Ter overweging              


Getuigenis: Vrangendael. 7 aug 2022

In de eerste lezing zien we een enorm aantal voorbeelden van hoop en vertrouwen:  Abraham natuurlijk, en Sara, maar vooral die Abraham, die bleef geloven dat de God die hij leerde kennen, zijn belofte zou houden, zelfs tegen natuurwetten van hoge ouderdom in. Hij ging op weg, in vertrouwen en hopend op God. En een interessante zin: God schaamde zich niet om hun God genoemd te worden. In het evangelie zien we eigenlijk hetzelfde, mensen op weg, in vertrouwen. Weest niet bevreesd. Ga op weg, houd uw lendenen omgord (dus: ben klaar voor de reis). Gedraag je als mensen die wachten op de heer.

Maar: in het evangelie hebben we als mensen een extra opdracht gekregen: in het oude testament was Godsvertrouwen alleen genoeg. Inmiddels echter heeft Jezus voorgedaan hóe oprecht, integer, jezelf wegcijferend te leven. En alleen vertrouwen op God is dan niet meer genoeg. We moeten met zijn voorbeeld aan de slag. Zoals Franciscus van Assisi dat deed. En zeker: minder extreem dan hij het deed, maar niet vrijblijvend.

Vertrouwen blijft natuurlijk een centraal woord. Godsvertrouwen én vertrouwen in de mensen, beeld van God immers. En zien we dat vertrouwen om ons heen? Nee, zou je kunnen zeggen. Hoe kan dat ook, in een samenleving waarin minder dan 50% nog gelovig is, waar het ‘nietsisme’ oprukt, waar niets en niemand nog een officiële instantie lijkt te vertrouwen, (en soms terecht naar is gebleken). Een zwart beeld? Ja, dat klopt, jammer genoeg echter is het beeld weliswaar niet echt zwart, maar behoorlijk donker grijs. Wantrouwen heeft de plaats ingenomen van vertrouwen bij grote delen van de bevolking. Maar toch, ook Ja! Zou je kunnen zeggen. Het vertrouwen is wel degelijk zichtbaar. Erg veel zelfs soms, al is het dan (net als bij Abraham ongetwijfeld) ook gepaard aan een grote of kleinere mate van onzekerheid en soms duidelijke wanhoop. Maar je ziet het, ieder dag opnieuw: Je ziet het in mensen, die onderweg zijn, als Abraham, wegtrekkend uit hun eigen land, maar met hoop én vertrouwen dat het elders beter zal zijn. Dat men een land zal vinden waar men welkom is, waar voorspoed, geluk en gezondheid centrale begrippen mogen zijn in plaats van onzekerheid, oorlog en geweld. We noemen ze vluchtelingen en asielzoekers. Eigenlijk vluchten ze vaak omdat ze niet anders kunnen, maar ook omdat ze, net als Abraham hun kinderen, kleinkinderen en de geslachten erna een betere toekomst willen geven. Vaak weten ze heus wel dat ze zelf sober en aan de onderste sport van de ladder die samenleving heet zullen wonen. Welke arts of schoolmeester kan immers meteen hier weer aan de slag, beide hebben meer kans om als schoonmaker hun brood te gaan verdienen. En dat is een eerzaam beroep, maar toch… Maar hun kínderen, die zullen het beter hebben! Ze kijken vooruit, vér vooruit, naar een uiteindelijk duurzamer toekomst, waar vrede, veiligheid en verzorging centraal zullen staan. Waar de werken van barmhartigheid (kent u ze nog: De hongerigen spijzen; De dorstigen laven; De naakten kleden; De vreemdelingen herbergen; De zieken verzorgen; De gevangenen bezoeken; De doden begraven), waar deze werken geïnstitutionaliseerd zijn in een oorspronkelijk christelijke, zij het ook toen niet perfecte samenleving. En ieder van die werken is belangrijk, de eerste honger lenigen, maar ook de doden begraven, vanuit respect voor de mens en zijn of haar heiligheid, als onderdeel van de schepping.

Vluchtelingen kijken, (vanuit een eerste acute noodsituatie vaak, als ze gedwongen zijn weg te gaan uit hun land) vooruit naar een nieuwe, betere toekomst, ver vooruit vaak. En daaraan moeten wij ook mee doen, als samenleving, als mens. En dat kan soms alleen maar zijn het stemmen op de goede partij, of wat geld doneren, omdat het niet anders kan wegens leeftijd of andere omstandigheden bijvoorbeeld. Hopen en vertrouwen dat een regering, een gemeentebestuur en andere instanties het goede doen. Anderen kunnen soms méér doen. Ieder van ons heeft echter de opdracht sinds Jezus ons Zijn leven heeft voorgeleefd om niet alleen maar te vertrouwen dat het wel goed komt. We zijn ook zelf aan zet…

Want we moeten ons af blijven vragen: Schaamt God zich ook niet om ónze God genoemd te worden?

Belangrijke woorden aan het einde voor mij vooral ook: aan wie zware verantwoording dragen worden hun daden ook zwaar berekend. Zwaar gestraft als ze bewust fouten maken. En dan geldt dat in onze dagen in het groot voor mensen die met miljarden omgaan, en voor politici, die met mensenlevens omgaan alsof het een paar euro is. Maar ook voor mensen als ons, waar iets kleins tegelijk heel groot kan zijn. Maar in de tekst komt er ook meteen na: Zij die in onwetendheid zaken fout deden, worden licht bestraft. Hier zien we een geweten, letterlijk en figuurlijk komen bovendrijven. Zij die iets per ongeluk, onbedoeld hebben gedaan, kunnen daar eigenlijk niet veel aan doen. Een ongeluk zit vaak echt in een klein hoekje. En dan is er gelukkig altijd ook nog het besef dat God zoals Jezus vaak genoeg zegt, een God van liefde is, waar opnieuw beginnen, 70 maal 7 maal een kernbegrip is, en barmhartigheid hét kernwoord. Als God íets is, is het een wolk van begrip, warmte en barmhartigheid. Voor íedereen, hier en nu, én voor hen die al bij Hem wonen…

Amen

Peer Boselie

 


TER OVERWEGING Zond. 10 juli 2022    Deuteronomium  30, 10-14   Lucas 10, 25-37

Thema:         Laat je raken

 

Crisis op crisis lijkt zich op te stapelen. Los van oorlogsdrama’s elders zien we ook in ons land vele problemen. Er is woningnood, er zijn hoge energieprijzen, corona blijft maar aanwezig… Er zijn problemen in de opvang van asielzoekers, we hebben de gaswinning in Groningen in relatie tot het klimaat en aardbevingsschade, tekorten in de publieke sector zoals de zorg en het onderwijs enz. Een hele waslijst…

Er gebeuren daarnaast ook de nodige ongelukken… Of een kind raakt vermist of wordt vermoord. Kort maar ook langer geleden – vandaar ook het beeldje hier vooraan, dat aandacht vraagt voor Rosa van der Palen en alle vermiste kinderen… De vermissing van Rosa is inmiddels 26 jaar geleden en de onduidelijkheid is gebleven... We staan er vandaag weer bij stil wat dat betekent...

Er is overal veel aan de hand… Nogal wat mensen in Nederland verliezen hun vertrouwen... Ze hebben geen vertrouwen in de politiek en in hun toekomst. Er is onvrede. De opstapeling van problemen maakt het moeilijker. Sommige mensen verharden. Gaat het nog ergens goed? Worden we allemaal hard van binnen door alles wat gebeurt… Of zouden zachte krachten aanwezig blijven?

Waar gaat het om? Wat maakt ons tot mens? Hoe kijken we naar de crises die ik noemde. Worden we boos of onverschillig? Voelen we angst of onmacht, zijn we lamgeslagen? Zijn crises een oproep om in actie te komen om iets aan de situatie te doen? Of - op een andere manier - worden we extra gevoelig voor specifieke mensen die - wellicht door dit alles - kwetsbaar zijn en zorg nodig hebben? Zien we wie hulp nodig heeft en kunnen we op individueel niveau ruimte maken voor een ander? Ruimte in tijd, of in geld of hoe dan ook… zoals de Samaritaan dat doet? Laten we ons nog raken?

Terug naar het evangelie… De wetgeleerde in het evangelie wilde Jezus op de proef stellen. Hij stelt de vraag ‘Wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwig leven?’ niet omdat hij iets wil weten, want eigenlijk weet hij het antwoord, zo blijkt… Hij heeft een andere bedoeling met de vraag. En hij ‘wilde zijn gelijk halen’, zo staat er. Maar toch is zijn vraag interessant voor ons. Waar komt het op aan in het leven, wat heeft eeuwigheidswaarde? Waarde voor God? Wat zegt de bijbel hierover? De eerste lezing wijst ons een richting aan. Als je uitgaat van wat in je omgaat als er iets gebeurt, van wat je voelt, dan heb je weet van Gods geboden. Kunnen we die weg van God gaan? Kunnen we de ander liefhebben en dienen, afstemmen op wat die nodig heeft.  (En dat overigens in balans met wat we aankunnen. Want wie zichzelf helemaal vergeet kan uiteindelijk ook geen anderen meer helpen.)  Anderen liefhebben…. Het klinkt als iets heel groots, maar het kan ook gaan om betrekkelijk eenvoudige zaken.

Een piepklein voorbeeldje. Een week of zeven geleden is onze hond overleden, maar ook zonder hond gaan mijn man en ik regelmatig, samen of alleen, een stuk wandelen. Afgelopen week vraagt een onbekende aan mijn man: ‘Hoe gaat het met u?’ Hij, verbaasd: ‘Hoezo, wat bedoelt u? Het gaat wel goed met mij…’ ‘Er was toch iets met uw hond…’ Ja, er zijn nog mensen die zich laten raken, die interesse kunnen opbrengen voor iemand die ze vrijwel niet kennen… Er zijn nog zachte krachten die, in het groot of in het klein, een spoor van licht achterlaten in de wereld…

De vraag van de wetgeleerde verandert trouwens in de loop van het verhaal. Van ‘Wie is mijn naaste’ wordt het ‘Van wie ben of word ikzelf de naaste’. Het leven van Jezus is daarbij het voorbeeld; leven als Jezus betekent naaste worden… Maar wees niet bang – Gods woord – zijn geboden – zijn niet te zwaar – je kunt ze doen – je kunt voelen in je hart wat van je wordt gevraagd – wie dat voelt, wie geraakt wordt, zàl naaste worden van andere mensen… En dat heeft eeuwigheidswaarde…

 

Elly Bus-Linssen



TER OVERWEGING  Zond. 19 juni 2022 

Gen.14, 18-20, 1 Korintiërs 11, 17-27  Lucas 9, 11b-17

 

Sacramentsdag                 Thema:         Ik geef me aan jou

 

Vaderdag, zomerse zondag, festivaldag… Maar ook is het Sacramentsdag. Een dag waarop de processie in de binnenstad van Sittard trekt. En niet alleen in Sittard, maar op veel meer plekken. Wat kleurt deze dag voor u en mij?

‘Tafel van Eén, brood om te weten

dat wij elkaar gegeven zijn.’

Wij zijn elkaar gegeven. Geven we ons ook aan elkaar? Wat is de diepere betekenis van deze dag voor ons..? Wat betekent het voor ons dat we als gemeenschap vandaag toch het heilige Brood kunnen delen?

Een mail van Oxfam Novib in mijn mailbox, een maand geleden. In door extreme droogte geteisterde gebieden in Oost-Afrika overlijdt waarschijnlijk iedere 48 seconden iemand aan honger.’ ‘Uit ons nieuwste rapport (Dangerous Delays 2: The Cost of Inaction) blijkt dat het aantal mensen in Ethiopië, Kenia en Somalië dat extreme honger lijdt, in een jaar tijd meer dan verdubbeld is. Vorig jaar waren dat er 10 miljoen, vandaag lijden 23 miljoen mensen extreme honger. Dat aantal stijgt vermoedelijk verder door een combinatie van problemen. Klimaatverandering leidt tot aanhoudende extreme droogte, voedselprijzen stijgen door de oorlog in Oekraïne waardoor eten voor miljoenen mensen onbetaalbaar wordt en door de (economische) gevolgen van de coronapandemie zijn de reserves op. Nu dreigt een herhaling van de hongersnood van 2011, toen ruim een kwart miljoen mensen in Somalië (waarvan de helft kinderen jonger dan vijf) overleed aan honger.’

Waarom begin ik hierover? Er is toch geen deurcollecte deze zondag? Nee. Maar dít las ik in het evangelie van vandaag, dat Jezus zegt: "Geeft gij hun maar te eten." De leerlingen willen de mensen die naar Jezus hebben geluisterd wegsturen. Want ze hebben niet genoeg eten voor al de mensen die er zijn. En wat gebeurt er dan? Allen moeten maar gaan zitten, Jezus zegent het weinige brood dat er is, breekt het en laat wat er is door zijn leerlingen voorzetten aan de menigte. Ze gaan het gewoon doen. Delen. Er wordt gedeeld en er is genoeg, zelfs te veel... Gewoon doen dus. Verantwoordelijkheid nemen... Doorgeven wat je ontvangen hebt. Delen wat je hebt en wie je bent. Met heel je hart betrokken zijn bij andere mensen en doen wat kan.

In Paulus’ tijd was dat ook al moeilijk zo lezen we in de eerste brief aan de Korintiërs.  Waar ieder alleen zorgt voor zichzelf ontstaat geen gemeenschap…

En wij vieren Sacramentsdag. Fijn dat we vandaag om die reden ook communie kunnen ontvangen in deze dienst, maar wat betekent dat? Een comfortabel samenzijn met een mooie ceremonie en religieuze consumptie? Of eerder het van binnen opengaan voor de woorden en daden van Jezus waarna we ons misschien samenpakken om er iets mee te doen?

