Ter overweging              


OECUMENISCHE VIERING 26 september 2021 OVERWEGING

Mede-christenen,

Goed om elkaar weer te zien, elkaar weer te ontmoeten. Zo was de stemming bij de voorbereiding van deze viering. Gelukkig, we kunnen onze traditie van gezamenlijk bidden en vieren weer oppakken. Elkaar ontmoeten en ook zingen. Dat was de laatste tijd nogal een ding. Ik heb van onze oecumenische broeders en zusters geleerd dat dit ‘ingetogen’ moet zijn, volgens de laatste stand van zaken. Benieuwd hoe dit klinkt. En dan de kaarsen, hier twee op de tafel, die elkaar aansteken, elkaars geloof belichten. Oecumene in optima forma!.

Want U weet het; de liturgie is een ‘heilig spel’, waarin we mogen danken en denken, maar het is ook een ernstig spel. We komen niet voor niets rond de Vredesweek bij elkaar. En het thema dat ons rond vrede bezighoudt – en dat is niet voor de eerste keer – is: Wat doe jij in vredesnaam? Een thema, dat een appel doet op onze verantwoordelijkheid. En de richting waarin we gevraagd worden te denken is die van de inclusieve samenleving, een samenleving die niemand buitensluit, maar integendeel ieder omarmt die er bij wil horen, die er deel van uitmaakt.

Ik hoef u niet te vertellen dat dit een zwaar en indringend thema is. En u de bedreigingen te schetsen die deze inclusiegedachten bedreigen. Van buiten af de zwarte wolken, als gevolg van de brandhaarden aan de uiteinden van Europa. Natuurbranden, maar ook menselijke, humanitaire rampen die zich afspelen. Maar ook bedreigingen van binnen uit. Groepen die terecht hun plaats willen innemen, de lhtb + gemeenschap, terecht. Hoewel soms harde eisen, zoals rond taalgebruik, soms weer niet bevorderlijk zijn voor die inclusie.

Wat doe jij in vredesnaam? Wat wil je en kan je doen? Hoe kunnen we elkaar daarin ondersteunen, bemoedigen en inspireren, als geloofsgemeenschap, als leden van een christen-gemeente? Misschien wordt die vraag wat lichter als we onszelf bezinnen op onze ‘core bussiness’, om maar een onkerkelijk woord te gebruiken. En die is: kijken met de ogen van het geloof. Kijken met de ogen van het geloof naar mensen, naar deze wereld. Kijken met de verwondering van een kind, dat nieuwsgierig is en blijft, experimenteert en de grenzen van zijn kunnen opzoekt, en nieuwe mogelijkheden ontdekt. Zoals de protestantse gemeente in de afgelopen periode gezocht heeft, gewikt en gewogen en nu boven het fusieproces de spreuk hangt; “een nieuw elan”. Zoals op de kerkmuur van Vrangendael in alle wisselingen de jaarspreuk hangt: ‘Durf te vertrouwen, juist nu’. Wie de bijbel een beetje kent, weet dat er soms rake dingen op muren geschreven staan. Hier in positieve zin.  Deze motto’s zouden elkaar kunnen aanvullen, oecumene in optima forma!

De Vlaamse spraakmakende kerkjurist Rick Torfs heeft een boek geschreven onder de titel; ‘De kerk is fantastisch!’. Een titel, die waarschijnlijk niet alleen bij mij enige weerstand oproept. Hoe zo fantastisch? Je hoeft toch geen groot geleerde te zijn om te zien hoe het op dit moment met de kerken, dus met ons vergaat. Wat ze met zich meesleept aan toestanden uit het verleden, waarmee ze steeds weer wordt geconfronteerd. En afgezien daarvan; wij zijn maar een bescheiden onderdeel geworden van de maatschappij..

