Ter overweging              


TER OVERWEGING zat. 17 okt. 2020  1 Tess. 1, 1-5b  Matteüs 22, 15-2129e d h j A

                       

Thema:  Wat God toekomt

 

Ook de evangelielezing van dit weekend (Matteüs 22, 15-21) is nog weer onderdeel van de ontmoetingen die Jezus na zijn intocht in Jeruzalem heeft met zijn opponenten, de joodse leiders. Zoals ook de parabels en de discussies die de afgelopen weekenden zijn gelezen. Deze keer gaat het om leerlingen van de Farizeeën en Herodianen, die het gewoonlijk niet met elkaar eens zijn, maar nu samen vragen stellen, opdat Jezus minstens één van beide groepen tegen zich zal krijgen. Een politiek spel wordt er met hem gespeeld, en Jezus komt met wijze woorden glansrijk uit de discussie met de huichelaars tevoorschijn, waardoor de list om hem te ‘vangen’ mislukt. Hij zegt ook tegen ons: Geef aan God wat God toekomt…

Wat verstaan we daar eigenlijk onder? En wie, of misschien wel wat, is God voor ons?

Van wie zijn we, nu we in een gedeeltelijke lock-down, zoals dat zo mooi wordt genoemd, zijn terecht gekomen… Van het RIVM? Van de staat of Mark Rutte? Van onszelf? Van God?

Van wie is ons leven, ons kostbare leven? Van wie is alles (van waarde) wat we hebben, los van materieel bezit of geld? Ons leven, gezondheid, geluk, liefde? Wat hebben we waar we dankbaar voor kunnen zijn? En kunnen we vanuit die dankbaarheid iets terugdoen?

Paulus spreekt in de brief aan de Tessalonicenzen over: uw werkdadig geloof, uw onvermoeibare liefde en uw standvastige hoop op onze Heer Jezus Christus.

En in het ‘gebed om vergeving’ baden we: Ons geloof zou zo groot moeten zijn dat het bergen verzet, onze hoop zou een vurig vertrouwen op de goede toekomst moeten zijn, onze liefde zou een kracht moeten zijn die het aanschijn van de wereld vernieuwt, maar… de opmars van het Coronavirus drukt op ons. Het pakket aan maatregelen ook. En dan hebben we het nog niet over de migratie- en klimaatproblemen of misschien dichter bij huis, de veranderingen die in onze eigen parochie plaatsvinden…

Kunnen we – ook in deze tijd - vanuit alles wat goed gaat, er achter komen hoe we kunnen doen wat God toekomt? Kunnen we horen wat God van ons vraagt? Wat heeft dat te maken met de mensen om ons heen, met ons omgaan met Corona-regels, met de vluchtelingen die in Europa een plekje zoeken, met andere mensen verder weg…? Kan en wil ik horen als God mij roept?

In het onderstaande lied ‘Hoor. Maar ik kan niet horen.’ zegt Huub Oosterhuis:

Zou ik uw woord verstaan, ik moest uw wegen gaan, U volgen hier en nu.

Mogen onze oren open gaan, mogen wij als het ware opnieuw geboren worden, opdat we God geven, wat God toekomt…

Hoor  Maar ik kan niet horen - Huub Oosterhuis

Hoor. Maar ik kan niet horen.

Mijn oren dichtgestopt.

Mijn adem opgekropt.

Mijn hart van leegte zwaar.

Ik ben nog niet geboren.

Ik ben niet, ik. Niet waar.

Hoor. Maar ik wil niet horen.

Zou ik uw woord verstaan,

ik moest uw wegen gaan,

U volgen hier en nu.

Ik durf niet zijn geboren

en leven toe naar U.

Hoor, roept Gij in mijn oren

en jaagt mijn angst uiteen.

O stem door merg en been

verwek mij uit het graf.

Uw mens opnieuw geboren.

O toekomst, laat niet af.

 

Elly Bus-Linssen

 


Getuigenis gebedsdienst zaterdag 10 oktober 2020

bij Jes 25, 6-10a en Mt 22, 1-10

Waarom zou je buiten blijven als je wordt uitgenodigd voor een bruiloft of een feestmaal  met een heerlijke fairtrade slow cooked maaltijd, met eerlijk Livarvlees en  duurzaam verbouwde groenten en fruit en daarbij een biologische wijn zonder sulfiet!

Je zou toch gek zijn?

Blijkbaar krijgen we vandaag een uitnodiging die net zo moeilijk af te slaan is…

wat doen we ermee? Want de maaltijd waar we voor zijn uitgenodigd is een symbool voor iets anders, een uitnodiging voor iets anders… Ik wil even stil blijven staan bij de beweging die de tekst maakt.

Binnengaan of  buitenblijven dat is de keuze uit het evangelie. En de consequenties zijn nogal heftig. Die toon kennen we niet van Jezus. Het spant er blijkbaar om… Wat vraagt hij van mensen op de drempel?