We gedenken het laatste avondmaal, waarin Jezus brood en beker deelde met zijn leerlingen, en ze tot zijn lichaam en bloed maakte. We gedenken zijn leven, waarin de liefde centraal stond: de liefde voor zijn Vader, met wie Hij nauw verbonden was, en de liefde voor ons mensen. We gedenken ook dat Jezus zichzelf blijft geven in de eucharistie en dat wij één worden met Hem als we de communie ontvangen, ook vandaag. En we worden één met elkaar, één lichaam, één gemeenschap. Dat gaat niet vanzelf, daarvoor moet ieder, elke mens, iets inleveren. Daar waar we het brood gaan delen brengen we onszelf mee. Onze energie, ons werk, onze beproevingen, onze vreugde, onze relaties... Ons leven van elke dag heeft met het gebeuren hier in de kerk te maken. Het gaat niet om het mogen of kunnen consumeren van een hostie. Maar die hostie staat wel ergens voor. Voor een ontmoeting met Jezus Christus en met mensen die op onze weg komen. Als wij samen het lichaam van Christus willen zijn dan heeft dat consequenties voor onze daden. Dan worden we zeker ook ontvankelijk voor de sociale noden en zorgen die er zijn, in onze omgeving en elders in de wereld. Er kan een enorme kracht vanuit gaan die de wereld kan veranderen.

Jezus kwam om te dienen en te delen. Kunnen we in zijn voetsporen treden?

Opdat er hoop mag zijn, ook voor de mensen in Oost-Afrika…

 

Elly Bus-Linssen

 


Ter Overweging 29 mei 2022

 

Stefanus, Paulus, Johannes, alle drie mannen. Alle drie ook koppige en onverzettelijke mannen. Het kostte minimaal Stefanus en Paulus de kop.. En ja, koppige mensen, mannen én vrouwen, heb je nodig. Hun getuigenis stond en staat als een huis , een huis van God. Tegelijkertijd is onverzettelijkheid ook een wortel van kwaad. Hoeveel oorlogen zijn, vaak tegen beter weten in gevoerd? Het gezicht verliezen lijkt soms ergeren dan je leven verliezen blijkbaar. Maar niet alleen oorlogen, ook kleinere conflicten, in een gemeenteraad, in school, in een parochie of in je eigen huis en gezin kunnen de wereld niet bepaald mooier maken, maar juist in een kleine of grotere ramp storten. In de kerkgeschiedenis zien we dit beeld ook terug, tot en met protestantse splinterkerkjes toe. Maar ook de RK kerk kent keer op keer mensen die het ‘beter’ weten, zoals een jaar of vijftig geleden bisschop Lefèvre en een door bijna niemand serieus genomen tegenpaus, die niet ver van mijn heeroom in Frankrijk zetelde.

Kan dit anders, kan de wereld beter? Ja, dat kan… We baden al dat mooie gebed van Franciscus, die niet over een andere wereld sprák, maar haar lééfde. Maar zie ook Saulus, de vervolger van Christenen, die met bloed besmeurde kleren van Stefanus in ontvangst nam, als getuige van deze gruweldaad. Hij kreeg op weg naar Damascus een sterk inzicht kreeg, noem het een visioen. Hij bekeerde zich (letterlijk, want bekeren betekent immers zoiets als je omkeren in je gedachten..). Hij heeft daarna wellicht nog sterker de kerk doordrenkt van Jezus’ liefde als Petrus, de eerste paus. En hoe streng en ja, ook vrouwonvriendelijk (maar laten we dat vooral ook in de tijd zien..) Paulus ook kan zijn, hij is óók degene die de kleine joodse groep mensen bijna letterlijk en figuurlijk de wereld in slingerde, het heidendom in.. Daarom zijn ook wij christen. En ja, daaruit volgde dan ook weer dat we nu een joods en christelijk geloof hebben, en daarmee begon weer een ander, niet altijd even vrolijk chapiter… Niet alleen maar hosanna en alleluia dus.

Veel is fout gegaan in de laatste 2000 jaar, veel gaat nu nóg fout. Dezer dagen heeft de Oekraïnse orthodoxe kerk zich formeel losgemaakt van hun Russische broeders. Iedereen snapt dat ook, zoals niemand snapt hoe patriarch Kiril zo goede maatjes kan blijven met een dictator als Poetin. En ja, natuurlijk snappen we dit eigenlijk wél, want kerk is in Rusland ook nog steeds mácht. En macht corrumpeert, áltijd en óveral…Wat dat betreft mogen we hier dus van geluk bij een ongeluk spreken. De stevige macht van onze kerk is verbrokkeld tot losse stenen, waar het cement door de regen langzaam losraakt. De kerk bleek niet op een rots gebouwd, maar op los zand wellicht..

Maar ieder nadeel heeft zijn voordeel, ook hier.. We kunnen met minder mensen mogelijk steviger bouwen aan een nieuwe wereld. En dat bouwen kunnen we beginnen met of zonder God, met of zonder geloof in Jezus. Geloof in elkaar is immers het begin van alles, want wat we voor en met elkaar doen, doen we ook voor God.

En het mooie is, en dat is voor mij het belangrijkste, dat Jezus daarbij daadwerkelijk ons nabij wil zijn. Hij spreek over grens van tijd en geslachten heen rechtstreeks tot ons, nu, hier, én tot ons klein- en achterkleinkinderen ooit. Hij spreekt en bid terwijl het aan het gebeuren is, het leed, de vreugde en de liefde in deze wereld: Luister nog maar eens naar die laatste woorden van het evangelie:

Rechtvaardige Veder, al heeft de wereld u niet erkend, Ik heb U erkend.

En dezen hier hebben erkend dat Gij mij gezonden hebt. Uw naam heb ik hen geopenbaard en ik zal dit blijven doen, opdat de liefde waarmee Gij Mij hebt liefgehad in hen moge zijn, en ik in hen…

….. Kom heer jezus, kom. En maak ons één…

 

Peer Boselie

 


Overweging

Ooit, lang geleden, werkte ik bij een bedrijf waarvan het beleid radicaal veranderde.
De maatschappelijke doelstelling maakte plaats voor winst als doel.
En vanaf dat moment voelde ik mij er niet meer thuis.
Het knaagde aan mij, van binnen. Onvrede werd mijn deel.
Pas toen ik na geruime tijd vertrok, kreeg ik mijn rust, mijn vrede, terug.
Het kostte wel moeite en ik heb er het nodige voor moeten doen en laten.
En ik ben ook heel dankbaar voor de hulp die ik destijds kreeg.


Ja, vrede. Jezus die zegt: ‘Vrede laat ik u , mijn vrede geef ik u.’
Ik moest denken aan mijn eigen ervaring maar ook aan de uitvaart van Marina Poussart, nu alweer een paar weken geleden, hier in de kerk.
De Franciscaan Matti Jeukens, pastoor in Maastricht, sprak toen een vredeswens uit.

In tijden van oorlog, zoals nu, zo zei hij willen wij niets liever  dan leven in vrede.
Maar, uiteindelijk, zei Matti, begint vrede bij jezelf.


Ja, dat geloof ik ook, voor een deel dan.
Want je kunt vrede hebben in je eigen huis maar wat als iemand anders daar een bom op gooit. Wat gebeurt er dan met die vrede?
Daar blijft dan niet zoveel van over, zo kunnen we zien.
Voor vrede heb je elkaar ook nodig. En toch geloof ik dat vrede ook begint bij jezelf.
Maar wat te doen als je als mens geen vrede met jezelf hebt?
Als je het gevoel hebt dat je maar al te vaak een gevecht levert met jezelf?


In een film zag ik een keer hoe twee indianen op een paard uitkeken over een berglandschap.
Met de jongste Indiaan was iets aan de hand, gezien zijn donkere blik.
En de oudste indiaan zag dat en zei toen tegen zijn jongere metgezel:
I see, There are two dogs fighting in you, a good one and a bad one.
I wonder, who is going to win this battle  inside of you?


Het sprak mij aan. Dat vond ik best herkenbaar.


Wij willen graag vrede, maar hoe vaak lukt dat niet?
En het klinkt zo gemakkelijk. Zorg dat je vrede hebt met jezelf.
Maar hoe ga je om met dat element in jezelf waar je geen raad mee weet.


Tja, zo zegt de Bulgaarse filosofe Julia Kristeva in haar boek ‘De vreemdeling in onszelf’.
In ieder mens gaat als het ware een vreemdeling schuil.
Een deel van jezelf dat je liever niet onder ogen ziet.
Of een deel dat je niet eens kent, of waar je geen vrede mee hebt.
Die elementen duwen we dan naar buiten en we geven anderen de schuld van ons ongeluk.
Als je dat merkt zo zegt Kristeva, dan wordt het tijd om het probleem in jezelf te gaan onderzoeken en te accepteren dat je zit opgescheept met een menselijk tekort.
Pas als je dat accepteert dan kan je andere mensen gaan accepteren.
En de weg naar verbondgenootschap ligt dan open.



Het kan moeilijk zijn en er wordt een inspanning  van je gevraagd.
Maar kan je dat alleen? Ik twijfel .
Mij lijkt: alle hulp is welkom.


2000 jaar geleden had de Apostel Paulus er geen vrede mee dat niet-Joodse mensen geen Christen konden worden als ze zich niet eerst zoals alle Joden zouden laten besnijden.

In het jaar 38 na Christus riep hij daarom met Petrus het eerste concilie bij elkaar in Jeruzalem.
En daar wist hij met de hulp van de H.Geest zijn mede-apostelen, zijn Joodse broeders ervan te overtuigen dat een leven als gedoopte Christen voor ieder mens was weggelegd.
Paulus kwam in aktie, hij kreeg en accepteerde hulp van de H. Geest en zijn onvrede maakte plaats voor vrede.
Het Christendom kon zich in heel Europa en daarbuiten gaan ontwikkelen.
De H.Geest  als bondgenoot.


De Apostel Paulus accepteerde de hulp van de H. Geest.
En Jezus van Nazareth benoemde niet voor niets de Helper, de H. Geest die door Zijn Vader God naar ons wordt toegestuurd.
Je mag of je moet je zelfs  als mens laten helpen , als je er zelf niet uitkomt.
Het is een illusie om te denken dat wij zelf al onze problemen kunnen oplossen.
Laat je bijstaan, accepteer hulp.
Stel je open op weg naar Pinksteren voor de hulp van de Geest.
Je weet niet hoe de H. Geest zich in jouw leven manifesteert.
Misschien is het je buurman, of zijn de ogen van een kind, of die zachte lentebries.


Op weg naar Pinksteren.
Laten we  open staan voor Gods Geest die ons tot hulp  wil zijn.
Laten we de vrede ervaren van Jezus van Nazareth.
Dan kunnen wij vrede sluiten met onze naaste en  een begin maken met verbondgenootschap.


Amen.

 

Hans van Druten

 


Getuigenis 24 april 2022

 

Voor het altaar op de grond staat hij: de Ongelovige Thomas. Óp het altaar vond ik wat te ver gaan, daar hoort geen bier maar wijn en Jezus symbool van het Kruis in plaats van een fles alcohol.

De ongelovige Thomas, een van de fantasiebieren van deze tijd. Ik heb er ooit zelf een mee verzonnen (wel gebaseerd op een écht recept uit 1674: Maastrichts Blond). Het is momenteel mode, maar deze fles heeft natuurlijk een dubbele lading, alcohol én ongeloof.

Maar: wás het wel ongeloof van Thomas? Of was hij misschien wel de meest enthousiaste volgeling van Jezus, die zo verbijsterd was door het nieuws dat deze teruggekomen was dat hij het gewoon niet kón geloven. Wat riep hij toen hij overtuigd was immers: Mijn Heer en mijn God. Niet alleen: mijn Heer… Voor hem was het meteen álles.

Thomas, die apostel waarover zo weinig bekend is. Apostel van India zou hij zijn, waar diverse kerken hem in ere houden, met name in de deelstaat Kerala in het zuiden van India. Begraven in Edessa in Syrië volgens oude geschriften, nu Urfa in Zuid-Oost Turkije, volgens de legende de stad waarvan Abraham afkomstig was. Een paar kilometer ervandaan ligt Göbleki Tepe, waar ’s werelds oudste tempel is opgegraven, uit ca 10.000 voor Christus. Uit dit beroemde Edessa werd  rond 1100 een armreliek van St Thomas door Godfried van Bouillon meegenomen, die nu in de schatkamer van de St Servaas in Maastricht ligt.. Een van de minimaal 7 armen van Thomas, anderen liggen onder andere in Rome, Parijs, Bari, Bologna en Chartres (voor wie dit wil geloven…). In zijn tijd, waarin Vertrouwen in wonderen de standaard was, was Thomas de uitzondering. In onze tijd zou hij, de onderzoekende, bewijs eisende mens de stadaard zijn, goedgelovige, alles vertrouwende mensen zijn nu juist de uitzondering…

Allemaal zijn we wel eens als Thomas, allemaal willen we graag bewijzen zien, terwijl de mooiste zaken natuurlijk helemaal niet te bewijzen zijn! Hoe bewijs je verliefdheid bijvoorbeeld? Zijn die vlinders in je buik echte vlinders? Nee natuurlijk. Maar toch zijn ze er, het gevoel wint van de ratio, hoe ongewenst soms ook..