En toch nodigt zo’n prikkelende titel uit tot lezen, en dat is natuurlijk de bedoeling van de auteur en de uitgever. Als kerkjurist weet deze Torfs hoe het in de kerk – hij beperkt zich overigens tot de roomskatholieke kerk – mis kan gaan, en schrijft daar uitgebreid over. Maar toch; er zijn twee elementen waarin kerken – wij dus – iets kunnen betekenen; dat is het bieden van gastvrijheid en het openhouden van wat ons te boven gaat, met een katholiek woord transcendentie genoemd. Gastvrijheid: ieder is welkom, uiteraard met de beperkingen die daarbij horen Maar maatschappelijk wordt misschien naar je vaccinatiebewijs gevraagd, in de kerk niet naar je geloofsbrieven. Je mag er zijn, met al je geloof, je hoop, je liefde – je angst en je twijfels. Je mag gezien en gehoord wordt. En transcendentie, een woord dat niet ‘zweverig’ is, en weghoudt van de aardse werkelijkheid, maar doet aanvoelen, dat niet alles te vatten is in termen van ‘functie’  of ‘nut’. Zoals zingen in een viering een functie heeft als onderbreking van het woord of nuttig is voor onze ademhaling, maar het is veel meer, waardoor we soms kunnen verzuchten: het is prachtig, het is mooi, het heeft me geraakt.

Vanuit deze gastvrijheid en het openhouden van de werkelijkheid voor nieuwe en soms verrassende ervaringen kunnen we de verbinding zoeken; met onszelf en met wat ons uitdaagt buiten ons. En laten we wel wezen; deze gastvrijheid en openheid heeft de diaconale betrokkenheid van onze gemeenten vindingrijkheid en creativiteit gegeven. En langdurige verbintenissen met mensen. Laat ik het eens zelfbewust zeggen: we hoeven onszelf niet op de borst te kloppen, maar we hebben veel in huis. In de laatst gehouden viering werd aan de aanwezigen gevraagd om te reageren op de uitdagende oproep; ‘ kom uit je bubbel’. Die reacties werden verzameld in een schatkistje, met de belofte daar iets mee te doen. Een schatkistje, mooi uitgevoerd, dat ons als een soort tijdcapsule verbindt tussen verleden, heden en toekomst. Na deze overweging mag u een inkijkje hebben in de inhoud, dat wat mensen als hun ‘schat’ kwijt wilden, wat ze wilden bewaren, en in het midden van ons samenzijn wilden leggen. Wat geschreven is, sluit heel goed aan bij de gedachten over gastvrijheid en transcendentie. Zowel naar elkaar als geloofsgemeenschappen, als naar buiten – wat ons daar raakt, en wie op ons een beroep doet. Het is met weinig woorden soms treffend opgeschreven.

Bij dit alles kunnen we onze inspiratie ontlenen aan het evangelie van Marcus, de lezing van vandaag. In het voorafgaande hoofdstuk heeft Jezus de indringende vraag gesteld, wie hij voor zijn leerlingen is. En de gang naar Jerusalem is ingezet. Daarmee worden twee thema’s zichtbaar, die ook terugkomen in de lezing van vandaag; macht en lijden. De boodschap van het Rijk Gods, die verborgen werkelijkheid die niettemin werkzaam is vanuit ons geloven, is volstrekt niet onschuldig. Het stuit op weerstand, op de machten van deze wereld, die in hun slechtste vorm niet uit zijn op inclusie, maar exclusie, uitsluiting van alles wat de heersende toestand bedreigt. Maar hier zien we  hoe pijnlijk ook- dat die machtsvraag ook binnen de kring van leerlingen speelt. Maar daar lopen ze niet mee te koop, het speelt onderhuids. In de tekst staat het veelbetekenend: ze zwijgen, de machtsvraag blijft verhuld, zoals zo vaak,  Maar Jezus doorziet dit, en geeft hen te denken  over  eersten en laatsten. Daarover zongen wij. Meer nog, Jezus maakt een veelzeggend gebaar; hij omarmt een kind en zegt: ‘wie in mijn naam een van dergelijke kinderen onderdak verleent, geeft mij onderdak, en wie mij in huis neemt, neemt niet mij in huis, maar degene die mij gezonden heeft’. (Marcus 9,36). In het omarmen en opnemen van het kwetsbare mogen we iets ervaren van het Godsgeheim. Het goddelijk geheim dat in leven, werken, dood en verrijzenis van Jezus, zo geloven wij, ons tot voorbeeld en redding is.

