot de kruisdood. De aanklacht tegen hem stond boven zijn hoofd op het kruishout gekalkt: “Koning van de joden”. Geen koning die oordelen en veroordelingen uitspreekt, geen koning die heerst. Maar een die, ter dood veroordeeld en stervend aan een kruis, een ultiem koninklijk gebaar maakt naar een gekruisigde misdadiger naast hem en hem belooft samen met hem als eerste de heerlijkheid van zijn rijk binnen te gaan. Jezus’ koninkrijk is deze wereld omgekeerd.

In de brief die Paulus schreef aan Jezus’ volgelingen in Kolosse, een stad in het huidige Turkije, lazen we: ‘Hij [de Vader] heeft ons ontrukt aan het domein van de duisternis en overgebracht naar het koninkrijk van zijn geliefde Zoon.’ Dat lees ik ook als een realiteit en toekomstbeeld voor ons hier in deze kerk. En het is een teken van dat koninkrijk – dat domein van het licht, die omgekeerde wereld – : dat een ter dood veroordeelde, door Jezus tot zijn recht gekomen crimineel van ons allen de eerste was. Hand in hand met Jezus Christus – zijn zonden vergeven, verzekerd van zijn bevrijding – is deze getekende als eerste van ons allen burger geworden van Christus’ koninkrijk. De laatsten de eersten; de minsten de beste plaatsen.

Christus Koning. Een mooi feest dat raakt aan het hart van Christus missie in onze wereld. Het feest van een koning die niet kwam om te heersen, maar om te dienen. Ja, het feest van de Koning van het Heelal die geen steen had om zijn hoofd op neer te leggen. Die zijn vrienden de voeten wast. Een andere koning. Zo’n koning. Wat een prachtig visioen. Hoewel, visioen? Jezus noemt het “waarheid”. Durven wij ons partners maken in die waarheid?

‘Om mensen gaat het; dat ze tot hun recht komen’ – zouden we dat motto van onze parochie vandaag niet aan Jezus kunnen aanbieden, als wapenspreuk van zijn domein van licht? Omdat die spreuk, ons motto, deel uitmaakt van het visioen. Omdat het onze waarheid, waarin Jezus’ waarheid herkennen. Onze waarheid waarin we zijn evangelie van dienstbaarheid én fierheid én naastenliefde verwoorden. Onze waarheid die we van dag tot dag met vallen en opstaan proberen waar te maken.

 

Meindert Muller

 


OVERWEGING ALLERZIELEN 2019 3 november 2019

En dan, dan wordt alles anders…

samen, samen is niet meer.

Je partner, kind, ouder, vriendin

zo vanzelfsprekend in jouw bestaan aanwezig

is niet meer.

Het leven valt stil.

De wereld draait door.

En niets is nog wat het lijkt.

De leegte van een huis

waarin bijna elk gewoon voorwerp

ineens een teken van afwezigheid is geworden,’

zoals Marjoleine de Vos schrijft.

Je herkent jezelf niet meer.

Het verlies dringt door in élk levensgebied.

Het lijkt bizar.

De dode blijkt nooit zó intens aanwezig geweest als juist nú,

nu je haar blik niet meer vangen kunt in een woordeloos gesprek,

zijn stem nooit meer horen zult.

Nooit meer...

En dan,’ dan komt dat averechts weefgetouw van de rouw op gang,

dat draad voor draad de doden uit ons losmaakt,

om ze vervolgens, op een andere manier

weer met ons te verknopen’.

Een prachtig, troostvol beeld dat schrijver Erwin Mortier

de rouwende mens aanreikt.

Het weefgetouw van de rouw…

Traag, moeizaam, draad voor draad,

hoeveel tijd dat niet vraagt

losmaken

en sommige draden wíllen niet los,

pijn, loslaten,

maar niet om te vergeten, niet om af te sluiten.

Afval kun je verwerken, verlies niet’ zegt Marinus van den Berg.

Nee, losmaken, om opnieuw verknoopt te raken,

langzaam, op een andere wijze dan vroeger:

de dode geliefde weven in je bestaan dat verder gaat.

In een  weefwerk dat nooit af raakt.

Dag na dag Week na week maand na maand Jaar na jaar nieuwe kleurschakeringen, een andere structuur.

De jongeling in het lege graf stuurt de vrouwen naar Galilea,

daar waar ze wonen en werken, dáár zullen ze Jezus vinden.