Geloof en twijfel gaan hand in hand, net als vertrouwen en pessimisme. Ze zijn een tweeling , zoals Thomas ook Didymus genoemd wordt; tweeling..

Laten we maar eens nader kijken naar de lezingen.

Dienstbaarheid voor elkaar komt uit de Eerste lezing naar voren als kernwoord, Ratio, het zoeken naar bewijzen als kernwoord worden gezien van het Evangelie.

In de vandaag niet gelezen tweede lezing, uit de openbaring van Johannes, staat de diepere zin van Jezus centraal, met als kernwoord: contemplatie, het overwegen, bezinnen op wat we horen. Hij spreekt daar overigens over dat hij iemand zag ‘als een Mensenzoon’. Niet: dé Mensenzoon, wat best wel interessant is voor deze bijzondere evangelist, zo zeker en uitgesproken in zijn teksten normaliter.

Geloof is méér dan Ratio, dat weer wel. Een Amerikaans efficiency-bureau heeft ooit met de bijbel in de hand onderzocht wie de aangewezen leider van de apostelen zou moeten zijn. De conclusie was: Judas…!

Waarom? Hij was vastberaden, zuinig op de centen, had een politieke slimmigheid en wist precies wat hij wilde. Jezus koos bewust echter Petrus, onzeker, soms stuntelend, soms er gewoon naast zittend. Jezus koos niet voor helden en macho’s, zoals Gód koos voor de stotterende Mozes, die alleen samen met Aaron een goed leider kon zijn.

Samen geven de drie zojuist genoemde kernwoorden: Dienstbaarheid, Contemplatie en Ratio weer wat de kern is van ons leven als Christen: we moeten dienstbaar zijn aan onze naasten, maar regelmatig ook ons bezinnen, stilstaan, contempleren, anders kijken naar onszelf. Samen geven dienen en bezinnen diepgang aan ons leven. Dat hebben we ook nodig om die derde stap te zetten, met ratio kritisch naar ons leven als christen kijken en daarmee ook verantwoording af leggen. Wie zij wij immers als we het geloof met blind vertrouwen als richtsnoer en leidraad nemen. Dan komen we in enorme problemen, we zagen het in de kruistochten, in vele oorlogen die erop volgden en zien het nu weer, bijvoorbeeld in de Russisch Orthodoxe kerk, waar geloof meteen ook politiek wordt in deze vreselijke tijden. Kerkscheuring, maar ook beschadiging van het Christelijk geloof in het algemeen zijn er een gevolg van. Met ratio is dus niets mis. Wees kritisch, onderzoekt en behoudt het goede. Dat goede is voor ieder van ons verschillend, maar ik denk dat voor ieder van ons minimaal Jezus als ijkpunt voor onze levensweg een zekerheid is, zonder twijfel… Daar drinken we er een op, Amen! …

 

Peer Boselie



TER OVERWEGING 3 april 2022   

Jes. 43, 16-21  Fil. 3, 8-14  Joh. 8, 1-11      

Thema:   Wie zonder zonde is

 

In 2005, het is inmiddels 17 jaar geleden wandelde ik van huis uit in Hoensbroek via de Pastoor van Arskerk in Geleen, waar ik werkte, naar Santiago de Compostela. Ik vertrok op 1 juli en ik kwam aan op 8 oktober van datzelfde jaar. Een enkele ervaring uit die dagen wil ik u niet onthouden.

Ik kwam aan in het Franse Aumont Aubrac en ik rolde daar mijn slaapmatje uit op de zolder van de pastorie met 7 of 8 andere pelgrims. Naast mij lag een oude man. (ja in mijn ogen dan destijds) De volgende ochtend vertrok mijn slaapgezel net iets voor mij. Bij de uitgang van de pastorie stond een mand waar je wat geld in kon doen uit dank voor de overnachting.

Tot mijn grote ontsteltenis stak de man voor mij zijn hand in de mand, haalde er 10 euro uit en vertrok. Ik vond het schandalig. Hoe kon iemand zo iets doen? Gelukkig zat ik heel anders in elkaar. Heel gul stopte ik 5 euro in het mandje en overtuigd van mijn morele superioriteit vertrok ik blij gemoed naar de volgende etappeplaats, het dorpje Estaing.

Onderweg dacht ik van tijd tot tijd en met een zekere minachting aan de dief naast wie ik geslapen had.

Tegen de avond kwam ik aan bij de gite van Estaing. Jawel, er was nog een slaapplaats voor mij in kamer 7. Daar lag al een persoon en het dubbele bed moesten wij delen. Ik deed de deur open van kamer 7 en wie lag daar op het tweepersoonsbed? Juist mijn slaapmaatje van gisteravond, de dief. En daar moest ik nu naast.

Ik ontkwam niet aan een gesprek. En wat bleek. Het was een uiterst vriendelijke meneer, de pastoor van 36 parochies in het Franse Bordeaux en hij had geen rooie cent. Hij wandelde een deel van de camino en at van wat hij onderweg vond.

Wij hebben samen gegeten. In de keuken lag een half pak spaghetti en er lag ook nog een grote tomaat met rotte plekjes.  Wij hebben gekookt en al die tijd schaamde ik mij.

Ik had geoordeeld over iemand die ik niet kende. Ik was geen haar beter, mijn zgn. morele superioriteit was gebaseerd op niets. en eigenlijk droop ik bedremmeld en beschaamd af.

Daarna heb ik hem niet meer gezien. Zo ging dat onderweg. Naderhand kreeg ik in de gaten dat het op veel plaatsen heel gewoon was dat je mocht geven wat je kwijt wilde, maar ook dat je mocht nemen wat je nodig had.

Wie zonder zonde is, die werpe de eerste steen.

Ik heb vanaf dat moment geprobeerd een nieuw begin te maken. Geen stenen meer te gooien naar slachtoffers die dat niet verdienen. Ik zeg niet dat dat lukt. Zie ik ga iets nieuws beginnen, het is al aan het kiemen, wist u dat niet?

Misschien hebt u zelf ook wel een degelijke ervaring gehad als ik. Je veroordeelt iemand, terwijl je heel goed weet dat je zelf ook niet helemaal zuiver bent op de graat.

Maar je mag opnieuw beginnen, wist u dat nog niet?                                                                        

Ik ben nog niet volmaakt, zo zegt de apostel Paulus, maar ik streef wel naar die volmaaktheid, gegrepen als ik ben door Jezus Christus. Hoort u? Je hoeft niet volmaakt te zijn.

Vergeten mag je wat achter je ligt en verlangen mag je naar wat zich voor jou uitstrekt. Voor Paulus was dat  de prijs van Gods hemelse roeping, het doel waar hij recht op af stormde.

En Jezus, die schreef in het zand? Wat zou hij hebben opgeschreven? Toen de schriftgeleerden die vrouw, die overspel had gepleegd, voor hem brachten. Misschien wel: Waar is die man die met deze vrouw overspel heeft gepleegd? Of: Wie  zonder zonde is?  Of: ik ga iets nieuws beginnen?

Wij weten het niet. Wat we  wel weten is dat Jezus deze vrouw en jou en mij en U niet veroordeelt. Hij wil dat wij iets nieuws beginnen. Hij wil dat wij kunnen verlangen naar een toekomst, gegrepen als wij zijn door Jezus Christus, zoals de apostel dat opschreef in zijn brief aan de Christenen van Filippi.

Wij Christenen hebben toekomst. Zo’n toekomst wens ik u allen toe.Waarom zouden we dat niet geloven?

Amen.

 

Hans van Druten

 


20 maart 2022

Thema: Je land is je leven!

Hoe belangrijk is het niet om veilig te zijn in het land waar je woont…

-Mozes en zijn volk willen weg uit de onderdrukking.

-Sint Joseph (mede-naamgever van onze parochie van wie we het naamfeest gisteren konden vieren) vlucht met Maria en Jezus naar Egypte.

-En op dit moment: Oekraïners vluchten weg uit de oorlog.

Vroeger en nu… Je land is je leven…! Met dat thema zet Vastenactie zich - naast, dus los van de actie voor Oekraïne, waar we twee weken geleden aandacht voor hebben gevraagd - in voor mensen in Guatamala, Libanon en Brazilië:

In Guatemala steunt de lokale partner van Vastenactie drie Maya-gemeenschappen die opkomen voor hun landrechten. In de voor de gemeenschappen belangrijke rivier worden waterkrachtcentrales gebouwd. Dat betekent dat de toegang tot water beperkt wordt en kostbare landbouwgrond verdwijnt.

In Libanon leven vele Syrische vluchtelingen. Ze hebben geen eigen plek om te wonen in hun nieuwe land. Ze willen een beter, menswaardiger bestaan.

De kleine boeren in het noordoosten van Brazilië staan voor verschillende uitdagingen. Er is een groep die voldoende voedsel produceert, maar die zijn producten nauwelijks kan verkopen. Er zijn ook families zonder landrechten. Zij produceren daardoor onvoldoende voedsel: ze kunnen nauwelijks investeren in goed materiaal en zaaigoed, omdat ze ieder moment verdreven kunnen worden. Zij hebben ondersteuning nodig en Vastenactie wil hen helpen.

Het verhaal in de eerste lezing uit het boek Exodus (3, 1-8a.13-15) gaat over de naam van God: een naam die door Joden nooit uitgesproken zal worden. In het Hebreeuws staat er ‘JHWH’, vaak vertaald met ‘Ik ben die is’ of ‘Ik zal er zijn’, ‘Ik zal er zijn voor jou’. Hem als God erkennen is gaan voor een wereld waar God heerst. Het betekent dat mensen bevrijding en Gods rijk als geschenk ontvangen, maar ook gezonden worden en vrucht proberen te dragen. Het is tevens gehoor geven aan slachtoffers van onderdrukking en geweld. In de lezing komt vandaag enkele malen naar voren hoe belangrijk het is om veilig te zijn in het land waar men woont. De tegenstelling wordt scherp getekend tussen ‘onderdrukking in een vreemd land’ en de ‘vrijheid om te leven in een land dat je het jouwe kunt noemen’. God belooft dat Mozes en zijn volk een eigen land krijgen waar ze in vrede en voorspoed kunnen leven. Veel mensen die Vastenactie dit jaar ondersteunt, houden zich vast aan het visioen van een beloofd land van vrede en voorspoed. In deze tijd van oorlog in Oekraïne voelen zelfs wij hier in Nederland enige angst. Des te meer kunnen we ons voorstellen hoe onveiligheid kan voelen voor mensen in landen elders waar de ellende veel tastbaarder is…

In de evangelielezing (Lucas 13,1-9) roept Jezus de mensen op tot inkeer, er wordt aandacht gevraagd voor ieders verantwoordelijkheid, voor waakzaamheid en inzet. De mensen - wij ook? - moeten afscheid nemen van hun oude wijze van leven. Zijn oproep verduidelijkt hij met de gelijkenis van de vijgenboom. De wijngaardenier vraagt aan de landeigenaar om een tweede kans voor de vijgenboom, hij zal de grond extra bewerken zodat alle omstandigheden zo optimaal mogelijk zijn. Ook wij krijgen die nieuwe kans om te leven zoals God de mens bedoeld heeft. God is geduldig, maar tegelijk verwacht Hij veel van ons!

Daarom tot slot

Moge God ons zegenen met onrust

over gemakkelijke antwoorden, halve waarheden en oppervlakkige relaties,

zodat er diepgang moge zijn in onze harten.

Moge God ons zegenen met boosheid

over onrechtvaardigheid, onderdrukking en de uitbuiting van mensen,

zodat we mogen werken voor rechtvaardigheid, vrijheid en vrede.

Moge God ons zegenen met tranen

te plengen voor hen die lijden door pijn, verstoting, honger en oorlog,

zodat we onze handen zullen uitstrekken tot troost

om pijn in vreugde te veranderen.

Moge God ons zegenen met voldoende dwaasheid

om te geloven dat we verschil kunnen maken in deze wereld,

zodat we kunnen doen waarvan anderen zeggen dat het onmogelijk is.

En moge God ons zegenen met honger en dorst,

honger en dorst naar Christus zelf, zodat we niet zullen rusten,

totdat we onze rust gevonden hebben in Hem alleen.


Elly Bus-Linssen



Getuigenis Vrangendael 1e vasten 2022 (6 maart)

Het woord is in uw mond, het is in uw hart, zo schrijft Paulus in zijn brief aan de Romeinen. Het geloof van uw hart brengt de gerechtigheid, en de belijdenis van uw mond brengt het heil.

Ja, zo denken we vandaag: maar wíens woord? Dat van Poetin, of van Zelenski? De ene een staatsman van oudsher (nadat hij jaren bij de geheime dienst werkt..), de andere pas sinds enkele jaren (nadat hij jaren Clown was.)

Maar zie, hoe de Duivel en de Geest werken. De duivel die van de staatsman een  machtswellusteling maakte, met eerst een invasie in de Krim en nu in heel Oekraïne, en de Clown die zich, gedragen door de Geest en zijn integriteit ontpopt tot een staatsman zoals er weinigen zijn.

Poetin die bijna letterlijk luistert naar de duivel, als die zegt: Ik zal u alle macht geven over deze heerlijke gebieden en ik geef ze aan wie ik wil

Het antwoord van Zelenski lijkt op dat van Jezus, die zegt: De heer uw God zult gij aanbidden en Hem alleen dienen. Want is God dienen niet de naaste dienen, en ieders belang en wil tot vrede, veiligheid, voeding en gezondheid daarmee centraal stellen?

Een moeilijke situatie, want goedheid en zachtaardigheid lijken het keer op keer te verliezen van macht en geweld.

