Oecumenische vieringen

Twee maal per jaar is er een oecumenische viering van onze parochie in samenwerking met de Protestantse Gemeente in Sittard. Een viering wordt gehouden in januari tijdens “De week voor de Eenheid van Christenen” en de tweede in het najaar.

Deze oecumenische viering vindt afwisselend plaats in onze kerk en in de Johanneskerk, die gelegen is aan de Mgr. Vranckenstraat 9. Eén van de voorgangers van de kerk waar de dienst die dag wordt gehouden heeft de leiding van de dienst, en er wordt dan gepreekt door iemand van de andere kerk. De dienst krijgt evenals andere diensten altijd een thema mee dat de leidraad zal zijn. Vertegenwoordigers vanuit beide kerken bereiden de dienst voor. Zij kiezen de lezingen en maken de gebeden. Het streven is, dat de gezangen in beide kerken bekend zijn. Het wordt zo een gezamenlijke viering van christenen die elkaar herkennen als geestverwanten, die zich gevoed weten vanuit dezelfde bron.  

 

Een ander oecumenisch initiatief is de vespermaaltijd in de Veertigdagentijd:

Gedurende de Veertigdagentijd wordt er drie maal een sobere maaltijd gehouden door mensen van beide kerkgemeenschappen om elkaar te blijven inspireren en te bemoedigen. De maaltijd wordt ter bezinning omlijst met liederen en gebed.

Deze maaltijden worden afwisselend gehouden in een ruimte van de Johanneskerk of onze parochie. De vrijwillige financiële bijdrage van de deelnemers wordt, na aftrek van de kosten, aan een passend doel beschikbaar gesteld. 

 

 

 

OVERWEGING    
Oecumenische viering in de kerk Christus 'Hemelvaart 

Zondag 25-09-2016    10.30 uur

 

Lieve mensen
We zijn al een heel eind onderweg in het jaar van de Barmhartigheid. Veel moois is er over dit bijbelse begrip gezegd en geschreven. Dit buitengewone ‘jubeljaar’, zoals dat heet in katholieke kringen zou volgens Paus Franciscus moeten leiden tot een ‘revolutie van tederheid’, mooi om dit te benoemen in deze vredesweek.. Toen ik deze omschrijving nog weer las, besefte ik hoe dit woord ‘tederheid’ zo weinig in de mond genomen wordt en ook in zo’n schril contrast staat met de werkelijkheid van onze wereld.

Teder. Dat is nu niet direct een woord dat in mij opkomt als ik om mij heenkijk, als ik de nieuwsberichten uit binnen-en buitenland lees en zie, als ik de troonrede hoor. Tederheid is een woord uit verre verten lijkt het wel, en komt bijna wereldvreemd over. Maar het is ook een woord dat allerlei verlangens wakker roept. Over mensen die voorzichtig, ‘teder’, respectvol met elkaar omgaan. En als dat gebeurt, kan ik mij zomaar voorstellen dat de wereld er totaal anders uit komt te zien. Want teder is niet onverschillig, maar juist heel betrokken, teder is niet ongastvrij, maar juist open gericht op de ander. Teder sluit geweld en verharding uit. Durven wij dan naast ‘barmhartigheid’ dit woord wel in de mond te nemen? Teder is nóg weer een stap verder..

Toen ik het verhaal van vanmorgen weer doorlas, over de slapende Jakob, zijn hoofd op een steen, resoneerde het woordje teder daarin voor mij mee. Wie slaapt lijkt immers onschuldig.

Maar, zo onschuldig wás Jakob helemaal niet. Hij had zijn net iets oudere broer Esau overtroefd met de zegen voor de eerstgeborene. En in deze hele broedergeschiedenis zou ons deze wending ook niet moeten verbazen, want de rivaliteit begon al in de baarmoeder. Het was een ‘accident waiting to happen’. En nu denk ik dat de opvoeding van beide broers ook niet echt heeft meegeholpen. Als ouders zo duidelijk hun favorieten hebben, doet dat iets met je eigen beeldvorming. En ook culturele en religieuze gewoontes kunnen mensen, niet altijd bedoeld, tegenover elkaar stellen.