Door zijn goede voorbeeld na te volgen,

in het verhaal dat ze over hem blijven vertellen,

het verhaal van een levende.

Moge dat ook óns gegeven zijn.

 


TER OVERWEGING 16 / 17 nov. 2019               diaconieweekend   

Thema: Ontmoeten           Hnd. 4, 32-35  Lc. 6, 36-38

Het diaconieweekend… Zo hebben we het weekend 16/17 november genoemd. Jaarlijks vestigt de stuurgroep diaconie van onze parochie ergens in november in onze weekendvieringen de aandacht op een diaconaal thema. Dit jaar plaatsen we in dat kader ons eigen ontmoetingscentrum het Kruispunt in het middelpunt, vanwege het 10-jarig bestaan ervan dat in het voorjaar in het Kruispunt zelf al gevierd is.

‘Het woord ‘diaconie’ komt van het Griekse diakonia en betekent dienst. Vanaf het allereerste begin heeft de Kerk de dienst aan de naaste als een van haar belangrijkste taken gezien. In het diaconaat geeft de Kerk handen en voeten aan Gods bedoeling te werken aan een rechtvaardige wereld, waarin ieder mens tot zijn recht komt’, zo staat geschreven op de officiële website van de Rooms-Katholieke kerk in Nederland.

In de eerste lezing die we gekozen hebben in dit weekend komt dit helemaal terug: De menigte die het geloof had aangenomen, was een van hart en een van ziel en er was niemand die iets van zijn bezittingen zijn eigendom noemde; integendeel zij bezaten alles gemeenschappelijk.’ en ‘Aan ieder werd daarvan uitgedeeld naar zijn behoefte.’ En in het evangelie: ‘Weest barmhartig, zoals uw Vader barmhartig is.’

Dat ideaal – hoewel moeilijk te verwezenlijken - onderschrijven wij in deze parochie. Daarom is er in onze diensten vaker aandacht voor diaconie, en vandaag in het bijzonder voor ons eigen project het Kruispunt. Het lijkt erop dat - gezien de ontwikkelingen van de laatste tijd - in het bisdom dit ideaal minder van belang wordt geacht. Om het maar duidelijk te zeggen: het ontslag van de medewerkers bij de Dienst Kerk- en Samenleving vanwege noodzakelijke bezuinigingen – u hebt erover kunnen lezen in de krant of van gehoord via de radio of tv – dat ontslag vind ik en vinden velen met mij dan ook een onbegrijpelijke keuze. Gelukkig kunnen - en willen we ook - als parochie zelf, binnen onze mogelijkheden, diaconaal bezig zijn, omdat ‘het om mensen gaat, dat ze tot hun recht komen’... Naast het Kruispunt kunt u bij wat onze diaconiegroep voorstaat denken aan de actie voor de Voedselbank die volgende week weer start, aan de kledinginzameling voor de Éngele, aan HiP, aan onze aandacht voor projecten in andere landen.

Ontmoeten… Dat is het thema… Ontmoeten is voor elk mens van wezenlijk belang. Gezien worden, een mens tegenkomen met wie je kunt praten en iets kunt delen. Dat in ieder geval. En soms gaat het verder… ‘Ik word door het gelaat van de ander uitgenodigd om mij in te zetten - ik word, sterk gezegd, uitverkoren tot en belast met verantwoordelijkheid, met een taak tot zorg’ aldus een artikel over het gedachtegoed van de filosoof Emmanuel Levinas. Dat is waar zorgen voor de ander begint. In de ontmoeting met een ander mens. Iemand die je in de ogen kijkt en waarmee een contact ontstaat.

Wat er in het Kruispunt gebeurt staat in dezelfde lijn. Ik hoor gasten vertellen over:

-dat je welkom bent, elke week weer, het hele jaar door

-dat het altijd gezellig is

-dat iemand die regelmatig komt, maar dan een tijdje niet, ook wordt gemist, omdat er betrokkenheid is tussen de gasten

-dat een luisterend oor zo fijn is

-dat zelf kletsen met iemand echt iets toevoegt als je je eigen stem die dag nog niet hebt gehoord.

En iemand zei: “Al gaat de kerk ooit dicht, als het Kruispunt dan maar blijft bestaan.”