En toch zijn er lichtpuntjes, soms laten midden in de strijd soldaten zien dat ze bovenal ménsen zijn. Zo kennen we wellicht allen het beroemde voorbeeld van Kerstmis 1914, toen Duitsers en geallieerde soldaten eigenmachtig een kort bestand uitriepen en zelfs met elkaar voetbalden op het slagveld.

En honderd jaar ervoor hadden we een dergelijk voorbeeld dat in binnen- en buitenland de kranten haalde in onze eigen regio en jawel, daar waren Duitsers, Russen, Fransen, Oekraïners en onze voorouders bij betrokken.

Eind 1813 trokken de Franse legers terug na de slag bij Leipzig. Ziekten teisterden het leger, waardoor er op diverse plaatsen noodhospitalen of 'lazaretten' werden gevestigd. Zo ook in kasteel Limbricht nabij Sittard, vanaf 1794 als Duits gebied bezet en onderdeel van Frankrijk. Sittards burgemeester Gerard Wemans, pas aangetreden als 'maire' en vol van goede voornemens (hij sprak over zorg voor weduwen en wezen en andere lijdenden in zijn dagboek) zorgde voor de logistiek, zijn broer Kanunnik Wemans van het (inmiddels opgeheven) kapittel van St Petrus te Sittard én pastoor Page van Limbricht zorgden voor de geestelijke voeding.

In de periode november 1813 tot half januari 1814 werden er in het kasteel ongeveer 10.000 mensen verzorgd. Vele trokken weer verder, maar een kleine 700 soldaten, afkomstig uit met name het huidige België en Frankrijk stierven er vanwege vermoedelijk vlektyfus. Met hen sleepten zij nog een kleine 100 mensen uit Limbricht mee, die eveneens besmet raakten en stierven. Zij hadden mee de zieken verzorgd met beddengoed, eten en aan het bed gestaan.

Op 17 januari kwam een nieuwe ramp, want de Kozakken (een volk uit met name het huidige Zuid-Rusland en Oekraïne) kwamen de stad en regio binnen, als onderdeel van de grote alliantie tegen keizer Napoleon. In Sittard eisten ze ook vijf zieke Franse soldaten te zien, die bij Wemans in het tuinhuis verborgen waren. Hij ging hen voor, met (vertaald) 'evenveel vrees als berouw deze ongelukkigen te hebben overgeleverd aan een vijandelijke natie die de naam had even barbaars als onmenselijk te zijn'. Maar wat gebeurde: de commandant van de Kozakken gaf, toen hij de ellendige toestand van de zieken zag, blijk van medelijden en gaf zelfs geld voor verzorging! Wemans schreef daarna in zijn dagboek, dat in ons archief berust, dat dit bewijst dat in alle naties, zelfs de meest onbeschaafde, er mensen zijn in wie het mededogen boven alles gaat...

Een les voor onze tijd wellicht? Dat de Russen en De Oekraïners, waarvan deels nog nazaten van deze Kozakken aan beide zijden strijden, elkaar hopelijk snel en vredevol in de ogen mogen kijken? Dat ze mogen leren van Afrika, waar waarheidscommissies inmiddels vele levens hebben gered en vele lichamelijke en vooral ook geestelijke wonden, hoe zwaar ook, minimaal deels hebben geheeld?

Zoals Paulus zijn brief besluit: Er bestaat geen verschil tussen jood en heiden. Zij hebben allen dezelfde Heer, rijk aan gaven voor allen die Hem aanroepen. Want al wie de naam van de Heer aanroept, zal gered worden….

 

Peer Boselie

 


Zegenbede 6 maart 2022 1e vasten Vrangendael


Heer onze God, 

We bidden U voor mensen die in nood zijn ver weg en dicht bij. 
We bidden U voor mensen aan wie onrecht gedaan wordt in het klein en in het groot, 
die lijden onder geweld en onderdrukking,
die moeten vluchten, weggerukt uit huis en land. 

Wees met mensen voor wie oorlog dag en nacht realiteit is. 
We bidden U voor mensen in vluchtelingenkampen van vorige oorlogen, vaak inmiddels wat vergeten, uit het nieuws,
die onder erbarmelijke omstandigheden maar moeten zien te overleven. 
Kinderen die daar aan hun lot worden overgelaten. 
Wilt U zich over hen ontfermen. 

Moge U ons zegenen met ongemak bij gemakkelijke antwoorden, 
halve antwoorden en oppervlakkige verhoudingen, 
zodat we diep vanuit ons hart mogen leven. 

Moge U ons zegenen met woede bij onrechtvaardigheid, 
onderdrukking en uitbuiting van Gods schepselen, 
zodat we mogen werken aan rechtvaardigheid, vrijheid en vrede. 

Moge U ons zegenen met tranen om te vergieten voor hen die lijden 
aan pijn, verwerping, honger en oorlog, zodat we onze handen kunnen uitstrekken
om hen te troosten en om hun pijn in vreugde te veranderen. 

En moge U ons zegenen met genoeg dwaasheid  
om te geloven dat we een verschil kunnen maken in de wereld, zodat wij kunnen doen,
waarvan anderen zeggen dat het niet gedaan kan worden. 

Amen 

Conny Berbée-Bakhuis, predikant Protestantse Gemeente Abbenes (geïnspireerd op een Franciscaanse zegenbede van Ruth Fox, licht bewerkt door Peer Boselie)

 


Lucas 5, 1-11.           1Kor. 15,1-14.                   6 februari 2022

Homilie

Meer dan veertig jaar geleden speelde ik  in het vierde elftal van een kleine voetbalclub.

Ik heb dat  heel graag gedaan, ondanks, ik ben eerlijk,  het toch wat belabberde niveau.

Het was in de jaren 70, de tijd van de grote Johan Cruijff, die ze in Spanje ‘de verlosser’ noemden.

El Salvador. Dat vond ik zelf wel wat ver gaan.

Maar toch. Als ik hem zag voetballen, dan vond ik dat toch wel een beetje buitenaards.

Maar tegelijk wist ik heel goed: wat hij kan, dat kan ik niet.

In de confrontatie met zo’n supertalent stak ik maar wat schamel af.

En toch heeft dat mijn plezier in het spel nooit bedorven. Eigenlijk integendeel;

Ik probeerde zelfs mijn  idool na te doen,

Pingelen,  voetballen met losse veters en in de rust een sigaret roken en uitdrukken op de cornervlag.

Je wist, dat niveau van die ander dat zou je nooit  bereiken en toch: vreugde en plezier.

Pas later realiseerde ik me dat een dergelijke sportieve ervaring gemengde  gevoelens te weeg brengt.

Kleinheid en onvermogen, jazeker,  maar ook geweldig dat je een beetje kon lopen in de sporen van iemand die vreugde bracht in het bestaan.

In de Bijbel zijn er tal van verhalen waarin het leven van mensen wordt geschilderd in felle contrasten. Van diepe ellende tot de grootste vreugde en voldoening.

Jonas in de walvis, diep gezonken alvorens de redder te worden van de grote stad Ninive.

Jozef, zoon van Jacob, diep in de put, voordat hij werd bevrijd en uitgroeide tot onderkoning van Egypte en redder van zijn volk.

En natuurlijk Jezus van Nazareth, geboren in een stal, gestorven aan een kruis, maar wel opgestaan uit de dood, Gods zoon op aarde en Verlosser van ons mensen.

De echte El Salvador.

Zou het zo zijn dat je als mens een zekere diepte moet ervaren, voordat je de hoogte kunt ervaren en echt op waarde kunt schatten?

Hoort het  bij de weg die je moet gaan? Diepte als deel van het bestaan?

Zou het God zijn die tegen ons zegt:

Laten we naar het diepe varen, het hoort erbij en  vroeg of laat vang ik jou wel op?

In de lezingen van vandaag ondergaan Petrus en Paulus niet een sportieve maar  een religieuze ervaring.

Zij werden geconfronteerd met de grootsheid van God, de onmetelijkheid van de Heilige.

Zij voelden hun kleinheid, hun geringheid ten opzichte van datgene waar eigenlijk geen woorden voor te vinden waren.

De apostel Paulus vond zichzelf maar onwaardig ten opzichte van Jezus Christus:

Die was gestorven en opgestaan op de derde dag, verschenen aan de vrouwen en later aan de apostelen en tenslotte ook aan hemzelf, de misgeboorte.

Bloemrijke taal van de mensen uit het Midden-Oosten.

Hij had immers Gods kerk in eerste instantie  vervolgd.

En toch , daarna overspoelde Gods genade hem en hij kom meer werk verzetten dan alle anderen.

En Paulus groeide uit tot de grondlegger van het Christendom in Europa.

En dankzij hem zijn wij hier vandaag bij elkaar.

En dan Simon Petrus. Geen vis had hij en zijn collega’s ze gevangen, totdat Jezus zei:

‘Laten we naar het diepe varen en gooi uw netten uit’.

De boot dreigde te zinken en de netten dreigden te scheuren.

En diep geraakt door wat hij daar zag en meemaakte riep Simon Petrus uit:

Heer ik  ben een zondaar.

Ik kan niet in Uw schaduw staan.

Maar Jezus sprak toen:

Weest niet bevreesd, voortaan zult ge mensen vangen.

En Petrus werd hoofd van de kerk. De man die riep: Ik ben een zondaar.

Laten we naar het diepe varen.

Wat gebeurde daar nu met Petrus en met Paulus? 

Het betekende niet dat hun bedje gespreid was.  om dat zo maar eens te zeggen.

Wel dat de weg die zij moesten gaan voor hen werd onthuld.

Geen gemakkelijke weg en bovendien een tragisch levenseinde.

Beiden in Rome gedood door de machthebbers daar ter plekke.

Ja, de diepte in ons bestaan.

Geen gemakkelijke weg.

Maar het hoort bij ons leven en tegelijk mogen wij hopen op Gods genade,

een toekomst in Gods handen.

Laten we maar naar het diepe varen.

Amen 

 

Hans van Druten

 


Ter overweging                                     Zond. 23 jan. 2022

Woord- en gebedsdienst ‘Week van gebed voor eenheid’ (i.p.v. oec. viering)

Thema: Licht in het duister                   Jaarthema: Spoor van licht

 

Vooraf

Het thema van vandaag, met daarin centraal de evangelielezing volgens Matteüs over de drie koningen, wordt ons via de Raad van kerken aangereikt door christenen in het Midden-Oosten. Als kleine, kwetsbare gemeenschap leven zij in een regio waar spanningen en gewelddadige conflicten aan de orde van de dag zijn en waar eenheid vaak ver te zoeken is. Meer dan ooit heeft het Midden-Oosten een hemels licht nodig om de volken daar te leiden. De ster van Betlehem is een teken dat God met zijn volk meegaat.

Een kleine oecumenische werkgroep heeft de viering van vandaag – aan het eind van de ‘Week van gebed voor eenheid’ - voorbereid, met daarin van onze kant ook Theo Ronden die het thema inleidt.

 

Licht                               

“Licht in de duisternis” als thema voor deze viering, “Spoor van licht” als jaarthema in onze kerk, diverse liederen tijdens deze viering met veel beeldspraak rondom het woord licht waaronder

 “Lied aan het licht” waaraan ik bijzonder hecht.

Een aantal jaar geleden nam ik deel aan een viering waar “Lied aan het licht” werd voorgedragen in plaats van gezongen. Ik werd geraakt door het gedicht; zo diepzinnig en rijk aan inhoud. Poëzie van een hoog niveau. Vaak gezongen en ik -eerlijk gezegd- steeds bevangen door de meeslepende melodie waardoor de tekst onbedoeld in de schaduw raakt. Ik denk niet dat ik daarin de enige ben.

Lied aan het licht. De tekst is van Hub Oosterhuis die het oorspronkelijk schreef op de bekende en tegelijk ook statige melodie van psalm 118 II onder de titel “Licht dat ons aanstoot in de morgen”. Het lied raakte pas later echt bekend door de meeslepende melodie van componist  Antoine Oomen onder de titel “Lied aan het Licht” waarvan ik nu graag de tekst zou willen voordragen om mijn ervaring van toen met u te delen.

 

Lied aan het licht

Licht dat ons aanstoot in de morgen,

voortijdig licht waarin wij staan

koud, één voor één, en ongeborgen,

licht, overdek mij, vuur mij aan.

Dat ik niet uitval, dat wij allen

zo zwaar en droevig als wij zijn

niet uit elkaars genade vallen

en doelloos en onvindbaar zijn.

Licht, van mijn stad de stedehouder

aanhoudend licht dat overwint.

Vaderlijk licht, steevaste schouder,

draag mij, ik ben jouw kijkend kind.

Licht, kind in mij, kijk uit mijn ogen

of ergens al de wereld daagt

waar mensen waardig leven mogen

en elk zijn naam in vrede draagt.

Alles zal zwichten en verwaaien

wat op het licht niet is geijkt.

Taal zal alleen verwoesting zaaien

en van ons doen geen daad beklijft.

Veelstemmig licht, om aan te horen

zolang ons hart nog slagen geeft.

Liefste der mensen, eerstgeboren,

licht, laatste woord van Hem die leeft.

 

Als metafoor is licht de wisselvallige rode draad doorheen het gedicht. Bedoelt Oosterhuis met het licht God of de voor ons onbegrijpelijke en tere schoonheid van de evolutie? Mag ik de tekst opvatten als het begin, het nu en de toekomst van de aarde met alle leven dat zich ontwikkeld heeft? Van vóór onze tijd, het nu en na onze tijd? Eerste en laatste: alfa en omega? Mens, durf te leven, ook in zware tijden? Wordt ons rekenschap gevraagd wat wij met het licht hebben verricht, hoe gaan wij met elkaar en de aarde om?