Het hele verhaal is deel van een geschiedenis over volkeren. Hoe ze samen ontstaan, hoe ze uit elkaar groeien, hoe ballast ontstaat en… hoe levens uiteindelijk gelouterd worden. Ook zo’n prachtig rijk begrip, gelouterd. Maar in ons verhaal van vanmorgen ís het nog niet zover.

Jakob is een vluchteling geworden, in een grensgebied terecht gekomen. Hij verlaat zijn geboortegrond om naar elders te gaan en daar een doorstart te maken. Goedbeschouwd is hij dus dader en slachtoffer tegelijkertijd. Maar we hoeven hem niet direct te verontschuldigen. Hij heeft bedrogen, hij heeft fouten gemaakt, hij heeft als mens nog veel te leren.. Een ‘schlemiel’ was hij, las ik ergens, het jiddische woord voor een domkop, een slappeling..

En toch maakt de Eeuwige zich aan hem bekend, op deze plek, zo vertelt het verhaal ons. Een droom, een ladder, engelen.. Het beeld spreekt tot de verbeelding.
Op verschillende niveaus kan er bij deze droom uitleg gegeven worden.

De ladder kan voertuig zijn van de stille gebeden van Jakob, die hij in zijn nieuwe onzekere positie naar boven zendt, en met de engelen zou dan hulp naar beneden komen. Een vertrouwensvol beeld van gebeden die verhoord worden.

Of anders begrepen: in de Joodse traditie zou het beeld van de ladder suggereren dat de persoonlijke beschermengel van Jakob opstijgt om plaats te maken voor andere engelen, die gericht zijn op het buitenland. De gedachte bestond toen namelijk dat ieder gebied onder de hoede staat van een hemels legioen. Dat verschillende teams van engelen het aardse in het oog houden. De ladder is dan hier het beeld dat de hémel Jakob niet heeft verstoten, God zelf gaat met hem mee, als een metgezel in het onbekende. Oók een beeld van gezien worden, gehoord worden..

De ‘verbinding’ die de ladder maakt tussen aarde en hemel doet mij trouwens ook denken aan een ander verhaal uit Genesis. Over de hemeltoren. De toren van Babel. Een toren die nu juist vervreemding en verdeeldheid veroorzaakte. Maar bij deze hemeltoren, hemelladder, gaat het om verbondenheid en betrokkenheid. Het is haast een soort ‘antwoord’ op dat eerste verhaal..

Stuk voor stuk prachtige en zinvolle duidingen van dit tekstgedeelte. Maar heel graag wil ik daar nog een rabbijnse uitleg over dit verhaal naast leggen, die mij heel erg aanspreekt. Een uitleg die verhaalt over ‘nieuwsgierige engelen’, die Jakob al van verre hebben zien aankomen. Engelen die zich over de slapende Jakob heenbuigen en hem zien als wie hij is: een vluchteling met een hele geschiedenis achter zich en een nog lege toekomst voor zich.

Het zal niet echt een mooi plaatje geweest zijn. Misschien zagen ze ook wel de onzekerheid, het bedrog, de menselijke fouten, de armzaligheid. En met dit verkregen beeld stijgen de engelen weer op. Maar daar, boven, in de weerglans van de troon van de Eeuwige, schittert dan nog een ánder beeld, het beeld van een mens die Gods beloften draagt, een mens die ‘geliefd mens’ genoemd mag worden. En verward over dit totaal andere beeld dalen de engelen dan weer af, om nóg eens te kijken. Is dit één en dezelfde? Ze bukken nog eens, voelen ontferming opkomen, want in de hemel zien ze hoe deze Jakob, zwerver, vluchteling, ook bemínd mens is.