Daar moeten we het mee doen. Kijken naar mensen vanuit geloof – hun en onze kwetsbaarheid erkennen, en opnemen. Niet naïef, want we weten van macht en lijden. Niet alles wat we in vredesnaam zouden willen, kan ook – sommige initiatieven mislukken door allerlei oorzaken. Maar Jezus’ gebaar blijft ons verrassen (waar haalde hij ineens dat kind vandaan? Geen exegeet die het weet. Maar het was er, en zal er altijd in ons midden zijn.).En het zet ons, hoe bescheiden ook, ons weer in beweging om kwetsbaarheid te omarmen. In vredesnaam. Laten we dat alles overwegen, terwijl we onder het zingen/orgelspel/ in stilte naar onze schatten. Want waar uw schat is, daar is uw hart (Matth. 6,21). Zo staat geschreven.

REN LANTMAN, 26 september 2021, Johanneskerk Sittard

 


Overweging zondag 1 oktober 2021

Gen. 2, 18-24

 

Heeft iemand het over het scheppingsverhaal, dan zou je eigenlijk moeten vragen: welk scheppingsverhaal? In de Bijbel staan er twee. Het eerste, waarmee de Bijbel begint, kent iedereen. Het vult het eerste hoofdstuk van Genesis, het boek waarmee de Bijbel begint. Genesis is Grieks en betekent ‘ontstaan’; het boek over het ontstaan van alles, ook van de mens, man en vrouw. In het tweede hoofdstuk staat het tweede scheppingsverhaal, waar we vandaag een stuk uit lazen.

Dit scheppingsverhaal concentreert zich specifiek op de schepping van de mens en de voorbereiding daarop. God maakt de nog woeste aarde een vruchtbaar, vriendelijk onderkomen voor de mens. Water is daarbij het belangrijkste. God legt de tuin van Eden aan – het paradijs – waaruit de grote rivieren ontspringen die de destijds bekende wereld vruchtbaar maken. Zo is de wereld klaar om de mens te ontvangen.

God maakt de mens van aarde. Daar zal hij dat water bij nodig gehad hebben. Klei. God boetseerde de mens. Boetseren, dat is proberen totdat het goed is. Maar was het goed? Zie de mens in die prachtige tuin. Wat wil je nog meer? Maar in dit verhaal staat niet dat God zag dat het goed was. “God, de Heer dacht: Het is niet goed dat de mens alleen is. Ik zal iemand maken die bij hem past.” Maar wie, wat past bij de mens? Het was voor God ook de eerste keer.

Hij gaat verder aan de slag met klei. Boetseert alle denkbare dieren en blaast ze leven in. Hij brengt ze naar de eenzame mens. Die moet ze een naam geven. Maar geen van deze dieren “past” bij de mens. Vult zijn eenzaamheid. Tot God de mens in zijn slaap een rib ontfutselt en daar een heel nieuw figuur uit maakt, dat hij leven inblaast. Als de mens dat ziet roept hij uit: “Eindelijk een mens, net als ik!” Deze schepping noemt hij “vrouw”. En je hoort God zuchten: eindelijk gelukt, de mens is niet meer alleen.

Verhalen zijn verhalen; ze nemen je fantasie en je denken mee. Ook bijbelse verhalen. Het zijn geen wetenschappelijke betogen, geen leerstellingen, geen dogma’s. Scheppingsverhalen zeggen niet hoe de wereld met al wat er op leeft ontstaan is. Maar wel waarom en waartoe. En voor wie geloven: hoe wij mensen in Gods ogen en liefde mogen leven.

Mensen mogen namen geven. Onderschat die gave niet. Daaruit is de taal ontstaan. Ontstaan nog steeds talen, alfabetten, wetenschappen. Mensen geven nog altijd namen aan duizend en één dingen: dieren, planten, uitvindingen, verschijnselen, ziektes, emoties enz.

Wie de hedendaagse discussies een beetje volgt, ziet ook nu weer een alfabet ontstaan. Letters die staan voor nieuwe zijns- en levensvragen. Dat alfabet is nog niet af, het eindigt met een plusteken. Ik heb het over: LHBTIQ+. Letters voor namen: Lesbisch, Homoseksueel, Biseksueel, Transgender, Interseksueel en Queer. Namen voor seksuele geaardheden, levensontdekkingen, relatievormingen. Het zijn woorden voor hoe mensen zichzelf ontdekken. Ervaren. Voor wat en wie mensen zijn. Mogen zijn.