De buitenkant, de verwachtingen en meningen, de conventies, de waarde en de zin van de dingen laten zijn wat ze zijn en naar de binnenkant gaan met alle aandacht en trouw die je kunt opbrengen. Naar de diepte, de bron, de uiteindelijke waarheid van het leven dat je leeft, de mens die je bent geworden, de keuzes die je maakt. Naar binnen… Niet toedekken, niet lacherig afdoen, niet voor lief nemen.

Los van je gewoonten, niet langer eigenwijs. Naar binnen…

Of in het beeld van de eerste lezing: naar boven gaan, de berg op  waar je een goddelijk uitzicht zult vinden gehuld in zonlicht. Zó hoog dat je arenden beneden je ziet vliegen…

Waarom zou je in het dal blijven, in de schaduw, in de engte, gevangen in gemak of angst of gewoonte?

“Lang geleden, voor Corona bestond” (zoals onze Owen van vijf laatst zijn verhaal begon)  was ik deel van een kleine maar fijne leesgroep. We lazen samen allerlei teksten uit de Christelijke mystieke traditie waaronder een klein boekje uit de 12e eeuw , dat “De wolk van niet-weten heet”.

Het boekje zegt dat er een wolk hangt tussen God en de-mens-die-zoekt, en dat het bijna onmogelijk is om door die wolk heen te breken naar een ontmoeting met God. Dat lukt, volgens de anonieme schrijver van het boek,  in elk geval niet door kennis van welke aard dan ook, en zelfs niet door een leven van ascese en gebed, al kan dit je wel voorbereiden op zo’n kort en zeldzaam moment van ontmoeting met God. Wat nodig is, is een volgehouden aandachtig verlangen naar het liefste, het hoogste, De liefste… Een verlangen voortdurend en scherp gericht als de pijl in de boog.

“Niet-weten” heeft in de spiritualiteit niks te maken met kennis, niet met een artikel uit het zaterdagse bijvoegsel van de Trouw dat je niet gelezen hebt, niet met welke vorm van overdraagbare en verifieerbare kennis -  maar met de diepste grond, de laatste waarheid van ons mens-zijn. Geen handen vol twijfel meer. Geen verwijt, geen onmacht maar een nabije God die zichzelf onthuld.

Verborgen God zongen we, laat je toch vinden …

Het mooiste ervan is misschien die laatste regel, want misschien is het niet God die zich verbergt, maar zijn wij het zelf, die de ene stap van buiten naar binnen niet kunnen zetten….  want die éne stap die we moeten doen,  is een stap: wég van onszelf  ---  weg van onszelf Nabije, naar jou toe.

Wég van onszelf. Dán is God ons nabij. Dan wordt de sluier weggenomen.

In het evangelie is die nabije God als een koning die ons uitnodigt voor de bruiloft van zijn zoon, waarin we makkelijk Jezus invullen.

Over de bruid wordt niet gesproken, dat zou jij kunnen zijn, of jij! of zelfs ik!

Zo’n bruiloft, feestelijk en plechtig, waarop je een gelofte aflegt, niet helemaal wetend waaraan je je verbindt, en na drie jaar, twintig, veertig, vijftig jaar een vermoeden begint te krijgen zonder dat alle vragen en alle verwondering ooit verdwijnt.. van wat deze gelofte voor deze mens in houdt…of het nu een kloostergelofte of een huwelijksgelofte is… ik denk dat voor bij hetzelfde geld: het mysterie van die ander openbaard zich niet gemakkelijk…

We keken deze week een oude aflevering van “De verwondering” waarin Déseanne van Brederode vertelde hoe ze, na een heftige huwelijkscrisis,  uit het dal langzaam de berg opklom en de sluier werd weggenomen. Doordat ze geen genoegen nam met voor de hand liggende antwoorden en door haar boosheid en verdriet heen de liefde wilde redden kon het gebeuren dat ze groeide naar inzicht…. Ze las een stukje tekst voor van Augustinus . Een prachtige tekst die ik tot slot wil voorlezen. Je vindt hem dankzij Hans afgedrukt op het blaadje. En u zou hem op YouTube kunnen opzoeken straks waar hij gezongen wordt door Trijntje Oosterhuis in een vertaling van haar vader Huub.

Veel te laat heb ik U lief gekregen,

o schoonheid zo oud en toch zo nieuw.

Veel te laat heb ik U lief gekregen.

Binnen in mij was U

en ik was buiten,

en dáár zocht ik U.

Lelijk als ik was,

stortte ik mij op de mooie dingen die Gij gemaakt hebt

U was bij mij, maar ik was niet bij U!

Die dingen hielden mij ver van U verwijderd;

en toch zouden ze niet bestaan

als ze niet in U bestonden.

Toen hebt U geroepen en geschreeuwd

en mijn doofheid doorbroken.