Waar gaat het om als je christen bent? Dat je niet onverschillig voorbij gaat maar geraakt worden door hoe het met mensen gaat. Dat je niet onbewogen blijft maar mensen echt ziet.

En wat is dan de betekenis van het Kruispunt? Ontmoeting! Mensen tegenkomen is een zeer wezenlijk iets, een belang op zich. Misschien is God wel juist daar aanwezig waar mensen elkaar in alle kwetsbaarheid ontmoeten.

Elly Bus-Linssen

 


Getuigenis: Sterven om te leven zondag 10 nov 2019

Elke mens moet sterven. En dat sterven is omweven met veel ideeën in filosofie en theologie. In vielen onze voorouders terug op de zekerheid dat God het goede beloont en het kwade straft, in dit leven. Wie goed leeft, wordt oud, stamvader van veel kinderen en kleinkinderen.  Maar dat idee klopt niet. Oneindig geliefde kinderen sterven. Onschuldigen worden gemarteld. Slechteriken gaat het voor de wind. Altijd al.

In de drie eeuwen voor Christus, de tijd waarin ook het boek Makkabeeën werd geschreven, dook een nieuw denkbeeld op: dat God ná dit leven, dat soms vol onrecht en lijden is, alles zal rechtzetten. De kwade zal zijn lot niet ontlopen in een onbarmhartige hel. De goede mens zal beloond worden met een eeuwige zaligheid. En de martelaar kan in die overtuiging moedig de dood onder ogen zien, want haar of hem kan niets meer gebeuren.

Veel christenen zijn in de Romeinse tijd gemarteld en gedood in de onwankelbare zekerheid van hun eeuwige ziel. Zou Jezus ook zó gestorven zijn? Hij was immers ook martelaar voor zijn geloof…. de eerste van een lange lange reeks.

Als je op internet de tijd neemt om getuigenissen te zoeken van vervolgde christenen in onze dagen dan sta je verbijsterd. Verbijsterd over de kracht van hun geloof. Verbijsterd over de aantallen: in vijftig landen van de wereld worden in totaal 245 miljoen christenen gepest, opgejaagd, vernederd, gediscrimineerd, verkracht, ontvoerd, gemarteld, vermoord.  In het Midden Oosten, bakermat van het Christendom slinkt het aantal christenen sneller dan de ijskap…. En hun getuigenissen zijn duidelijk: God is bij mij. Ik ben in Zijn hand. Hij blijft mij trouw. Hij zal mijn leven leiden. Ik zal niet sterven, ik zal eeuwig leven…. Zouden wij dat zo ronduit durven zeggen? Zou ik er voor sterven als het moest???

Ik ben er zeer van onder de indruk en vraag me af: waarom weten we er zo weinig van, waarom heeft de pers en de politiek, met uitzondering van de Christen Unie en Martijn van Helvert, zo’n blinde vlek voor de vervolging van christenen wereldwijd? Het lijkt politiek correct alleen verontwaardigd te zijn om de vervolging van andersgelovigen…

Als martelaar vol overtuiging sterven voor God. Dat staat in groot contrast met onze Nederlandse kerk. Steeds meer mensen twijfelen… En vele anderen betwijfelen of er überhaupt een leven na de dood is. In dat steeds uitgestrektere heelal lijkt er geen plaats te zijn voor een hemel….. en hoe valt een hel te rijmen met Gods grote barmhartigheid? Heeft geloven überhaupt nog enige maatschappelijke relevantie?

Ikzelf weet het ook niet …. “we zoeken naar wat we kunnen waarnemen, maar er is heel veel waar we niets van weten…” zei Jo Salden in de voorbereiding. Een wolk van niet-weten waar je niet doorheen lijkt te komen. Wat doen we dan tóch in de kerk?

Onze liturgie lijkt meer en meer in tegenspraak met onze werkelijkheid. Of reikt ze ons een ándere werkelijkheid aan?

Afgelopen zondag was er hier een mooie Allerzielenviering. God werd aangesproken als iemand, die weet wat in mensen omgaat aan hoop en twijfel. Eerbiedig werden de namen van de overledenen genoemd, terwijl voor hen een kaars werd aangestoken met het licht van de Paaskaars. Wat doet dat goed! Er waren heel mooie liederen en gedichten en er was iemand van ons,  die weet wat het betekent om een partner te verliezen en er troostende, wijze beelden en woorden voor vond: het averechts weefgetouw van de rouw… Eigenlijk is zo’n liturgie al iets van leven na de dood….