Mogen zijn? Daar begint het zware; de pijn, de discussie, de irritatie, de discriminatie en uitsluiting. Ook de afwijzing door ideologieën, geloven en kerken. Vaak met een beroep op dat Bijbelverhaal van vandaag. Een beroep dat van het verhaal een leerstelling maakt; een rigide moraalregel die mensen verbiedt te zijn wat en hoe ze zijn en met wie ze zijn. Kerken dachten en denken nog heel vaak te weten hoe God wil dat mensen niet alleen zijn; hoe en met wie ze hun aard en seksualiteit vorm geven: exclusief in een verbond van man en vrouw.

Verhalen, ook scheppingsverhalen, moet je niet gebruiken als gietvormen. Het zijn speelse dragers van wijsheid, voor meer uitleg vatbaar. Neem het verhaal van vandaag. Het is niet God die als exclusieve oplossing van de eenzaamheid van de mens het verbond van vrouw en man voorschrijft. Geen van al de schepsels die God aan de eerste mens presenteert heeft het gehoopte effect dat het de leegte van zijn alleen-zijn opheft. De oplossing komt pas bij het schepsel dat hij vanuit zijn binnenste ik herkent. Wanneer hij roept: “Eindelijk een mens, net als ik!”

Zeker nu, nu de wereld meer dan overbevolkt dreigt te raken en voor het mensdom voortplanting geen prioriteit meer mag zijn, draagt het verhaal uit Genesis ruimte aan voor bevrijding van seksualiteit en voor grotere vrijheid in liefdesrelaties. Vrijheid om te mogen zijn wat en wie je bent, en bij alle diversiteit te kunnen en mogen zeggen: “Ja jij. Jij! Eindelijk een mens als ik. Iemand die bij mij past.”

 

Meindert Muller

 


Overweging zondag 12 sept 2021    Mc. 8, 27-35

“Niemand is iemand zonder de ander. Niemand kent zichzelf zonder de ander. Ik ben niet ik zonder jou, lief, vriend, vreemdeling, God.” Nog snel even voor ik deze preek ging maken schreef ik deze korte tekst om een geheel andere reden dan het maken van een preek. Tot mijn verbazing bleek het de kern van wat de lezing uit Marcus mij te zeggen geeft.

“Niemand is iemand zonder de ander.” Ofwel, een mens is een sociaal wezen. Niet bij toeval, maar uit innerlijke noodzaak. Zonder de anderen kan niemand mens worden. Zijn die zij/hij is. Ik niet. Jij niet. Niemand niet. Zonder Jozef en Maria kan Jezus geen mens worden. Meer nog: kan hij niet de mens worden die hij werd. Mensen hebben mensen nodig om te worden die ze zijn. En om te begrijpen wie ze zijn; kunnen zijn. Dus ook: om te beseffen voor welke levenskeuzes ze staan.

Anderen houden je een spiegel voor: met wat ze over je zeggen en, meer nog, met hoe ze op je reageren, hun lichaamstaal, hun spreken zonder woorden. Jezus is een mens als wij. Wil weten. “Wie ben ik volgens de mensen?” En als hij dat gevraagd heeft, durft hij een stap verder te gaan: “Wie ben ik volgens jullie?” Een vraag waarmee je je kwetsbaar maakt. Een sprong in het diepe. Zo peilt Jezus of hij voor de mensen herkenbaar is en gezien wordt als brenger van verlossing en verzoening. En of hij in de ogen van zijn leerlingen geloofwaardig is als middelaar tussen God en mens.

Mensen hebben antwoorden nodig. Zeker als ze voor zware beslissingen staan. Onzekerheid moeten overwinnen. Dan wil je weten of je op de goede weg zit. Of er draagvlak is. En soms heb je antwoorden nodig om, in de wetenschap van je kwetsbaarheid en je dwaasheid in de ogen van anderen, toch trouw te blijven aan je oorspronkelijk ideaal. Houden de leerlingen zich op de vlakte als ze antwoorden dat ze de mensen hoorden zeggen dat Jezus een soort reïncarnatie is, van Johannes de Doper, of Elia of een andere profeet uit de Schrift? En zijn de andere leerlingen blij als Petrus met zijn vertrouwd aplomb beweert: “U bent de messias!”? Jezus’ reactie verraadt de spanning waarin hij leeft: “Alsjeblieft! Zeg dat tegen niemand.” Het zou nog meer venijnige reacties oproepen dan er al in omloop zijn.