Geschitterd en gestraald hebt U

en mijn blindheid verjaagd.

Een heerlijke geur hebt U verspreid;

en diep ademde ik die in

en nu snak ik naar U.

Ik heb U geproefd en sindsdien

dorst en honger ik naar U.

U hebt mijn hart geraakt,

en het is ontvlamd

in verlangen naar Uw vrede.

Marianne Boselie

 


TER OVERWEGING zat. 3 okt. 2020 Jesaja 5, 1-7  Matteüs 21, 33-43

27e d h j A  Thema: Recht en onrecht

Twee citaten, de slotzinnen van elk van de lezingen:

1 De Heer ‘hoopte op recht, maar Hij zag onrecht,

Hij zag geen betrachting, maar verkrachting van recht.

en

2 ‘Het koninkrijk van God zal gegeven worden aan een volk dat de vruchten van het koninkrijk voortbrengt.’

Teksten van toen…

En dan is de vraag aan ons om daar iets mee te doen, om ze te verbinden met ons eigen leven. Om er van te leren.

Zo zouden we kunnen zeggen:

          De Heer hoopte op recht, maar hij zag de nood van de vluchtelingen op Lesbos.

          De Heer hoopte op recht, maar hij zag onverschilligheid m.b.t de klimaatproblematiek.

          De Heer hoopte op recht, maar hij zag racisme, ook in Nederland.

          De Heer hoopte op recht, maar hij zag hoe sommige mensen lak hebben aan de                       Coronamaatregelen’

Wat Jesaja zag in zijn tijd, is ook bij ons actueel. Het ‘doen van recht’ zal in het klein moeten beginnen, bij onszelf, in onze geloofsgemeenschap, in ons land.

En als dat niet zo gemakkelijk is, dan zouden we misschien kunnen denken aan Franciscus van Assisi, wiens feest we dit weekend vieren. Franciscus is in zijn leven op zoek. Hij breekt met zijn rijke familie en gaat een andere weg. Godzoeker is hij, net als wij soms in onze tijd. Hij kijkt daarbij naar wat essentieel was in het leven van Jezus. We kennen Franciscus als dierenvriend, maar als we het geheel van zijn leven goed overzien, dan draait dat om meer: om danken, dienen en dragen, om geduld en nederigheid, om vrede en echte vreugde. Bij hem is er opgetogenheid te midden van beproevingen. En dat zijn andere beproevingen dan het moeten houden van anderhalve meter afstand…

Van Jesaja en Franciscus maak ik met u een sprong naar de parabel in het evangelie. Jezus is, na de intocht in Jerusalem, het verhaal van Palmzondag dus, in debat met mensen uit het volk, zijn leerlingen zijn er ook bij en dan voegen ook de hogepriesters en de oudsten zich bij de groep. Jezus is met hen in discussie over zijn bevoegdheid en dan vertelt hij enkele parabels. Het evangelieverhaal van dit weekend (Mt. 21, 33-43) is er één van. De gang van zaken in de parabel past Jezus toe op de joodse leiders onder zijn toehoorders. Die hebben het laten afweten, en daarom zal het koninkrijk van God voor anderen zijn…: voor de mensen uit het volk, de leerlingen of wellicht zelfs de tollenaars en hoeren die zich onder zijn gehoor bevinden. Dat is voor de Schriftgeleerden onverteerbaar, en het conflict wordt steeds groter. U weet waar het eindigt…

Maar nu naar onze tijd terug. Want voor ons gaat het natuurlijk om de rol die we zèlf spelen. Over recht en onrecht in onze maatschappij, in onze wereld gaat het. Is ons handelen in overeenstemming met onze ideeën over een christelijke levenshouding? Het gaat er niet om, om in naam bij de groep christenen te horen, of netjes naar de kerk te gaan, maar om een christen te zijn in doen en laten… Als we telkens opnieuw kijken wat we zelf kunnen doen, dan levert dat die vruchten van Gods koninkrijk op waar Matteüs over spreekt…!

 

Elly Bus-Linssen

 


TER OVERWEGING zat. 12 sept. 2020 Wijsheid van Jezus

Sirach 27,30 – 28,7 Matteüs 18, 21-35

24e d h j A Thema:  Vergeven? Onbeperkt, altijd opnieuw

De Zweedse auteur Ann Heberlein schreef een biografie over de filosofe Hanna Arendt. Daarover stond afgelopen dinsdag een artikel in Trouw met de titel: Soms is het moreel fout om te vergeven. Als schuld onophefbaar is, mag je daar geen eind aan maken. Denk aan de Holocaust…

Vergeving kan alleen in een relatie. Maar soms kan het voor iemand beter zijn om de relatie niet aan te gaan en onverschillig te blijven en zo zichzelf te beschermen, zo meent de schrijfster. Zij heeft zelf te maken gehad met een verkrachting, haar ervaring is dat onverschilligheid naar de dader toe haar helpt om met de herinnering daaraan om te gaan.