Hoe dit alles te zien?

Een antwoord hierop geeft de schrijver Antoine de Saint-Exupéry in zijn boek “de Kleine Prins”: “Alleen met je hart kun je goed zien”.

Naast onze Bijbel het meest vertaalde boek ter wereld en dat niet zonder reden. Een filosofisch sprookje voor jong en oud waarin een Prinsje zijn betoverende en wijze verhalen vertelt over de planeet waar hij woont, met drie vulkanen en een hooghartige bloem en zijn ontdekkingsreis langs andere planeten. Hij komt op zijn tocht veel volwassenen tegen die hij vaak als oppervlakkig ervaart. Dit alles gezien door de ogen van een kind. De Prins ontmoet ook een Vos die hem vraagt om hem tam te maken; dan kunnen ze vrienden worden. Dat lukt en de Vos zegt dan dankbaar:

“Alleen met je hart kun je goed zien”. Deze prachtige, bijna Bijbelse uitspraak reken ik tot het veelstemmige licht om aan te horen.

De cirkel is rond.

Dat veelstemmige licht wens ik u graag toe en een hart dat daarvoor openstaat. Dat dit gedicht u mag inspireren; het is een prachtig fundament onder de Oecumenische Beweging.     

De ster van Bethlehem

De kerststal is afgebroken. De kerstversiering verdwenen. En toch, tijdens de ‘Week van gebed voor eenheid van christenen 2022’ staan we stil bij de ster van Bethlehem. Een licht dat schijnt in het duister en de weg wijst naar Jezus. Daarin ligt een oproep voor ons als christenen.

Eenheid…  Eenheid vraagt om een gemeenschappelijke zoektocht. Dat geldt in het Midden-Oosten, maar dat geldt op een wat minder grote schaal ook in Sittard. Inter-religieus en oecumenisch samen zoeken, maar ook binnen onze eigen katholieke kerk.

Van oudsher staan de magiërs symbool voor de verschillende volken op aarde. Ze komen uit verre landen en vertegenwoordigen verschillende culturen. Maar ze worden gedreven door hetzelfde verlangen om de pasgeboren koning te zien en te leren kennen. Ze komen samen om Hem te aanbidden. Zo verbeelden de magiërs de eenheid die God voor alle volken wenst.

De centrale Bijbeltekst komt uit Matteüs 2 vers 2: ‘Wij hebben zijn ster zien opgaan en zijn gekomen om Hem te aanbidden.’ Volgens Matteüs is de verschijning van de ster een langverwacht teken van hoop. Deze brengt de magiërs uit het Oosten, ook wel bekend als wijzen of koningen, naar de plaats waar de Redder wordt geopenbaard. De ster is een geschenk, een teken van Gods liefdevolle aanwezigheid voor alle mensen. De stralen leiden de wijzen, en met hen alle mensen, naar het grotere licht: Jezus. Als het licht van de wereld is Hij in onze duisternis gekomen. Dit deed Hij om voor ons de weg naar de Vader te verlichten, zodat wij zijn liefde zouden kennen.

Hoe vinden wij die weg? Hoe kunnen wij geïnspireerd worden? Welke wegwijzers hebben wij? De sterren op de verbeelding van de nachtelijke hemel hier vooraan in de kerk wijzen een weg met woorden: een warm hart / samen geloof vieren / zingen / begrip voor elkaar / luisteren / zoeken naar eenheid / delen / nederigheid en geduld / samen blij zijn / gastvrijheid.

Een spoor van licht om over na te denken en na te praten met elkaar.

 

Theo Ronden en Elly Bus-Linssen

.


Ter Overweging 9 jan 2022.

 

Zeg maar ‘Ja’ tegen het leven, kent u het nog, van Wim Sonneveld?

Zeg maar ja tegen 't leven, ja tegen ’t leven, Van je Amen en je Gloria joechee …

Zo klinkt een stuk van het refrein, en tussen de refreinen in horen we voor de huidige tijd wat minder grappige, maar destijds wat gewaagde zinnen over kardinalen en nonnen.

Ik moest bij de voorbereiding met Marina, over het thema van de viering meteen denken aan dit lied. Want dat is wat Jezus op dat moment zegt. Hij kiest er voor om daadwerkelijk onderdeel te worden van de geschiedenis van de mens.

In feite is de tekst die we vandaag als evangelie lezen een soort ‘coming out’ zoals dat tegenwoordig heet. Jezus treedt naar buiten in zijn nieuwe rol als geestelijk leider, zijn neef Johannes (zelf regelmatig aangezien als de nieuwe Elia) kondigt hem aan als de vervulling van zijn profetie. Maar dat niet alleen, de hele entourage geeft aan: dit is de zoon van God. Vanaf dit moment zal Jezus méér zijn dan alleen zichzelf, een vrome Jood uit het geslacht van David, die ook een jood uit een vroegere periode had kunnen zijn, zoals we in Jesaja lazen.

Zowel in Jesaja als in het evangelie kunnen we de vervolmaking van de oude wet in de Messias lezen, die Jezus is voor Christenen. Denk aan de stem uit de wolken, Gods stem zelf. In het oude testament komt het woord wolk vele keren voor, waarbij het vaak de betekenis van God heeft. Ook de Geest Gods komt zowel in het oude testament voor als hier in het evangelie. Het is duidelijk dat in Jezus de vervulling plaatsvindt van het oude testament naar een nieuwe toekomst, zeker bij Lucas.

Jezus ging de Jordaan in. Hij werd ondergedompeld in het levende water, maar feitelijk dus ook in het leven van zijn volk. Hij zette de weg voort van Mozes. Voortaan werd het zijn opdracht om het ‘Beloofde Land’ aan te kondigen.
Hij werd gedoopt om waar te maken, dat Hij Gods veelgeliefde zoon was. Eenmaal gedoopt richtte Hij zich uitsluitend op zijn droom van recht en vrede voor iedereen. Zijn kracht is de Zachte Kracht..
Zijn doop wees in de richting van liefde en solidariteit, van een nieuwe hemel en aarde.

Gedoopt worden is in wezen kiezen voor de weg van Jezus. Daardoor draag je voortaan zijn watermerk met je mee. Je ziet een watermerk niet als je een papier voor je hebt liggen, het toont zich pas met tegenlicht. Ook bij mensen is dat zo, je hoeft niet getekend met een litteken op je voorhoofd (als Harry Potter) door het leven te gaan als Christen, je gaat voor Christus’ boodschap, voor zijn manier van leven.
Je sluit je aan bij mensen, die in dezelfde richting kijken. Je wilt je in woord en daad inzetten voor een paradijs, waarin iedereen vredig mag leven. Gedoopt worden is opstaan uit een waterig of bij sommigen verwaterd bestaan en volstromen met nieuwe levensadem, met de Geest van God. En dat zien mensen aan je, als je in het goede licht staat..

Jezus hóefde zich niet te laten dopen door Johannes, hij was immers zonder zonde. Maar door het toch de laten doen door Johannes, liet hij zien dat Hij, de mensgeworden God, zich helemaal solidair met ons verklaart. Hij is God en mens tegelijk en Gods Geest heeft zich in hem uitgestort. De drie-eenheid is geboren, de mensen hoeven hierna alleen nog maar ‘amen’ te zeggen tegen Jezus, die eerst alleen lééfde, maar nu weg en waarheid en het Leven met een hoofdletter wordt.

Dus uiteindelijk heeft Wim Sonneveld gelijk: Zeg maar ja, tegen het Leven!

 

Amen

 

Peer Boselie


Ter overweging  Zat. 1 jan. 2022           1 Joh. 1, 5; 2, 5-8    Lc. 2, 16-21

Nieuw jaarthema: Spoor van licht

Kunnen we het een keer niet over corona hebben? Het is zo bepalend voor wat we wel en niet kunnen, mogen en moeten dat het als gespreksonderwerp bijna onvermijdelijk is.

Daar over nadenkend lijkt het me niet het belangrijkste onderwerp, maar meer iets dat er op de achtergrond is en waar je rekening mee moet houden, maar waar je vooral niet op moet focussen. Want waar gaat het echt om? Waar leef je van? Hoe kun je dat realiseren voor jezelf maar vooral ook voor anderen? Alle woorden die we hier zouden kunnen opnoemen – en dat zijn er veel: liefde, geluk, begrip, gerechtigheid, vreugde, solidariteit, geborgenheid, vertrouwen enz. – het zijn woorden die horen bij het woord licht. Zonder licht kunnen mensen niet leven. Een klein beetje licht maakt het donker al beter uit te houden.

De jaarwisseling is een moment in de tijd, dat ons doet terugdenken aan het jaar dat achter ons ligt, maar dat ons tegelijk ook oproept om nieuwe plannen te maken. Plannen voor de tijd die komt. Maar eerst kijken we terug… Zijn er mooie momenten geweest afgelopen jaar, lichtpuntjes in ons leven…? (…) Dat is natuurlijk niet voor iedereen hetzelfde. Het kan een heel donker jaar zijn als je een geliefde mens hebt verloren. Dan is het licht heel kwetsbaar en klein. Daarnaast is een zee van licht zeldzaam in het leven… Er is bijna altijd ook sprake duisternis.

‘Spoor van licht’ is het nieuwe jaarthema. Het vraagt ons misschien verder terug te kijken dan een jaar. En een blik te werpen op het totaalplaatje van al onze herinneringen, op het verhaal van ons leven. Kunnen we het spoor van licht in ons leven zien? Waar licht er iets op? Wanneer en waar was het donker, misschien zelfs aardedonker, en hoe zijn we vanuit dat donker weer in het licht gekomen? Kan het zijn dat er in het donker toch ook licht schuilgaat? Kunnen we daarop vertrouwen? En hoe kan dat licht dan weer voor ons zichtbaar worden. Is er een weg naar dat licht? En is er voor ons daarbij een link naar God?

De lezing uit de eerste brief van Johannes zegt: God is licht. Het ware licht schijnt al en het is werkelijkheid in ons leven... Dat klinkt met een stelligheid die we niet altijd voelen, maar die ons wel kan sterken. Er is daarmee ook een basis, die we niet zelf hoeven te veroveren, die we niet hoeven te zoeken of kunnen maken, maar die er gewoon is. Die ons geschonken is, een genade. Als persoon, maar ook als gemeenschap van mensen die proberen te geloven mogen we op die basis vertrouwen en er dankbaar voor zijn. Gedragen door en doordrongen van Gods licht kunnen we meer dan we denken. Misschien is dat ook iets wat we als christen moeten doen, zoals Johannes het zegt in zijn brief: ‘In ieder die zich aan Gods woord houdt, is zijn liefde werkelijk tot volmaaktheid gekomen; hierdoor weten we dat we in Hem zijn. Wie zegt in Hem te blijven, behoort in de voetsporen van Jezus te treden.’ Geen nieuw, maar een oud gebod, iets wat we allang weten, maar wat toch telkens weer aandacht vraagt en opnieuw geprobeerd moet worden, omdat het niet eenvoudig is.

Wat verlangen we dan nu van het nieuwe jaar? Waar willen we ons voor gaan inzetten, wat hopen en geloven we? Kan het Licht met een hoofdletter, dat binnen in ons zit, dieper in onszelf dan we kunnen vatten, kan dat Licht ons inspireren en helpen om ondanks alle tegenwerkende krachten voor een spoor van licht te zorgen, in onze kring van bekenden en voor onszelf, in onze samenleving?

Het kind kreeg de naam Jezus, wat betekent: God redt... Daar kunnen we het mee doen. 

 

Zalig Nieuwjaar!

Elly Bus-Linssen

 


Vrangendael, 12 december 2021

Getuigenis

Ik heb het onrecht hier in mijn hand. Betaald door jullie. Zo simpel kan het zijn. Deze telefoon is een door de gemeente betaalde werktelefoon, in verband met mijn ambtelijke functie. Van jullie belastinggeld betaald, dus. Zie in het klein de onrechtvaardigheid van de wereld, de onrechtvaardigheid van de verdeling van rijkdom. Want of jullie het wilden of niet, jullie hebben er aan mee gedaan. En of ik het wilde of niet, er was geen keuze tussen goed en slecht, ook ik ben onderdeel van het systeem. Het is een Iphone. Van Apple dus. En of het nu de A van Apple, Alibaba of Amazon is, of de B van Bezos of Bol.Com (en ga zo het alfabet maar door, want vergeet de M van Musk niet…) eigenlijk geeft alleen al deze telefoon aan, dat we allen onderdeel zijn van de slechtheid, het geldgewin, de allesvernietigende kracht van het geld in onze samenleving, in onze wereld.. Om moedeloos van te worden..

Niet alleen doordat de telefoon minstens twee tot drie keer te veel kost, zodat de eigenaren een aandeelhouders weer miljarden in plaats van enkele schamele miljoenen kunnen bijschrijven op hun rekening, maar ook omdat er in dit apparaatje materiaal zit, onzichtbaar en heel weinig, maar het is er en het is onmisbaar in zo’n apparaatje: zeldzame materialen zoals goud…

Het goud blinkt, maar er is veel nodig geweest om het aan onze handen en in onze oren te laten schijnen. Onrecht, uitbuiting, ongezonde werkomstandigheden, dat hebben we aan ons lichaam hangen. Terecht gaat Solidaridad vandaag in op de vrouwen in Ghana, die kleinschalig en in coöperatievorm elkaar versterken bij het winnen van ethisch verantwoord goud, want met goud is op zich niets mis natuurlijk..