Geweldig vind ik deze uitleg. Geweldig en hoopvol vind ik het hoe hierin naar voren komt dat God, dat de Eeuwige altijd en steeds weer het ‘goede’ in een mens bedenkt, naast alle misere en wat er aan brokstukken en tekortkomingen bestaat. Dat er bij God, in de hemel, beelden van mensen bestaan waarin ze boven zichzelf uitstijgen. Waarin mensen in hun volle glorie tot hun recht, tot hun bestemming komen, waarin potentie is, mogelijkheid.  Waarin vernieuwing een plek kan hebben. Waarin er géén ruimte is voor  ‘laat ook maar, dat wordt toch nooit meer wat’. Want is dat niet een zienswijze die slechts zou blokkeren? Wat is er nog mogelijk als je als mens afgeserveerd wordt?

Want ja, dat gebeurt. Dat is wat mensen onderling meer dan eens doen, elkaar afserveren. Het beeld dat je van een ander hebt kan zich heel gemakkelijk vastzetten. De ander kan dan geen kant meer op, kan geen positieve indruk meer maken. En dat is wat mensen doen met situaties die hen boven het hoofd groeien: Verharden, terugslaan, uitsluiten. Zoals we ook bij sommige partijen zien gebeuren in het maatschappelijk debat over vluchtelingen.
Beelden ontstaan natuurlijk niet zomaar. Esau en Jakob hebben elkaar gekwetst, al een leven lang, voordat het tot een ontknoping kwam. Of misschien was het de ambitie van de een versus de onverschilligheid van de ander, waren het de botsende karakters, de verschillende leefgewoonten, de afwijkende inzichten. Was het de eerder genoemde opvoeding, de heersende cultuur. Nature/nurture..

Beelden ontstaan niet zomaar, daar zit altijd een verhaal of een ervaring achter. En in dat kader wil ik nog verwijzen naar een nieuw appel dat gedaan is vanuit de euregionale werkgroep voor vluchtelingen. Waarin onder andere staat dat we vluchtelingen niet moeten zien als gevaar, maar als mensen die in gevaar zíjn. Niet als bedreiging, maar als mensen die bedreigd wórden. Maar er wordt ook benadrukt hoe onze beeldvorming over de ander, angst die daarbij kan meespelen en niet zelden ook onwetendheid, niet weggestopt moet worden, maar ook bespreekbaar moet zijn. Hoe kunnen er anders processen op gang komen? De opvang van vluchtelingen doet een beroep op onze barmhartigheid en tegelijkertijd bestaat er bij mensen ook de angst dat de vrede in de eigen samenleving onder druk komt te staan..

Op de problemen van onze huidige wereld zijn geen snelle en gemakkelijke antwoorden.  Daarmee wil ik vandaag niet scoren. Ook niet op deze vredeszondag. Maar daarvoor komen we volgens mij vandaag ook niet.

Vandaag mag een van die dagen zijn waarop we met elkaar in gebed zijn. Vandaag voelen we ons heel nadrukkelijk betrokken bij wie letterlijk hun land hebben verlaten, of wie zich ontheemd voelen in hun eigen levenssituatie en dat kunnen wij ook zélf zijn..
Biddend en zingend verlangen we met elkaar naar een wereld omgekeerd. Beleven en delen wij ons geloof, onze hoop, ons vertrouwen. En laven wij ons aan bronteksten, zoals het verhaal vandaag van de droom van Jakob.

Ik lees dit verhaal als een verhaal vol barmhartigheid én.. tederheid
We moesten eens weten welk beeld van ons bij God bestaat..
Welke mogelijkheden God voor ons ziet, en dus ook voor de wereld in zijn geheel

Daarom vandaag een kleine ‘grootse’ boodschap, een boodschap dicht bij huis:
Ik mag mij optrekken, wij mogen ons optrekken aan de liefde die God voor ons heeft.

En als we onszelf op die goddelijke manier durven zien..
Wat mag dat dan betekenen voor ons beeld, onze omgang met de ander?

 

Irene Pluim

 


TER OVERWEGING   Joh. 4:  4-30;   39-42 
Oecumenische viering in de Johanneskerk 

Zondag 18-1-2015    10.00 uur   Thema: Dorst

 

“Suzanne komt binnen. Ze loopt meteen door naar de keuken. Ze pakt een glas en zet de kraan open. Twee keer laat ze het glas vollopen en drinkt ze het weer leeg. ‘Zo’, zegt ze dan, ‘daar was ik aan toe. Ik had hard gefietst in de wind.’” Dorst...