Vergeving is volgens de algemene opvatting het iemand niet meer kwalijk nemen van een ernstige daad. Deze daad overtreft het gewone en is iets waarvoor gewoon even sorry zeggen niet afdoende is. En dan zegt Jezus in het evangelie van vandaag dat je zeventig maal zeven maal moet vergeven. Onbeperkt en altijd opnieuw vergeven.

Kan dit wel?  Of misschien moet je zeggen: Wanneer kan dit? En wanneer kan ik dit?

In de parabel staat de eerste heer, de koning, voor God: een hele grote schuld (tienduizend talenten) wordt de dienaar kwijtgescholden.

God vergeeft ons – we krijgen heel veel ruimte -  dan moeten wij zeker vergeven als ons iets (kleins) is aangedaan.  De dienaar zelf, in het tweede deel, geeft zijn mede dienaar die ruimte niet, hij is onverbiddelijk, die honderd denariën moeten betaald worden. Er is benauwenis.

Hoe komt dit voor in ons eigen leven? Allemaal maken we fouten, hebben we te maken met misverstanden, met mensen die ons niet liggen, met mensen die andere meningen of gewoonten hebben. Hebben wij bij iemand iets goed te maken? Daar begint wat we kunnen doen. Bij degene die het slachtoffer is. Is er iemand die ons iets heeft aangedaan? Wat is dan mogelijk? Vergeven kan in principe alleen gebeuren door degene die iets is aangedaan. Maar als dat niet kan, dan komt God in beeld. Mild, barmhartig, genadig, lankmoedig en goedertieren, zo is God, zo zegt psalm 103. God is geduldig en liefdevol.

Maar vergeving wordt verdiend met vergeving, dat bidden we ook in het Onze Vader.

Er in onze parochie veel veranderd. Het is een moeilijke tijd, sommige mensen zijn het niet met elkaar eens. Er is veel onzekerheid: de corona ontwikkelingen en maatregelen, andere priesters, de toekomstige samenwerking met andere parochies, de vergrijzing van onze parochianen en noem maar op. Hoe gaat het verder? De meningen zijn verdeeld over hoe we vieren op zaterdag en zondag en dat is moeilijk – misschien is hier ook mildheid nodig, ruimte en begrip naar elkaar toe. Zou het thema van vandaag ons verder kunnen helpen…?

 

Elly Bus-Linssen

 


Ter Overweging 29 aug 2020

 

Er zijn veel levensvisies en dat al duizenden jaren zo. Kort door de bocht en wat te ongenuanceerd een korte samenvatting:

De stoïcijnen bijvoorbeeld meenden bijna 2,5 duizend jaar geleden dat het ‘t beste was om het leven te nemen zoals het was, zowel het goede als het slechte. Dat klinkt op zich goed, maar in hun ogen was alles al tevoren vastgelegd, mensen hadden geen invloed op het leven. Door onthechting kwam men tot aanvaarding en innerlijke vrede, zo was de gedachte. Een soort predestinatie dus.

Bij het boeddhisme, vaak zo positief gezien en inderdaad een overwegend vreedzaam geloof, is de kern van het hele leven lijden. De oorzaak daarvan: onvervulde verlangens. Door meditatie en zelfverloochening is het mogelijk de vlam van de kaars van verlangens uit te blazen. Als er geen verlangens meer zijn, zal er ook geen lijden meer bestaan.

Plato gaf ons weer een ander advies. Hij stelt dat de wereld waarin we leven een schijnwereld is. Voorbij dat leven is het echte leven, waartoe je je kunt verheffen.

Het evangelie van dit weekend toont dat het christendom wezenlijk anders naar het menselijk bestaan kijkt, al zijn er als je het negatief wil zien, soms ook sporen van bijvoorbeeld predestinatie te zien of van het misbruik maken van een leven na de dood om mensen hier en nu klein te houden. Toch, Jezus vraagt van ons geen stoïcijnse onthechting, geen boeddhistische zelfverloochening en ook geen Platonische verheffing. Maar wat hij dan wel vraagt is ook niet simpel. Neem je kruis op! Lijden dat tot geluk leidt is een van de vele paradoxen die het christelijk geloof kent: we moeten arm worden om rijk te zijn bij God, we moeten sterven om echt te kunnen leven, de eersten zullen de laatsten zijn, gelukkig zij die vervolgd worden en tenslotte: wil je gelukkig worden, neem dan het kruis op je schouders, volg Jezus’ voorbeeld. Dat hoeft niet letterlijk, zoals sommigen in bijvoorbeeld de Semana Santa doen in onder andere Spanje of de Philippijnen, maar wil je echt gelukkig worden, zoek het dan niet in aards genot, aanzien, macht of eer!