Onder andere de profeet Sefanja, vandaag niet gelezen, heeft felle aanklachten tegen onder andere zelfvoldane rijken, schraperige kooplieden, de wet verkrachtende priesters. Allemaal zaken die ons bekend kunnen voorkomen en ons met droefheid kunnen vervullen, er is immers weinig tot niets veranderd in de laatste ruim 2000 jaar… Om moedeloos van te worden.

Dat klopt, en ook weer niet. Profeten als Sefanja, Jesaja en anderen hebben we ook nu, al heten ze anders en gebruiken ze andere media. Ook de goede mens- en wereldopbouwende geluiden zijn er heden te dage. Voor wie horen wil…

Ethisch handelen is lastig, maar het kán. Ook de woorden van het evangelie van Johannes over Johannes (de Doper, of Voorloper, een mooie naam vond ik dat altijd) geven niet meer aan dan dat men met respect voor ieder kan handelen en van daaruit goed leven. Johannes vraagt niet om als hemzelf sprinkhanen te eten en bijna naakt in de woestijn rond te lopen. (Al is dat eten van sprinkhanen inmiddels wel steeds breder geaccepteerd, ook hier…) Nee, een belastinggaarder hoefde alleen maar niet méér te vragen dan nodig, een soldaat hoefde alleen maar níet te plunderen (terwijl dat wel oorlogsrecht was…). Niet simpel, maar haalbare doelen..

Ethisch handelen nu is wellicht veel gecompliceerder, omdat we onderdeel zijn van complexe systemen. We kunnen aan Mensen in nood geven, of andere goede doelen, en dat is zeker ook nodig. We kunnen ons voornemen om zo onzelfzuchtig mogelijk te zijn, zo barmhartig als kan in onze omgeving. We kunnen vluchtelingen opvangen, zoals meerdere parochianen al tientallen jaren geleden deden, of ze opvangen in een noodopvang en goed verzorgen als gemeente, zoals afgelopen weken gebeurde , hen een stadswandeling aanbieden zoals ik afgelopen week deed, of rondom het thema vluchtelingen een bijeenkomst houden, en in de stromende regen wandelen, zoals Marianne en Jan deden een aantal maanden geleden. Allemaal goed, en ieder kan doen op zijn of haar plek wat mogelijk is, naar vermogen en draagkracht, financieel, geestelijk en lichamelijk…

Óf het probleem bij de wortel aanpakken, zoals de dames in Ghana doen. En met dat ethisch gewonnen goud een telefoon kopen, zoals enkele van onze eigen kinderen inmiddels hebben gedaan. Een Fairphone, uit helemaal duurzaam gewonnen materialen en makkelijk aan te passen als iets kapot gaat.

We zijn onderdeel van het probleem, we zijn onderdeel van de oplossing. Over twee weken wordt opnieuw de geboorte van ons grote voorbeeld herdacht. Ieder jaar opnieuw is deze dag een ijkpunt van hoop, geloof en liefde. Van een betere toekomst! En als we dat doen, leven met elkaar in onze harten, dan sluiten we aan bij Paulus: verheugt u en weest onbezorgd, leg uw wensen neer bij God maar dank hem ook en de vrede van God zal u behoeden..

Wie onder u groot wil zijn, of uw naam nu begint met de letter A, B, C of Z, moet klein zijn. Als de vrouwen in Ghana, als de fairphone…als u?

 

Amen..

 

Peer Boselie

 


Overweging herdenkingsviering overledenen 2019-2021 Zondag 31 oktober 2021


De dood van een geliefde mens laat je ontredderd achter.

Elke zekerheid, vanzelfsprekendheid, veiligheid uit handen geslagen.

Schuilen wil je, wegkruipen.

Je voelt je als de waterstroom uit dit oud derwisj verhaal:

“”

Er was eens een waterstroom  die na een lange tocht

door een woest berglandschap de rand bereikte van een zandwoestijn.

Tot dan toe had die stroom de zwaarste hindernissen moeiteloos genomen.

Maar nu stokt zijn gang.

Het lukt hem maar niet  een weg te banen door het woestijnzand.

Dan hoort hij een stem die hem influistert:

‘Geef je over aan de wind. Die zal je opnemen en over het zand heenvoeren.’

Maar de rivier is eigenwijs, denkt er niet over zich over te geven

aan zoiets vluchtigs als de wind.

Hij komt geen stap verder.

Ten einde raad geeft de rivier zijn pogingen op:

hij geeft zich gewonnen.

Zijn damp geeft hij over aan de wind die deze zorgzaam opneemt

en veilig over het onwillige woestijnzand heen draagt.

Mijlen verderop laat de wind het water zachtjes als regen weer vallen.

Aan de overkant van de woestijn

wordt het water weer teruggegeven aan zichzelf,

stroomt de rivier als vernieuwd verder.

“”

Verder stromen, als vernieuwd... het gaat niet zomaar.

Dat vraagt tijd,  dat vraagt moed,

moed tot overgave aan dat onherkenbare in jezelf,

aan het verdriet, de vragen,  boosheid,  twijfels.

Pas dan, pas dan kan vertrouwen groeien,

vertrouwen  in een óverkant van de woestijn,

waar de rivier, als vernieuwd verder mag stromen…



17 oktober 2021

Getuigenis

Kent u het nog, het programma ‘are you being served’, met de destijds nog wat gewaagde homofiele man, de stiff-upper-lip engelse gentleman en andere karikaturen van mensen in een Engels warenhuis in de jaren zeventig? Een leuke serie, want (zeker Engelse) humor is belangrijk. Mag het een onsje meer zijn? Ook zo’n term, maar dan bekend uit de slagerswinkel. Dit soort termen zijn uit de katholieke kerk of de gelovige gemeenschap in het algemeen eigenlijk niet zo bekend. Toch zijn ze er, de dienaren der mensen. Massa’s zelfs! We hoorden Etty Hillesum en Dag Hammarskjöld al beiden op hun manier inspirerend voor mensen, ook of met name ná hun dood. Maar we kennen ook de ‘engelen’, die aan het bed stonden en staan bijvoorbeeld, de onderwijzers en leraren (meestal leraressen tegenwoordig), de mensen de in de wijk voor dag en dauw opstaan om te dienen. Om u te dienen, om mij te dienen later wellicht ook..

In een klooster dat we van nabij kennen, kwamen we ze tegen, de mannen en vrouwen die dag in dag uit hun werk deden. Vaak in de schaduw van gestudeerder heren en dames , denk aan de soeurs en mères bij de Ursulinen bijvoorbeeld. De broeder die nu, negentig-plus inmiddels vrijwillig nog altijd koster is, maar vroeger iedere dag van half zes ’s morgens tot half tien ’s avonds klaar moest staan als conciërge, of werkbroeder. In totaal vijf (vijf inderdaad) verlofdagen per jaar!! De zuster die in Afrika een kindertehuis, ziekenhuis, vroedvrouwenschooltje oprichtte.. Hele generaties zijn opgegroeid met dit soort mensen, de oude ‘Engelen van Zitterd-Gelaen’ kun je ze ook noemen voor zover het onze gemeente betreft.

In ons museum in de kapittelstraat hier in Sittard is momenteel een tentoonstelling te zien over de zusters van de Goddelijke Voorzienigheid, de meesten kennen hun nog als de zusters van het ziekenhuis…

Hun geschiedenis begint niet hier, maar in Frankrijk, in Bretagne. Ik ben er geweest een aantal jaren geleden, in Crehen, een dorpje van niets eigenlijk, maar het moederhuis van de congregaties van de soeurs de la divine providence staat t er nog, trots als vele jaren terug. Ze waren groot als onderwijscongregatie, maar werden verdreven door de Franse antireligieuze wetten van ruim 100 jaar geleden. Ze zochten en vonden o.a. hier een toevlucht. Hier was op dat moment geen behoefte aan een nieuwe onderwijscongregatie, de bisschop zei hen wel behoefte te hebben aan zorg. En er geschiedde naar zijn woord. Men schoolde zich om en zie, een cluster van zorgcentra is het gevolg geweest, door een groot deel van het land. Een voorbeeld slechts, er zijn vele andere congregaties die er op lijken. Alleen al in Sittard waren het er acht, gevlucht uit Frankrijk of Duitsland wegens vervolging. Om ons te dienen…

Vandaag is de Dag van verzet tegen de extreme armoede. Ook ontstaan uit een religieus initiatief overigens, door inspanning van die bevlogen priester Joseph Wrezinsky, vriend en collega van Abbé Pierre, die weer bekend is als onder andere oprichter van de Emmausbeweging en de voedselbank. Vandaag is ook de dag tegen sociale uitsluiting, logisch, passend bij die Dag tegen extreme armoede, ze hangen immers samen. En laten we eens positief zijn, in het verlengde van die expositie over de zusters van de Goddelijke Voorzienigheid! We mogen gerust trots zijn op het feit dat mensen uit de katholieke geloofsgemeenschap de initiatiefnemers zijn geweest van onder andere de voedselbank en de Emmausbeweging, van de Vierde Wereldbeweging ook. (En het feit dat ze vanuit kerkelijke overheden tevens ook als dwarsliggers werden gezien voor wat betreft de kerkelijke regels van volgzaamheid en gehoorzaamheid, maakt ze des te sympathieker voor mij..). We mogen er eveneens gerust ook trots op zijn dat initiatieven als Bie Zefke en het Slaaphuis mede vanuit religieuze dienstbaarheid zijn ontstaan en dat ook mede vanuit onze eigen geloofsgemeenschap.

Kortom, we mogen op deze dag misschien gewoon wel eens trots zijn op zo vele zaken die goed gaan in onze kerkgemeenschap. Al vele eeuwen, wel bijna 2000 jaar… Zeker, er zijn vele fouten gemaakt, eveneens bijna 2000 jaar lang en die krijgen de laatste jaren terecht veel aandacht, maar o, wat is er veel werk verzet, in de eerste, tweede, derde en vierde wereld…

Maar dit feit legt ons tevens de letterlijk heilige plicht op om vanuit dienstbaarheid te blijven denken, want achteroverleunen is gevaarlijk, en zelfgenoegzaamheid nog gevaarlijker, we weten immers waar dat toe kan leiden.. Dienstbaar bleven bijvoorbeeld die twee eenvoudige mensen die gistermiddag bij ons spullen van een niet nader te noemen grote Zweedse meubelfirma kwamen afleveren voor een verhuizende zoon. Eind van de week, zichtbaar vermoeid, deels al behoorlijk versleten, maar met goede moed en de wil om anderen blij te maken. Hun leven kun je niet verlichten, hun tijdelijke last wel. Dat is het minste wat je dan kunt doen, en gelijk van hen leren hoe een zwaar leven toch licht kan zijn. Soms, heel even…

 

Peer Boselie

 


OECUMENISCHE VIERING 26 september 2021 OVERWEGING

Mede-christenen,

Goed om elkaar weer te zien, elkaar weer te ontmoeten. Zo was de stemming bij de voorbereiding van deze viering. Gelukkig, we kunnen onze traditie van gezamenlijk bidden en vieren weer oppakken. Elkaar ontmoeten en ook zingen. Dat was de laatste tijd nogal een ding. Ik heb van onze oecumenische broeders en zusters geleerd dat dit ‘ingetogen’ moet zijn, volgens de laatste stand van zaken. Benieuwd hoe dit klinkt. En dan de kaarsen, hier twee op de tafel, die elkaar aansteken, elkaars geloof belichten. Oecumene in optima forma!.

Want U weet het; de liturgie is een ‘heilig spel’, waarin we mogen danken en denken, maar het is ook een ernstig spel. We komen niet voor niets rond de Vredesweek bij elkaar. En het thema dat ons rond vrede bezighoudt – en dat is niet voor de eerste keer – is: Wat doe jij in vredesnaam? Een thema, dat een appel doet op onze verantwoordelijkheid. En de richting waarin we gevraagd worden te denken is die van de inclusieve samenleving, een samenleving die niemand buitensluit, maar integendeel ieder omarmt die er bij wil horen, die er deel van uitmaakt.

Ik hoef u niet te vertellen dat dit een zwaar en indringend thema is. En u de bedreigingen te schetsen die deze inclusiegedachten bedreigen. Van buiten af de zwarte wolken, als gevolg van de brandhaarden aan de uiteinden van Europa. Natuurbranden, maar ook menselijke, humanitaire rampen die zich afspelen. Maar ook bedreigingen van binnen uit. Groepen die terecht hun plaats willen innemen, de lhtb + gemeenschap, terecht. Hoewel soms harde eisen, zoals rond taalgebruik, soms weer niet bevorderlijk zijn voor die inclusie.

Wat doe jij in vredesnaam? Wat wil je en kan je doen? Hoe kunnen we elkaar daarin ondersteunen, bemoedigen en inspireren, als geloofsgemeenschap, als leden van een christen-gemeente? Misschien wordt die vraag wat lichter als we onszelf bezinnen op onze ‘core bussiness’, om maar een onkerkelijk woord te gebruiken. En die is: kijken met de ogen van het geloof. Kijken met de ogen van het geloof naar mensen, naar deze wereld. Kijken met de verwondering van een kind, dat nieuwsgierig is en blijft, experimenteert en de grenzen van zijn kunnen opzoekt, en nieuwe mogelijkheden ontdekt. Zoals de protestantse gemeente in de afgelopen periode gezocht heeft, gewikt en gewogen en nu boven het fusieproces de spreuk hangt; “een nieuw elan”. Zoals op de kerkmuur van Vrangendael in alle wisselingen de jaarspreuk hangt: ‘Durf te vertrouwen, juist nu’. Wie de bijbel een beetje kent, weet dat er soms rake dingen op muren geschreven staan. Hier in positieve zin.  Deze motto’s zouden elkaar kunnen aanvullen, oecumene in optima forma!