 

Het thema ‘dorst’ wordt ons aangereikt vanuit Brazilië. In grote delen van het land is de temperatuur hoog, en de waterbehoefte daardoor groot. Het is een land met grote verschillen tussen bevolkingsgroepen, met veel verschillende kerken, met een groeiende intolerantie en steeds meer geweld. In alle opzichten een land waar het evangelieverhaal van vandaag herkenbaar is voor de mensen.

Maar ook in ons land zijn er veel verschillende opvattingen en is respect voor wie anders is niet vanzelfsprekend. De ongenuanceerde reacties die ik op internet las, van individuen die - naar aanleiding van wat er anderhalve week geleden in Parijs is gebeurd - alle moslims hard en in grove taal veroordelen, die reacties spreken in dat opzicht boekdelen.

 

We zijn vandaag samen in het kader van de week van gebed voor de eenheid. ‘Dorst’ is het thema van onze viering. Waaruit bestaat onze dorst? 

Dorst = (volgens het woordenboek) 1 Behoefte om te drinken – 2 verlangen om iets te krijgen.

De behoefte om te drinken is voor iedereen duidelijk. Water is nodig, een eerste levensbehoefte, en heerlijk als je hebt gesport, als het warm weer is, en noem maar op. Maar hoe zit het bij ons met die tweede betekenis van het woord ‘dorst’; wat verlàngen wij echt, wat houdt ons ten diepste bezig?

Vrede / innerlijke vrede – gezondheid – aandacht / liefde – respect / erkenning – zekerheid – een goed leven – een mens om iets mee te delen – perspectief voor onszelf en volgende generaties. Dat alles is universeel. Dat is herkenbaar voor alle mensen. En toch staat de wereld bol van het onrecht en van oorlogen. Veel mensen zijn bang en voelen zich machteloos. Zeker nu  er pas weer - in Europa, vrij dichtbij en voor iedereen goed te volgen - zo’n aanslag is gepleegd.

Maar angst mag ons niet verlammen. Dus telkens weer, zeker als er akelige dingen gebeuren, is het nodig om te werken aan vertrouwen, vooral aan vertrouwen in degenen die we concreet tegen komen. Arrogantie van macht is onverdraaglijk. Wie heeft het voor het zeggen? Het recht zou toch zijn loop moeten hebben en op basis van geweld alleen mag niet worden geregeerd...

Een oneerlijke verdeling van rijkdom kan niet acceptabel zijn. Dat moet veranderen, ook als we daarvoor zelf moeten inleveren...

 

We zien dus, dat wat we als mens verlangen te krijgen in het leven, dat dat voor veel mensen gelijk is. De dorst, het diepste verlangen zijn hetzelfde. Maar daarmee zijn we er niet.

Hoe komen we tot eenheid in wat we denken en doen, in hoe we met elkaar willen leven? Twee kanten van dezelfde medaille spelen een grote rol:

1 Je openstellen voor anderen: luisteren en de ander als bron van het goede accepteren.

2 Niet schromen om je eigen diepste bron te delen, erover te vertellen.

Telkens weer naar de plek - naar de bron als locatie zou je kunnen zeggen - toegaan, waar je de kans hebt om met elkaar in gesprek te komen. Ook als het niet gemakkelijk is, van beide kanten uit proberen elkaar te bereiken.

 

Ik wil met u nu graag weer even terug naar het evangelie, naar de ontmoeting van Jezus en de Samaritaanse vrouw bij de bron. Het gesprek tussen Jezus en de vrouw ontwikkelt zich – vanuit praktische zaken: vermoeidheid en dorst bij Jezus, geen emmer, hulp nodig - naar wat de vrouw, die ook graag beter hiervan wil worden, nodig heeft – ‘Geef mij van dat water’. En dan blijkt dat het over iets anders gaat, dan over water drinken. Er zit een diepere laag in het gesprek. Het levende water dat Jezus geven kan, zal in haar, in ons, ‘een bron worden waaruit water opwelt dat eeuwig leven geeft’.