Lastig, want willen we dat niet allemaal een beetje? En wanneer is genot, aanzien, macht en eer méér dan een welverdiend schouderklopje zo nu en dan, of een wel degelijk verdiende onderscheiding?

Petrus wordt door Jezus hard aangepakt. Of eigenlijk misschien ook niet. Want het is niet Petrus die wordt aangevallen, maar dat in hem wat maakt dat hij Jezus blind wil volgen, terwijl Jezus mensen nodig heeft met open oog en oor, die achter hem staan in plaats van in de weg lopen. Want dat betekent Satan letterlijk min of meer: dwarsligger. En Jezus heeft bewust deze Petrus, die meermaals laat blijken hoe  menselijk hij is (gewoon door menselijke fouten te maken), als zijn fundament gekozen. Dat doet Jezus expres denk ik, om te tonen dat we als kerkgemeenschap bestaan uit feilbare mensen en alleen sámen deze wereld kunnen ‘heiligen’, met Petrus als voorbeeld. En soms, soms stijgen feilbare mensen boven zichzelf uit. Ik stel u er één van voor uit onze eigen dagen en onze eigen Limburg:

In april gingen we, midden in Corona-tijd, op bezoek bij Lei. Lei, professor in Heerlen, Nijmegen en Sao Paulo. Priester van ons bisdom, die ons veertig jaar geleden trouwde als studenten van de HTP, leermeester van leven én kerkhistorie, doopvader van onze kinderen, pastor van studenten, koordirigent die ons biddend leerde zingen én daarna humorvol en open ontving en trakteerde op zijn eenvoudige kamer, die in zijn vakanties ging doceren in Brazilië, graag spelletjes deed, fietste tot op zijn oude dag en zo veel meer. Hij was dit jaar 60 jaar priester en Corona ontnam hem de mogelijkheid van een welverdiend feest, waarop vele oud-studenten uit alle windstreken hem zouden komen fêteren. Wij gingen hem, op gepaste afstand tóch even fêteren, in zeer kleine kring, een ‘inpandige picknick’ in zijn sobere appartement in Heerlen. Ook Lei heeft zijn portie lijden gehad, in zijn dagelijks leven in een moeilijke tijd in de wereldkerk, in het bisdom en in zijn persoonlijk leven. Vandaag deden we hem uitgeleide, 84 jaar oud.  De liederen die we zouden zingen bij zijn feest met Pasen zongen we ook nu, want het is zijn Pasen!

Lei was wetenschapper, maar was ervan overtuigd dat we allen ook uiteindelijk maar ‘tuinkabouters’ zijn vergeleken met Jezus. In hem herkennen wij, Marianne en ik, maar ook mensen als Melanie Broos en Fons Litjens, allen oud-studenten van de HTP, een stukje Jezus, zoals hij uit de teksten vandaag naar voren komt. Lei was zeker van zichzelf en van zijn geloof, ik heb bij hem nooit de twijfel van Jeremia bespeurd, hoe begrijpelijk die twijfel ook is en hoe herkenbaar bij zovelen. Maar ook Lei was verscheurd. Verscheurd door zijn liefde voor de kerk als gemeenschap van mensen, en voor zijn liefde voor het instituut kerk, waar hij desondanks en tegen zijn wil mee in de knel zat. Verscheurd ook door zijn gewilde en bevestigde keuze voor het priesterschap en de nooit gewilde eenzaamheid die dat óók met zich meebracht. Hij wilde niet uit de kerk noch uit het priesterschap en gíng er ook niet uit, maar worstelde wel met Gijsen en andere hardliners. Hij probeerde te laveren en vanuit mensen denkend, maar Jezus’ voorbeeld in het  oog houdend, daar het beste van te maken. Dat probeerde hij ook over te dragen en daar zijn wij en enkele honderden pastores in binnen- en buitenland hem dankbaar voor. Zonder hem te hebben gekend zijn via deze pastores vele tienduizenden beter of nóg beter begeleid. Door zijn voorbeeld van het goede leven vóórleven in plaats van het ene zeggen en het andere doen, is uiteindelijk zijn leven van groter betekenis geworden dan het oppervlakkig gezien lijkt. Hij hoort tot de mensen over wie nog vele jaren na zijn dood gesproken zal worden omdat hij groter was dan het leven zelf.

In hem werd het evangelie van vandaag waar, want liefde bij Jezus heeft niets te maken met oppervlakkige sentimenten, maar met meewerken aan het geluk van je naaste (en dat is ieder om je heen, ook die vervelende collega of buurman). Want uiteindelijk is kwaad met goed vergelden de meest duurzame manier om onze wereld daadwerkelijk beter te maken…

 

Peer Boselie

 


TER OVERWEGING zat. 22 aug. 2020 Jes. 22,19-23  Matteüs 16, 13-20

21e d h j A Thema:  De sleutels van het Rijk der hemelen

Sleutels. Ik heb er een heleboel. Van bij mij thuis natuurlijk, van onze auto en van het huis van mijn moeder. Van allerlei ruimtes bij Op de Bies, waar ik ook werk. En een hele bos van onze parochie: van de deuren van de verschillende ingangen van de kerk met een zgn. druppel om het alarm uit te zetten, van het parochiehuis, het parochiecentrum, van een extra hangslot, van de communiekast en van de kluis. Ik kan overal in. Dat is een praktisch iets, noodzakelijk om hier te kunnen werken. Het is echter niet alleen iets praktisch. Zo’n bos sleutels gaat gepaard met een bepaalde daaraan gekoppelde verantwoordelijkheid. 