De Vlaamse spraakmakende kerkjurist Rick Torfs heeft een boek geschreven onder de titel; ‘De kerk is fantastisch!’. Een titel, die waarschijnlijk niet alleen bij mij enige weerstand oproept. Hoe zo fantastisch? Je hoeft toch geen groot geleerde te zijn om te zien hoe het op dit moment met de kerken, dus met ons vergaat. Wat ze met zich meesleept aan toestanden uit het verleden, waarmee ze steeds weer wordt geconfronteerd. En afgezien daarvan; wij zijn maar een bescheiden onderdeel geworden van de maatschappij..

En toch nodigt zo’n prikkelende titel uit tot lezen, en dat is natuurlijk de bedoeling van de auteur en de uitgever. Als kerkjurist weet deze Torfs hoe het in de kerk – hij beperkt zich overigens tot de roomskatholieke kerk – mis kan gaan, en schrijft daar uitgebreid over. Maar toch; er zijn twee elementen waarin kerken – wij dus – iets kunnen betekenen; dat is het bieden van gastvrijheid en het openhouden van wat ons te boven gaat, met een katholiek woord transcendentie genoemd. Gastvrijheid: ieder is welkom, uiteraard met de beperkingen die daarbij horen Maar maatschappelijk wordt misschien naar je vaccinatiebewijs gevraagd, in de kerk niet naar je geloofsbrieven. Je mag er zijn, met al je geloof, je hoop, je liefde – je angst en je twijfels. Je mag gezien en gehoord wordt. En transcendentie, een woord dat niet ‘zweverig’ is, en weghoudt van de aardse werkelijkheid, maar doet aanvoelen, dat niet alles te vatten is in termen van ‘functie’  of ‘nut’. Zoals zingen in een viering een functie heeft als onderbreking van het woord of nuttig is voor onze ademhaling, maar het is veel meer, waardoor we soms kunnen verzuchten: het is prachtig, het is mooi, het heeft me geraakt.

Vanuit deze gastvrijheid en het openhouden van de werkelijkheid voor nieuwe en soms verrassende ervaringen kunnen we de verbinding zoeken; met onszelf en met wat ons uitdaagt buiten ons. En laten we wel wezen; deze gastvrijheid en openheid heeft de diaconale betrokkenheid van onze gemeenten vindingrijkheid en creativiteit gegeven. En langdurige verbintenissen met mensen. Laat ik het eens zelfbewust zeggen: we hoeven onszelf niet op de borst te kloppen, maar we hebben veel in huis. In de laatst gehouden viering werd aan de aanwezigen gevraagd om te reageren op de uitdagende oproep; ‘ kom uit je bubbel’. Die reacties werden verzameld in een schatkistje, met de belofte daar iets mee te doen. Een schatkistje, mooi uitgevoerd, dat ons als een soort tijdcapsule verbindt tussen verleden, heden en toekomst. Na deze overweging mag u een inkijkje hebben in de inhoud, dat wat mensen als hun ‘schat’ kwijt wilden, wat ze wilden bewaren, en in het midden van ons samenzijn wilden leggen. Wat geschreven is, sluit heel goed aan bij de gedachten over gastvrijheid en transcendentie. Zowel naar elkaar als geloofsgemeenschappen, als naar buiten – wat ons daar raakt, en wie op ons een beroep doet. Het is met weinig woorden soms treffend opgeschreven.

Bij dit alles kunnen we onze inspiratie ontlenen aan het evangelie van Marcus, de lezing van vandaag. In het voorafgaande hoofdstuk heeft Jezus de indringende vraag gesteld, wie hij voor zijn leerlingen is. En de gang naar Jerusalem is ingezet. Daarmee worden twee thema’s zichtbaar, die ook terugkomen in de lezing van vandaag; macht en lijden. De boodschap van het Rijk Gods, die verborgen werkelijkheid die niettemin werkzaam is vanuit ons geloven, is volstrekt niet onschuldig. Het stuit op weerstand, op de machten van deze wereld, die in hun slechtste vorm niet uit zijn op inclusie, maar exclusie, uitsluiting van alles wat de heersende toestand bedreigt. Maar hier zien we  hoe pijnlijk ook- dat die machtsvraag ook binnen de kring van leerlingen speelt. Maar daar lopen ze niet mee te koop, het speelt onderhuids. In de tekst staat het veelbetekenend: ze zwijgen, de machtsvraag blijft verhuld, zoals zo vaak,  Maar Jezus doorziet dit, en geeft hen te denken  over  eersten en laatsten. Daarover zongen wij. Meer nog, Jezus maakt een veelzeggend gebaar; hij omarmt een kind en zegt: ‘wie in mijn naam een van dergelijke kinderen onderdak verleent, geeft mij onderdak, en wie mij in huis neemt, neemt niet mij in huis, maar degene die mij gezonden heeft’. (Marcus 9,36). In het omarmen en opnemen van het kwetsbare mogen we iets ervaren van het Godsgeheim. Het goddelijk geheim dat in leven, werken, dood en verrijzenis van Jezus, zo geloven wij, ons tot voorbeeld en redding is.

Daar moeten we het mee doen. Kijken naar mensen vanuit geloof – hun en onze kwetsbaarheid erkennen, en opnemen. Niet naïef, want we weten van macht en lijden. Niet alles wat we in vredesnaam zouden willen, kan ook – sommige initiatieven mislukken door allerlei oorzaken. Maar Jezus’ gebaar blijft ons verrassen (waar haalde hij ineens dat kind vandaan? Geen exegeet die het weet. Maar het was er, en zal er altijd in ons midden zijn.).En het zet ons, hoe bescheiden ook, ons weer in beweging om kwetsbaarheid te omarmen. In vredesnaam. Laten we dat alles overwegen, terwijl we onder het zingen/orgelspel/ in stilte naar onze schatten. Want waar uw schat is, daar is uw hart (Matth. 6,21). Zo staat geschreven.

REN LANTMAN, 26 september 2021, Johanneskerk Sittard

 


Overweging zondag 1 oktober 2021

Gen. 2, 18-24

 

Heeft iemand het over het scheppingsverhaal, dan zou je eigenlijk moeten vragen: welk scheppingsverhaal? In de Bijbel staan er twee. Het eerste, waarmee de Bijbel begint, kent iedereen. Het vult het eerste hoofdstuk van Genesis, het boek waarmee de Bijbel begint. Genesis is Grieks en betekent ‘ontstaan’; het boek over het ontstaan van alles, ook van de mens, man en vrouw. In het tweede hoofdstuk staat het tweede scheppingsverhaal, waar we vandaag een stuk uit lazen.

Dit scheppingsverhaal concentreert zich specifiek op de schepping van de mens en de voorbereiding daarop. God maakt de nog woeste aarde een vruchtbaar, vriendelijk onderkomen voor de mens. Water is daarbij het belangrijkste. God legt de tuin van Eden aan – het paradijs – waaruit de grote rivieren ontspringen die de destijds bekende wereld vruchtbaar maken. Zo is de wereld klaar om de mens te ontvangen.

God maakt de mens van aarde. Daar zal hij dat water bij nodig gehad hebben. Klei. God boetseerde de mens. Boetseren, dat is proberen totdat het goed is. Maar was het goed? Zie de mens in die prachtige tuin. Wat wil je nog meer? Maar in dit verhaal staat niet dat God zag dat het goed was. “God, de Heer dacht: Het is niet goed dat de mens alleen is. Ik zal iemand maken die bij hem past.” Maar wie, wat past bij de mens? Het was voor God ook de eerste keer.

Hij gaat verder aan de slag met klei. Boetseert alle denkbare dieren en blaast ze leven in. Hij brengt ze naar de eenzame mens. Die moet ze een naam geven. Maar geen van deze dieren “past” bij de mens. Vult zijn eenzaamheid. Tot God de mens in zijn slaap een rib ontfutselt en daar een heel nieuw figuur uit maakt, dat hij leven inblaast. Als de mens dat ziet roept hij uit: “Eindelijk een mens, net als ik!” Deze schepping noemt hij “vrouw”. En je hoort God zuchten: eindelijk gelukt, de mens is niet meer alleen.

Verhalen zijn verhalen; ze nemen je fantasie en je denken mee. Ook bijbelse verhalen. Het zijn geen wetenschappelijke betogen, geen leerstellingen, geen dogma’s. Scheppingsverhalen zeggen niet hoe de wereld met al wat er op leeft ontstaan is. Maar wel waarom en waartoe. En voor wie geloven: hoe wij mensen in Gods ogen en liefde mogen leven.

Mensen mogen namen geven. Onderschat die gave niet. Daaruit is de taal ontstaan. Ontstaan nog steeds talen, alfabetten, wetenschappen. Mensen geven nog altijd namen aan duizend en één dingen: dieren, planten, uitvindingen, verschijnselen, ziektes, emoties enz.

Wie de hedendaagse discussies een beetje volgt, ziet ook nu weer een alfabet ontstaan. Letters die staan voor nieuwe zijns- en levensvragen. Dat alfabet is nog niet af, het eindigt met een plusteken. Ik heb het over: LHBTIQ+. Letters voor namen: Lesbisch, Homoseksueel, Biseksueel, Transgender, Interseksueel en Queer. Namen voor seksuele geaardheden, levensontdekkingen, relatievormingen. Het zijn woorden voor hoe mensen zichzelf ontdekken. Ervaren. Voor wat en wie mensen zijn. Mogen zijn.

Mogen zijn? Daar begint het zware; de pijn, de discussie, de irritatie, de discriminatie en uitsluiting. Ook de afwijzing door ideologieën, geloven en kerken. Vaak met een beroep op dat Bijbelverhaal van vandaag. Een beroep dat van het verhaal een leerstelling maakt; een rigide moraalregel die mensen verbiedt te zijn wat en hoe ze zijn en met wie ze zijn. Kerken dachten en denken nog heel vaak te weten hoe God wil dat mensen niet alleen zijn; hoe en met wie ze hun aard en seksualiteit vorm geven: exclusief in een verbond van man en vrouw.

Verhalen, ook scheppingsverhalen, moet je niet gebruiken als gietvormen. Het zijn speelse dragers van wijsheid, voor meer uitleg vatbaar. Neem het verhaal van vandaag. Het is niet God die als exclusieve oplossing van de eenzaamheid van de mens het verbond van vrouw en man voorschrijft. Geen van al de schepsels die God aan de eerste mens presenteert heeft het gehoopte effect dat het de leegte van zijn alleen-zijn opheft. De oplossing komt pas bij het schepsel dat hij vanuit zijn binnenste ik herkent. Wanneer hij roept: “Eindelijk een mens, net als ik!”

Zeker nu, nu de wereld meer dan overbevolkt dreigt te raken en voor het mensdom voortplanting geen prioriteit meer mag zijn, draagt het verhaal uit Genesis ruimte aan voor bevrijding van seksualiteit en voor grotere vrijheid in liefdesrelaties. Vrijheid om te mogen zijn wat en wie je bent, en bij alle diversiteit te kunnen en mogen zeggen: “Ja jij. Jij! Eindelijk een mens als ik. Iemand die bij mij past.”

 

Meindert Muller

 


Overweging zondag 12 sept 2021    Mc. 8, 27-35

“Niemand is iemand zonder de ander. Niemand kent zichzelf zonder de ander. Ik ben niet ik zonder jou, lief, vriend, vreemdeling, God.” Nog snel even voor ik deze preek ging maken schreef ik deze korte tekst om een geheel andere reden dan het maken van een preek. Tot mijn verbazing bleek het de kern van wat de lezing uit Marcus mij te zeggen geeft.

“Niemand is iemand zonder de ander.” Ofwel, een mens is een sociaal wezen. Niet bij toeval, maar uit innerlijke noodzaak. Zonder de anderen kan niemand mens worden. Zijn die zij/hij is. Ik niet. Jij niet. Niemand niet. Zonder Jozef en Maria kan Jezus geen mens worden. Meer nog: kan hij niet de mens worden die hij werd. Mensen hebben mensen nodig om te worden die ze zijn. En om te begrijpen wie ze zijn; kunnen zijn. Dus ook: om te beseffen voor welke levenskeuzes ze staan.

Anderen houden je een spiegel voor: met wat ze over je zeggen en, meer nog, met hoe ze op je reageren, hun lichaamstaal, hun spreken zonder woorden. Jezus is een mens als wij. Wil weten. “Wie ben ik volgens de mensen?” En als hij dat gevraagd heeft, durft hij een stap verder te gaan: “Wie ben ik volgens jullie?” Een vraag waarmee je je kwetsbaar maakt. Een sprong in het diepe. Zo peilt Jezus of hij voor de mensen herkenbaar is en gezien wordt als brenger van verlossing en verzoening. En of hij in de ogen van zijn leerlingen geloofwaardig is als middelaar tussen God en mens.

Mensen hebben antwoorden nodig. Zeker als ze voor zware beslissingen staan. Onzekerheid moeten overwinnen. Dan wil je weten of je op de goede weg zit. Of er draagvlak is. En soms heb je antwoorden nodig om, in de wetenschap van je kwetsbaarheid en je dwaasheid in de ogen van anderen, toch trouw te blijven aan je oorspronkelijk ideaal. Houden de leerlingen zich op de vlakte als ze antwoorden dat ze de mensen hoorden zeggen dat Jezus een soort reïncarnatie is, van Johannes de Doper, of Elia of een andere profeet uit de Schrift? En zijn de andere leerlingen blij als Petrus met zijn vertrouwd aplomb beweert: “U bent de messias!”? Jezus’ reactie verraadt de spanning waarin hij leeft: “Alsjeblieft! Zeg dat tegen niemand.” Het zou nog meer venijnige reacties oproepen dan er al in omloop zijn.