Er was in die viering geen verlegenheid om de dood ter sprake te brengen. Geen dogma’s maar gedichten. Geen geloofsbelijdenis maar een lied: Heer onze Heer, hoe zijt Gij aanwezig…..

Opeens wist ik dít weer  met zekerheid: het is zéér belangrijk dat er een gemeenschap is, hoe klein en grijs ook, die  gastvrij ruimte biedt om samen te komen om verbondenheid te vieren of te gedenken. Dat er oude en nieuwe verhalen vertelt worden, van troost en wijsheid.

Het gaat niet om waarheid bij die verhalen en rituelen maar om diep doorleefde, verankerde gewoonten die je kunnen dragen als je zelf helemaal nérgens meer bent van verdriet: een kaars aansteken bij een kruisje, een vredeswens doorgeven, brood delen, om zegen vragen, perspectief bieden…. Mensen om je heen die wél kunnen zingen, terwijl jij het allemaal niet meer weet…. de steppe zal bloeien, de ballingen keren, de dode zal leven…

Dat er iemand goede woorden vindt, iemand muziek maakt, iemand zingt, iemand om zegen bidt…

Een laatste overdenking bij dit alles….De dood is en blijft een raadsel, evengroot als de geboorte.

Een klompje cellen ontwikkelt zich, organen, spieren, kraakbeen, bloedsomloop. Maar dan opeens is er zóveel meer! Een mens met karaktereigenschappen, humor, hunkering, creativiteit, een bezíelde mens!! Wanneer en hoe wordt dat toegevoegd aan dat klompje cellen? DNA? Is dat het antwoord? Ik wil het toch liever “ziel” noemen, “unieke persoonlijkheid” of “Godsgeschenk”

En als die unieke mens sterft, dan wil ik wel  geloven, dan wéét ik op het niveua van het hart en de intuïtie,  dat er méér is dan dat graf van voorbij met spieren, botten en huid. Dat iets ontsnapt… of juist blíjft. Iets onvervangbaars. Ook als het een kindje is dat maar zes dagen leefde. Zeker als het gaat om een mens die gemarteld wordt en vermoord.. Dat het wezenlijke terugkeert naar waar het vandaan kwam. Samenvloeit…Goddelijke vonk. Energie. Licht. Liefde... En dat het dan goed is. Heel goed. En dat geen enkel leven zomaar en voor niets geleefd is…

Om mensen gaat het, bidden wij hier , dat zij tot hun recht komen in het licht van God…    

                                                                             

Marianne Boselie

 


Getuigenis 26/27 oktober 2019  ZONDER AANZIEN DES PERSOONS

Afgelopen week stonden de ‘zeurende’ weduwe en de rechter tegenover elkaar. De weduwe kreeg door haar geklaag dan toch maar haar zin, omdat de rechter bang was voor zijn aanzien, voor zijn ‘public relations’…

Vandaag komen we de weduwe (er waren en zijn er helaas altijd veel van) weer tegen. Ook klagend, maar anders ontvangen, want God luistert wél en blijft luisteren… Het gebed van de arme dringt door de wolken heen… het laat niet af, totdat de Allerhoogste zich erbarmt.

In de eerste lezing wordt pijnlijk duidelijk dat, hoewel het speciaal de koningen zijn aan wie de zorg voor weduwen, wezen en armen is opgedragen, daar in de praktijk weinig van terechtkwam. Weinig verschil dus eigenlijk met nu, ook nu worden de rijken rijker en de armen armer. Een probleem dat dus al duizenden jaren aandacht verdient. Triest, maar het is ook zo dat er ook al duizenden jaren vanuit religieuze teksten wordt opgeroepen om dat anders te doen. God wil niet dat de zwaksten in de samenleving altijd de dupe zijn! Een blijvende opdracht dus voor de koningen van nu, of ze nu wel of niet naar de kerk gaan: raadsleden, college van B&W, provinciebestuur, de rijksoverheid, maar ook de kerken zelf, en daarbinnen wij als gelovigen. In die zin is het verbijsterend en dieptriest te lezen dat de Dienst Kerk en Samenleving van ons bisdom wordt opgeheven, ook al is de precaire financiële situatie van het bisdom te begrijpen. Juist daar, bij de diaconie, ligt een van de centrale opdrachten, natuurlijk voor iedere parochiegemeenschap in de eerste plaats, maar zeker ook voor het bisdom, om te enthousiasmeren, begeleiden, coördineren. Een stuk van de ziel wordt uit de kerk gehaald op deze wijze. Maar het gebeurt en dat betekent dat wij in onze gemeenschap nog eens extra moeten kijken naar wat we zelf kunnen doen én we in onze regio moeten bezien hoe we dat met elkaar kunnen delen, letterlijk en figuurlijk. Opdat wij doen waar God toe oproept: Zoals de schrift zegt: wie anderen bijstaat wordt welwillend ontvangen