En dan zegt Jezus bij de evangelist Matteüs dat hij de sleutels van het Rijk der hemelen aan Petrus zal geven. Wat betekent dat? In de lezing uit het boek Jesaja krijgt Eljakim de sleutel van het huis van David op zijn schouders gelegd. De sleutel van het huis van David: teken van waardigheid maar tevens een grote verantwoordelijkheid en macht.

Matteüs heeft bij het schrijven van zijn evangelie vast aan deze tekst in het boek Jesaja gedacht. Hij wil duidelijk maken dat Petrus, hoewel hij ook soms brokken maakt, op grond van zijn geloof een heel belangrijke plek heeft. De sleutels die Petrus krijgt toegezegd, verwijzen naar moreel gezag: binden en ontbinden gaat over de bevoegdheid om te oordelen wat is toegestaan en wat is verboden. Maar… het is ook goed om deze evangelieperikoop in verband te zien met de rest van het evangelie en zo wat hier geschreven is een beetje te relativeren. Want we zullen volgende week horen dat Petrus niet echt beseft wat hij eigenlijk heeft gezegd. Zijn beeld van de Messias klopt niet met het levenspad van Jezus.  Nog een reden om de volmacht inzake ethische kwesties te relativeren is dat deze later in het 18e hoofdstuk van het Matteüs-evangelie ook aan de andere leerlingen worden toebedeeld. In feite zelfs aan alle latere volgelingen…  Ook aan ons, als we innerlijk willen afstemmen op wat God wil. Dat is overigens geen eigen verdienste, het is iets dat je ontvangt… Maar, wie werkelijk gelooft in Jezus, wie in zijn leven met de daarbij horende toewijding en ernst handelt en beslist, wordt sleuteldrager en kan de deur van het geloof voor anderen openhouden.

Geloven en geloof overdragen aan anderen is niet iets dat puur theoretisch alleen met woorden gebeurt. Juist helemaal niet…  Geloof en moreel gezag is veel sterker als het gebaseerd is op en zichtbaar is in het geleefde leven van degene die spreekt. Als christen zijn we alleen geloofwaardig als we proberen te helpen. Wie beseft wie Jezus echt is, probeert te dienen en te geven en lief te hebben… Hoe? Wat kunnen we in de praktijk van ons leven doen? Een gift naar giro 555 voor de mensen in Beiroet... Zelf zorgen voor minder CO2 uitstoot vanwege het klimaat door te besparen op energiegebruik (want elke eenheid elektriciteit of warmte die we besparen hoeft niet te worden opgewekt)... Ondertekening van een petitie van PAX of Amnesty International... Een telefoontje of een kaartje, gewoon echte belangstelling en een luisterend oor… Rekening houden met Corona-risico’s vanwege mensen met een kwetsbare gezondheid…

Er zijn allerlei manieren en vele hiervan zijn nodig. Dan is het Rijk der hemelen ook hier op aarde te zien. Laten we allemaal zoeken naar de sleutels die vandaag daarvoor nodig zijn en ook sleuteldrager worden.

 

Elly Bus-Linssen

 


Ter Overweging 15 augustus 2020

  

Onze Godelieve en haar Kevin verwachten half september hun eerste kindje. Zwanger zijn in Corona tijd brengt voor de aanstaande moeder veel spanning mee. Weten, dat als je ziek wordt, je niet op je buik gedraaid beademd kunt worden, is beangstigend. Maar er was meer:  reizen met het openbaar vervoer was lang niet mogelijk, papa kon niet mee kan naar de vroedvrouw voor de echo, en de laatste weken is er de grote vraag: wát als de baby ziek zou worden! Liever maar geen bezoek de eerste maand…

Alsof een zevenkoppig monster het kindje zou kunnen weggrissen…

Veel zwangere vrouwen dromen zeer levendig en gevaar speelt in die dromen uiteraard een grote rol. Je voelt je heel verantwoordelijk voor dat groeiende, kwetsbare wezentje en zo hoort dat ook te zijn.

Dat wordt allemaal nog versterkt als er een genetische afwijking in de familie rondwaart, als er een IVF behandeling nodig was om zwanger te kunnen worden, als er financiële problemen zijn of de aanstaande vader al van het toneel verdwenen is. Om nog maar niet te denken aan de situatie waarin vluchtelingen en asielzoeksters verkeren.