De vrouw signaleert snel met wie ze te doen heeft, valt mij op – een profeet? – de messias?

De boodschap van Jezus aan de vrouw gaat vervolgens niet over hemzelf, maar over het aanbidden van de Vader in geest en waarheid. Jezus verwijst naar de Vader. Dat is waar het hem om gaat. Het aanbidden van de Vader in geest en waarheid, het wil zeggen: oriëntatie van iemands hele leven en wezen naar God toe. Maar wat wordt er nu concreet bedoeld? Of moeten we daar zelf naar zoeken? Wat is waarheid? Hoe weet je of de Geest van God je inspireert? Als christen, gedoopt met water uit de ‘Bron’ heb je een basis, die kan helpen. Maar zekerheid vind je niet in boeken, zelfs niet in de bijbel, omdat het leven telkens weer anders is en er geïnterpreteerd moet worden wat alles hier en nu in onze tijd betekent. Hoe kunnen we goede conclusies trekken? De weg van gezamenlijk gebed kan een middel zijn op weg naar de bron van waarheid. In Geest en waarheid God aanbidden kun je misschien wel alleen maar als je God ook werkelijk daarom vraagt. Je bent van God en van andere mensen afhankelijk. Je kunt het niet afdwingen en je kunt het niet bewijzen. Je kunt er wel om bidden... 

 

We zoeken binnen de oecumene naar een groeiende eenheid onder christenen, maar toch zou ik het zoeken naar eenheid breder willen verstaan, omdat ik dat misschien wel veel wezenlijker vind. Niet slechts onder christenen, die al betrekkelijk veel met elkaar gemeen hebben, zoals de mensen die vandaag hier zijn – al kan dat heel waardevol zijn en moeten we daar zeker naar streven. Maar vooral in de hele samenleving. Ik zou met gelovigen en ongelovigen, christenen, moslims, joden, humanisten, boeddhisten, ja, allen die op ons pad komen, willen nagaan hoe we met elkaar de wereld leefbaarder kunnen maken. Door elkaar te blijven zoeken, elkaar te ontmoeten, door vanuit ons gezamenlijke verlangen naar een vredige wereld te blijven luisteren naar elkaar.  Jezus gaat niet voor niks door Samaria, door het land van die andere gelovigen, die Samaritanen. Hij had dat ook kunnen vermijden. Maar hij kiest een weg door dat vijandige land. En gaat in gesprek, met zo’n anders-gelovige. Een vrouw nog wel. Een vrouw die ook nog min of meer buiten haar eigen gemeenschap staat. Hij doorbreekt daarmee alle richtlijnen, ja taboes, die er zijn. En neemt de ander serieus en biedt haar aan wat hij te geven heeft.

 

Wat we in deze viering zoeken is niet een soort eenheidsworst, is ook niet saai, eerder spannend. Eenheid is moeilijk te bereiken. Eenmaal bereikte eenheid geeft veiligheid. Zoeken naar eenheid in verscheidenheid kent spanningsvelden, maar bouwt aan een goede toekomst. Ieder kan vanuit de eigen bron geven, het goede met anderen delen, maar hoeft niet helemaal hetzelfde te worden als de ander. We kunnen in alle openheid elkaar vertellen over onze eigen bron en elkaar laten voelen, laten proeven, wat ons heilig is.

 

We willen dat ook uitdrukken in een gebaar dat vertelt over onze Bron en over ons verlangen. Vanuit verschillende wortels zijn we samen, onze geschiedenis is verschillend, we kennen verschillende smaken en belevingen, ook wat ons geloof betreft. De hier samengekomen gemeenschap is immers heel divers (afkomstig van, ik noem maar, bijvoorbeeld Grevenbicht, Stadbroek, Vrangendael, en vele andere wijken van Sittard en omliggende dorpen). Zo meteen gaan we als symbool water vanuit verschillende kanten van onze gemeenschappen samenvoegen in één bron. Water mengt zich altijd. En zo zullen we van elkaar kunnen leren.

 

Elly Bus-Linssen

 

naar de vorige pagina ...