Wie in principe ook welwillend werden ontvangen waren de Farizeeën, mannen van geloof en strenge wetvolgers. Wijze, gestudeerde mensen, en in tegenstelling wat velen denken, meestal geen priesters, maar leken. Ze hadden wel aanzien, maar meestal geen hoge sociale status, een soort gerespecteerde hogere middenklasse dus zouden wij nu zeggen, een beetje zoals wij hier bij elkaar zitten wellicht? Ze hielden zich streng aan de vastenwetten en leefden grotendeels voorbeeldig. Jezus moet ze inhoudelijk goed hebben aangevoeld, hij leek wel wat op hen. Maar: daar waar hij absoluut niet op hen leek, was het strikt wettische en de grote eigendunk die ze moeten hebben uitgestraald. Precies dáártegen komt Jezus iedere keer opnieuw in opstand.

Ook in het evangelie draait het daar om. Opnieuw staan twee mensen tegenover elkaar, in dit geval een farizeeër en een tollenaar. De farizeeër vast meer dan de wet eist van hem, en geeft veel geld, en ja, dat werd onder andere voor de armen gebruikt. Nee, dan de tollenaar. Belasting innen is al niet zo populair, maar nog wat extra afpersen, zoals de gewoonte was, maakte hen paria’s in de samenleving, hoe rijk ze soms ook waren.

Het verschil zit hem dan ook niet in het uiterlijk, maar in het innerlijk. De farizeeër is overtuigt van zijn gelijk: Híj zal de hemel beërven, want hij leeft immers goed. Dat is nog tot daar aan toe misschien. Maar: dan zet hij zich af tegen de tollenaar naast hem. En dat doet hij in de tempel, tegenover God zelf!

De tollenaar daarentegen is zich bewust van zijn fouten. Mogelijk is hij op dat moment in een soort bekeringsproces, heeft een hekel aan zijn baan en aan zichzelf gekregen, wie zal het zeggen. Hij klopt zich op de borst en zei, wees mij zondaar genadig. Borstklopperij heeft in onze dagen een heel andere betekenis gekregen, maar toen betekende het oprecht berouw (denk aan de schuldbelijdenis; door mijn schuld, door mijn schuld, door mijn grote schuld). En ook dat deed deze tollenaar in de tempel, tegenover God.

En God zag dat het goed was…

Want dát is het centrale thema: hoe leef je je leven: Voldaan en arrogant, of Integer en gewetensvol. En daar is dat geweten weer. Ik noem het graag de heilige Geest in onszelf. Dat stukje God in ons, dat ons helpt het Goede leven te leven, waaraan je jezelf mag ijken, spiegelen. En dat kan ver gaan. Enkele weken geleden werd, in ons land in alle mediastilte, een zeer groot man heilig verklaard: John Henry kardinaal Newman. Ooit de bekendste Anglicaanse wetenschapper van zijn tijd (2e helft 19e eeuw), die zich bekeerde tot het (destijds) wervende en in Groot Brittannië arme Roomse geloof. Het gevormde geweten is een centraal thema in zijn werk, dat pas met Vaticanum 2 ten volle de aandacht kreeg die het verdiende. Zijn werk raad ik u nu nog aan… Toen hem werd gevraagd om op de Paus te klinken bij een diner, antwoordde hij graag te drinken op de Paus, maar pas nádat hij een toast had uitgebracht op het eigen geweten. Dát is de kern: de tollenaar was gewetensvol naar zichzelf én God toe en kreeg Jezus’ waardering en een nieuwe kans, de farizeeër had zijn ‘moment of fame’ in zijn beperkte leventje van eigendunk al gehad, daar hoefde Jezus geen tittel of jota respect meer aan toe te voegen.  

Amen

Peer Boselie


naar de vorige pagina ...