In het mythische verhaal dat we als eerste lezing hoorden staat heel veel op het spel. Eigenlijk staat álles op het spel. Het kwetsbare goede dat wordt belaagd door het ultieme kwaad. ´Zoals zo vaak, zoals in alle tijden en overal gebeurd….” Sommige elementen in dat verhaal zijn trouwens veel vreemder dan de zevenkoppige draak waarbij je meteen denkt aan de zeven doodzonden: hoogmoed, hebzucht, wellust, jaloezie, vraatzucht, woede en laksheid. Er zijn draken genoeg in onze wereld die worden gekroond met macht. En er zijn draken genoeg in ons eigen leven waartegen we vechten zonder dat we er de term “doodzonde” nog aan koppelen.

Het is een vreemd verhaal en daarom wilden Marina en ik juist daarbij eens stilstaan.

Wat te denken van een God die in de hemel troont en niet in staat is iets te doen. Híj is het niet die redt, maar als het bedreigde kind bij hem gebracht wordt vindt het bij God wel toevlucht. Wie er wel “redt” is niet duidelijk, het moeten dan wel engelen zijn… in welke gedaante dan ook.

We leren gaandeweg afstand doen van het beeld van een Almachtige God die op voorspraak van Maria of een andere heilige ons lot ten goede kan doen keren, en accepteren, meer en meer, het beeld van de machteloze God die niet kan ingrijpen maar meelijdt met elke mens in nood…. Er simpelweg bij blijft… Een beeld dat ná de Holocaust zijn intreden deed. En al zullen er in onze westerse wereld minder en minder mensen zijn die de Voorspraak van een heilige verhopen, toch blijven we kaarsjes aansteken…. want omgaan met machteloosheid is verschrikkelijk moeilijk.

Maria heeft voor velen de rol van Voorspreekster en Middelares. Als niemand redden kan, dan kun je bij haar je toevlucht zoeken. Ze is moeder geworden, heeft haar kind verloren en kan dus alle leed begrijpen. Ze staat er niet boven, maar middenin het lijden-en- leven als ervaringsdeskundige. En als je veel verdriet hebt, is iemand die het begrijpt veel waard. Ach…

Op onze afbeelding staat ze dan in een uiterst hoekje gedrukt, die vrouw die “het goede” zal baren, zou willen baren en bedreigd wordt. En ons voorbereidende gesprek draaide om die, in het hoekje weggedrukte, vrouw die dadelijk naar de woestijn gevoerd zal worden waar voor haar een plaats is bereid…. Tjonge: het mannelijke kind op de troon van God, de barende vrouw de woestijn in. Opzij. In een hoekje van de geschiedenis, in een hoekje van de kerk, in een hoekje van de keuken tot voor kort. Kleingehouden, kleingemaakt, met een laag zelfbeeld en veel talenten die niet aan bod mogen komen. Emancipatiegolven, goed onderwijs en een groeiende arbeidsmarkt hebben dat veranderd, maar lang niet overal in de wereld en ook niet in alle lagen van onze samenleving. En zéker niet in onze kerk!

Vindt u het niet vreemd dat dit verhaal gelezen wordt op het feest van Maria Hemelvaart?

-Met dat zeer vreemde en laatste dogma leek er in 1950 recht gedaan te worden aan haar, maar is dat zo? Want aan wie wordt recht gedaan?  Aan de vrouw die haar sexualiteit op zij zet om Gods wil te doen. Aan de vrouw die zelfs door haar bijzondere zoon opzij wordt geduwd: “Wat is er aan u en mij vrouw?” horen we in Kana en in Kafarnaüm: “Wie is mijn moeder, wie zijn mijn broers? Degenen die de wil doen van mijn Vader!”

De kerk heeft de gehoorzame, gewillige, zwijgzame, eeuwige maagd verheven en tot voorbeeld gesteld. Zó kan ze geen kwaad.

En terwijl onze pastoraal werkster goed geschoold, ervaren en  beschikbaar is werd ze de afgelopen maanden opzij geschoven door een priester die de mis komt lezen.

Eén generatie pastorale werkers en het is al weer voorbij. Hoeveel moeite ze zich ook getroost hebben om te studeren en te werken met een gezin erbij. Om zichzelf te bewijzen en tegelijk bescheiden te blijven. Omdat ze anders, niet geaccepteerd zouden worden. Natuurlijk de mannelijke pastor en leek is evenmin geaccepteerd, maar hen stond de weg open van diaken en velen zijn die weg gegaan. Zo konden ze tenminste preken, dopen, huwen en begraven…

Zeker weten hadden de eerste christengemeenten vrouwelijke diakenen, maar hun namen zijn weggemoffeld. Ach….

Het duurde tot 1970 voordat Theresia van Avila en Catharina van Siëna als eersten  tot kerklerares werden uitgeroepen en intussen is die eer ook te beurt gevallen aan: Theresia van Lisieux.