Jezus staat op een keerpunt in zijn leven. Het tij slaat om. Hij zal de trouw aan zijn roeping met de dood moeten  bekopen. Niks profeet, niks messias, vijand van het volk zullen ze hem noemen en als vijand van het volk zullen ze hem doden. Het gesprek maakt Jezus duidelijk dat hij de kracht in zichzelf moet zoeken en zijn leerlingen daarin moet meenemen. Hij legt uit wat er gebeuren zal; ook – en wat een indruk zal dat gemaakt hebben – dat hij na drie dagen zal verrijzen. En in welke spanning hij deze dagen leeft, blijkt als Petrus sust: “Dat moet u niet zeggen.” De arme man krijgt de volle laag. Satan noemt Jezus hem.

“Wie ben ik volgens jullie?” Het is de vraag die Jezus ons hier stelt. Kennen we hem? Is het niet diep menselijk, het verlangen gekend te worden? Kennen we onszelf zonder te weten hoe anderen ons zien? De ander kennen is zien wie zij/hij is, of wil zijn. Een ontdekkingsreis die niet ophoudt. En die riskant kan zijn. Jezus leren kennen in wat hij is en wil zijn confronteert ons met de uitdaging die hijzelf aangaat en die hij ook ons stelt: de vraag hem te volgen in zijn onvoorwaardelijke liefde voor de mensen, m.n. de kleinen, zwakken en zieken. Opdat ze tot hun recht komen.

Deze vraag, deze uitdaging duikt op telkens als we openstaan voor onze naasten, vriend of vijand of vreemdeling. Hen willen kennen in wie ze zijn. Zouden willen zijn. En daarin bij hen zijn. Kennis kan een levensopdracht kan betekenen.

Kent God ons? Kennen we God?
Dat God in de trouw der dingen is
en in het waaien van de wind over de akkers,
en in het kraken van de snavel van de kraai,
in het fluweel en in haar haren die ik streel,
zo goed als in muziek die wil gaan zingen.

Ik zie hem veel te weinig als ik kijk,
misschien wil hij zich niet snel laten kennen,
verlegen als hij is. Hij moet nog wennen
aan al die stemmen hier, al dat lawaai
waarmee wij zijn gefluister overstemmen.

Ik denk, God is het meest nog in de dingen,
geduldig en niet luid of onbezonnen:
in het waaien van de wind over het land;
in de penseelstreek, net nog niet begonnen.

En in de toppen van de vingers van haar hand,
die de huid van de geliefde laten rillen
op zoek naar het geheim dat liefde heet
en waarvan hij de prille code weet
waarmee hij onze honger weet te stillen.

 

Meindert Muller

 


TER OVERWEGING 15 aug. 2021  Openbaring van Johannes 11,19a;12,1-6a.10b Lc. 1, 39-45.56  en  Lc. 1, 46-55

Maria Tenhemelopneming           Thema:         Vertrouwen zoals Maria

Vertrouwen zoals Maria… Vertrouwen op God, op zijn betrokkenheid op en liefde voor mensen… Maria had het vertrouwen dat God het goed met haar voorhad en dat het met haar en het kindje dat ze zou krijgen uiteindelijk goed zou komen. Ze had het vertrouwen dat God recht doet aan wie arm is en aan wie onderdrukt wordt, en dat zijn goedheid reikt tot allen die de sociale rechtvaardigheid zoeken. Het Magnificat, dat Lucas haar in de mond legt, vertelt dat. Maria vertrouwde ook op het handelen van haar zoon – zo kunnen we elders in de bijbel lezen, in het verhaal van de bruiloft van Kana dat Johannes ons meegeeft. Jezus is de centrale figuur in ons geloof, degene waar Maria onze aandacht op wil richten. Hoewel Maria hem ook niet altijd kon begrijpen bleef ze zijn hele leven volgen wat hij deed en zei en wordt er van haar gezegd dat ze alles wat gebeurde bewaarde in haar hart. Zouden wij net als Maria op hem kunnen vertrouwen? En van hem aannemen dat wij altijd thuis mogen zijn bij God, wat er ook gebeurt...?

De eerste lezing spreekt over strijd tussen goed en kwaad. De draak, het kwaad, bedreigt de mensen. Een vrouw en haar kind dat geboren zal worden. Kan het goede overwinnen? Wij mensen hebben altijd wel ergens te maken met kwaad dat ons iets kan doen. Soms lijkt het kwaad iets dat buiten ons staat. De oud-president van Soedan bijvoorbeeld, beschuldigd van volkerenmoord en oorlogsmisdaden in Darfur, of de Taliban in Afghanistan. Soms zijn we zelf deel van het kwade. De aanschaf van een T-shirt, een telefoon of een auto kan zomaar gelinkt worden aan kinderarbeid of uitbuiting, ergens in het proces van grondstof tot eindproduct. Iets om over na te blijven denken… Het kwaad krijgt ook bij ons soms een kans… maar misschien kunnen we dat - in bepaalde situaties - ook voorkomen.

En dan zegt het evangelie: Armen en onderdrukten ontvangen welvaart en macht. God zal hen recht doen. Het is de blijde boodschap die Jezus zal brengen, die we vandaag horen vanuit de mond van Maria. De evangelist Lucas laat haar dat zingen in het Magnificat, terwijl ze zwanger is van Jezus. Het betreft een programma van bevrijding, dat God laat beginnen en dat Jezus zal gaan uitvoeren. Een profetisch visioen. En niet alleen dit eerste hoofdstuk maar heel het evangelie draait om dit programma van bevrijding.

Geweldig… Maar… Hoe zou dat kunnen gebeuren…? Hoe kunnen armen en onderdrukten welvaart en macht krijgen, en als God daarvoor zou zorgen, waarom is er dan nog steeds armoede en onrecht? Zo zou je je kunnen afvragen… Maar misschien moeten we het anders begrijpen. Zouden we zelf de handen van God moeten zijn, en daarmee armen en onderdrukten recht doen. Het programma van bevrijding zou ons programma moeten zijn.

Maria wilde met haar mogelijkheden meewerken toen haar dat gevraagd werd. Ze wist niet hoe het zou kunnen, maar ze vertrouwde erop dat het allemaal waar zou kunnen worden. Misschien kan zij onze inspiratie zijn… Ook in ons handelen… omwille van het Rijk Gods…

 

Elly Bus-Linssen

 


Zondag 1 augustus 2021

Thema: “Brood van eeuwig leven’

Inleiding

Als er één woord in de liturgie veel en routineus gebruikt wordt is het wel het woord eeuwig. Terwijl het helemaal niet zo’n opfrissende bijklank heeft. Ja, eeuwig duurt het langst – ‘eeuwen der eeuwen’ zelfs – maar hoe dan ook veronderstelt ‘lang’ toch een onontkoombaar einde. Met het woord ‘eeuwig’ stellen we ons te weer tegen de dood. Het wordt in de kerk dan ook dikwijls gebruikt als troostwoord, bij uitvaarten. Terwijl ‘eeuwig’ in het gewone-mensenleven vaak een ronduit negatieve klank heeft: “dat eeuwige gezeur”, “daar heb je hem weer met z’n eeuwige borreltje”, “ik kan niet eeuwig blijven wachten”.

Hoe aantrekkelijk is in ons hoofd werkelijk dat begrip ‘eeuwig leven’? Wie verlangt daar echt naar? Verlangt? Vurig? Of hebben we er, als we het voor het kiezen hebben, geen haast mee?  Want eeuwig duurt zo lang!

Het evangelie van vandaag daagt mij uit na te denken over ‘eeuwig leven’. Wat kan Jezus ermee bedoelen? Een belofte voor later? Of een kans voor nu? Toekomstbeeld of werkelijkheid? Ook ik heb de wijsheid niet in pacht. De eeuwigheid is niet het konijn in de hoge hoed. En ik kan niet toveren. Maar als we Jezus geloven, hebben we iets moois in handen.

Overweging

Joh. 6, 24-35

Vorige week hoorden we het verhaal van de wonderbare broodvermenigvuldiging aan de oever van het meer. Met vijf broden en twee vissen werden probleemloos meer dan vijfduizend mensen gevoed. Het evangelie van vandaag speelt zich af the day after, in Kafarnaüm, aan de overkant van het meer. Ook daar stromen de mensen weer toe. Wat Jezus dan zegt klinkt ons niet vriendelijk in de oren.  Jezus zegt: ‘ Jullie zoeken mij alleen omdat jullie zo veel te eten gekregen hebben, niet omdat jullie begrijpen wat ik doe.’

Maar, begrijpen wij het? Zijn ook wij niet gefocust op het wonder van die vijf broden en twee vissen? Vijfduizend mensen? Is dat echt gebeurd? Moeten we dat echt geloven? Jezus vervolgt: ‘Luister! Gewoon brood verdwijnt als je het opeet. Maar het hemelse brood geeft eeuwig leven. Doe je uiterste best om dat brood te krijgen. De Mensenzoon kan het je geven. Want God, de Vader, heeft hem die macht gegeven.’

Brood uit de hemel. Was dat niet het manna waarmee Jahweh de joden in de woestijn behoedde voor de hongerdood? Manna als een dikke laag voedzame rijp in de ochtend. Een wonder? Ja. Maar ook broodnodig voedsel. Reëel als leven en dood. Nuchter als dagelijks brood. Zo reëel en nuchter, zo onmisbaar voor ons leven nu is wat Jezus, al rondtrekkend door dorpen en steden,  de mensen verkondigt en voorleeft: Gods onvoorwaardelijke liefde voor elk mens.

Te mooi om waar te zijn? Hoe onvoorwaardelijk, we lezen het in Jezus’ leven: een liefde die de dood niet schuwt. Ook de kruisdood niet. Jezus weet net als wij dat leven en dood een twee-eenheid zijn. Dat ook hij sterfelijk is. Zal sterven. Maar heel zijn levensverhaal – zijn geboorte  jeugd, zijn publiek optreden, zijn dood én zijn opstanding – getuigt van wat in onze gebrekkige woorden ‘eeuwig leven’ heet. Een intensiteit en volheid en verbondenheid van leven die Jezus in Gods naam belooft aan ieder die hem op zijn woord gelooft.

Brood van eeuwig leven. Dagelijks brood om nu, deze dag, dit moment te leven in verbinding met het eeuwige. Als kind van de Eeuwige.

Eeuwig leven geven: dát doet Jezus. Niet straks, niet ooit, niet na onze dood. Voor wie gelooft is het leven, haar leven, zijn leven, nu, op dit moment ‘eeuwig’. Het leven in liefdevolle verbondenheid met God die liefde is, het eeuwig leven dat Jezus geeft aan wie geloven, het is geen toekomstdroom. Geen doekje voor het bloeden van onze sterfelijkheid. Het is het bloed  dat nu door onze aderen stroomt; in de tegenwoordige tijd. Het brood van eeuwig leven, God geeft het, zegt Jezus. En niet: God zal het geven. En het is dit brood, gesymboliseerd in vijf broden en vijf vissen, het wonderbrood, dat ons leven hier op aarde, dag in, dag uit, de glans van eeuwigheid geeft.

Maar nu ga ik zweven. Jezus was geen zwever. Juist niet. Voor hem is zijn opdracht hard werken. Dagelijks werken. Trekken van stad naar stad. En altijd gezocht door mensen: nieuwsgierig, vragend, eisend; zieke mensen, wanhopige mensen; armen, melaatsen, bedelaars; vijandige en schijnheilige mensen. Hij genas, hij voedde, hij troostte, hij gaf repliek. Hij deed wonderen van goedheid en compassie. Genadig was hij. Genade straalde hij uit. Genade, als glans van de eeuwigheid.

Leven naar het voorbeeld van Jezus. Leven naar de woorden van Jezus. Is dat niet ‘eeuwig leven’? Leven in het nu in relatie met de Eeuwige. Kome wat komt.

Intussen dringt er iets door in de hoofden van Jezus’ toehoorders – mijn hoofd? onze hoofden? – Ze dringen aan: ‘Heer, geef ons elke dag dat brood!’ Elke dag. Het is als de echo van ‘Geef ons heden ons dagelijks brood.’ Brood dat eeuwig leven geeft als brood voor alledag. … Het dringt tot zijn omstanders door dat het Jezus om meer gaat dan het brood dat magen vult. Jezus zegt dan ook: ‘Ja, jullie zien wél wat ik doe, maar,’ en het klinkt als een zucht van vermoeidheid als hij eraan toevoegt: ‘toch geloven jullie niet in mij.’

Geloven? Ja, het stáát in de officiële geloofsbelijdenis: ‘..en het eeuwig leven. Amen.’ We belijden dat we in het eeuwig leven geloven. Maar, zou je niet minstens moeten zeggen dat er onderhands een verschuiving gaande is van het geloven in naar het hopen op? –  Of is dat weer zo’n woordspelletje..?

Ik denk aan wat een moeder zei: ‘Geloven doe je met je handen.’ Geloven als doen wat Jezus deed? Of, zoals Els, met wie ik deze viering mocht voorbereiden, het zei: ‘Eeuwigheid moet je doen.’?

 

Meindert Muller

 


naar de vorige pagina ...