Nee, in onze kerk maak je als vrouw nog altijd de meeste kans als “maagd en martelares”.

Soms vraag ik me af hoeveel goeds zou er door de eeuwen heen door vrouwen gebaard is / had kunnen zijn?

Het gedicht van Gabriël Smit dat we straks horen zegt het: de kamers liggen vol stof en de tuin is verwilderd…. Heilig Maria, sta ons bij

 

Marianne Boselie

 


TER OVERWEGING zat. 11 juli 2020       Jes. 55, 10-11  Matteüs 13, 1-9

15e d h j A    Thema:         Gods woord vruchtbaar?   

God heeft het eerste woord…

Dat woord horen of lezen is één ding. Maar dat wat er staat, dat wat Jezus zegt ook toelaten, geloven en in je opnemen, het geheim proberen te begrijpen en te leven, zodat het rijk van God dichterbij komt, dat is heel wat lastiger. Kunnen we dat, op de één of andere manier?  

Verantwoordelijkheid nemen voor onszelf en anderen, voor hoe de wereld zal worden, met ogen en oren die openstaan voor wat mensen vandaag overkomt? Is er zachtheid en warmte, licht en liefde in ons… of anders gezegd, is er een goed stukje grond in ons hart?

Jezus spreekt in gelijkenissen, in voorbeelden die dicht bij de ervaringen van de toehoorders staan. En hij legt zijn leerlingen nog een keer extra uit wat de parabel van de zaaier betekent…

Als je wel hoort wat ik zeg, maar het niet snapt, dan ben je als zaad dat op de weg valt en wordt opgegeten door de vogels.

Als je mijn woord wel hoort, en er blij om bent, maar bij het geringste al afgeleid bent en het dan vergeet, dan ben je als zaad dat op de rotsen valt en geen wortel kan schieten.

Als je mijn woord wel hoort, maar het niet onthoudt door je eigen zorgen of drukke werkzaamheden dan ben je als zaad dat tussen de distels valt en wordt verstikt.

Als je het wel hoort, het begrijpt en ernaar leeft dan ben je als zaad dat op goede grond valt. De opbrengst is dan groot. Honderdvoudig, zestigvoudig of dertigvoudig zegt het evangelie…

Het is wel een zaaier van niks, die beschreven wordt… Wie gooit zijn goede zaad toch op de weg, op de rotsen of tussen de distels? Of gaat het er juist om dat ons duidelijk wordt dat er toch altijd ook wel zaad op goede grond terecht komt? Zou God het stukje goede grond in ons weten te vinden, zodat we toch iets begrijpen van wat Jezus zegt en van wat hij doet en het niet vergeten, maar vasthouden om vanuit te leven…?  Zodat het zaad van Gods rijk toch vruchten oplevert? Mogen we daar optimistisch over zijn? Welke vruchten zouden dat kunnen zijn in onze tijd? Wat zijn de zaadjes die bij ons goede grond zouden moeten vinden? Hoe kunnen wij meewerken aan dat koninkrijk van God…?

In de voorbereiding van de zaterdagdienst spraken we – nadenkend over een voorbeeld van dat meewerken aan Gods rijk in onze tijd - over racisme, over vreemdelingen en vluchtelingen. Racisme is ook in onze maatschappij niet zo ver weg als we soms menen. Er zijn bijvoorbeeld bij de Belastingdienst op dit punt echte fouten gemaakt. Maar ook wie zich nergens van bewust is kan op dat punt toch andere mensen kwetsen. Daar moeten we het wel met z’n allen over hebben... Opdat racisme aan het licht komt en bestreden kan worden... En opdat we leren hoe we dit beter kunnen doen, hoe we elkaar werkelijk recht kunnen doen.

Elkaar recht doen… Ook in de gewone omgang met elkaar hier in de parochie is dat al niet gemakkelijk. Ook los van onze huidskleur zijn we allemaal andere mensen, met verschillende karakters, een andere achtergrond en geschiedenis. We zijn door onze ervaringen gevormd en dragen onze eigen kwetsbaarheid met ons mee. We leven in bepaalde omstandigheden, zijn armer of rijker aan geld, aan geluk, aan gezondheid, aan mensen die om ons geven, dan sommige anderen. Het is niet allemaal eerlijk verdeeld, en toch zouden we elkaar gelijk moeten behandelen. Maar hoe doe je dat? Het is niet vanzelfsprekend…

Het evangelie van vandaag wil ons laten nadenken over ons eigen gedrag, over onze eigen bereidheid om te groeien in naastenliefde, in respect voor andere mensen, in alles wat Gods rijk op deze aarde dichterbij brengt. Daar gaat het om, dat Gods woord op die manier vruchtbaar wordt…

 

Elly Bus-Linssen

 

naar de vorige pagina ...