Jezus staat op een keerpunt in zijn leven. Het tij slaat om. Hij zal de trouw aan zijn roeping met de dood moeten  bekopen. Niks profeet, niks messias, vijand van het volk zullen ze hem noemen en als vijand van het volk zullen ze hem doden. Het gesprek maakt Jezus duidelijk dat hij de kracht in zichzelf moet zoeken en zijn leerlingen daarin moet meenemen. Hij legt uit wat er gebeuren zal; ook – en wat een indruk zal dat gemaakt hebben – dat hij na drie dagen zal verrijzen. En in welke spanning hij deze dagen leeft, blijkt als Petrus sust: “Dat moet u niet zeggen.” De arme man krijgt de volle laag. Satan noemt Jezus hem.

“Wie ben ik volgens jullie?” Het is de vraag die Jezus ons hier stelt. Kennen we hem? Is het niet diep menselijk, het verlangen gekend te worden? Kennen we onszelf zonder te weten hoe anderen ons zien? De ander kennen is zien wie zij/hij is, of wil zijn. Een ontdekkingsreis die niet ophoudt. En die riskant kan zijn. Jezus leren kennen in wat hij is en wil zijn confronteert ons met de uitdaging die hijzelf aangaat en die hij ook ons stelt: de vraag hem te volgen in zijn onvoorwaardelijke liefde voor de mensen, m.n. de kleinen, zwakken en zieken. Opdat ze tot hun recht komen.

Deze vraag, deze uitdaging duikt op telkens als we openstaan voor onze naasten, vriend of vijand of vreemdeling. Hen willen kennen in wie ze zijn. Zouden willen zijn. En daarin bij hen zijn. Kennis kan een levensopdracht kan betekenen.

Kent God ons? Kennen we God?
Dat God in de trouw der dingen is
en in het waaien van de wind over de akkers,
en in het kraken van de snavel van de kraai,
in het fluweel en in haar haren die ik streel,
zo goed als in muziek die wil gaan zingen.

Ik zie hem veel te weinig als ik kijk,
misschien wil hij zich niet snel laten kennen,
verlegen als hij is. Hij moet nog wennen
aan al die stemmen hier, al dat lawaai
waarmee wij zijn gefluister overstemmen.

Ik denk, God is het meest nog in de dingen,
geduldig en niet luid of onbezonnen:
in het waaien van de wind over het land;
in de penseelstreek, net nog niet begonnen.

En in de toppen van de vingers van haar hand,
die de huid van de geliefde laten rillen
op zoek naar het geheim dat liefde heet
en waarvan hij de prille code weet
waarmee hij onze honger weet te stillen.

 

Meindert Muller

 


TER OVERWEGING 15 aug. 2021  Openbaring van Johannes 11,19a;12,1-6a.10b Lc. 1, 39-45.56  en  Lc. 1, 46-55

Maria Tenhemelopneming           Thema:         Vertrouwen zoals Maria

Vertrouwen zoals Maria… Vertrouwen op God, op zijn betrokkenheid op en liefde voor mensen… Maria had het vertrouwen dat God het goed met haar voorhad en dat het met haar en het kindje dat ze zou krijgen uiteindelijk goed zou komen. Ze had het vertrouwen dat God recht doet aan wie arm is en aan wie onderdrukt wordt, en dat zijn goedheid reikt tot allen die de sociale rechtvaardigheid zoeken. Het Magnificat, dat Lucas haar in de mond legt, vertelt dat. Maria vertrouwde ook op het handelen van haar zoon – zo kunnen we elders in de bijbel lezen, in het verhaal van de bruiloft van Kana dat Johannes ons meegeeft. Jezus is de centrale figuur in ons geloof, degene waar Maria onze aandacht op wil richten. Hoewel Maria hem ook niet altijd kon begrijpen bleef ze zijn hele leven volgen wat hij deed en zei en wordt er van haar gezegd dat ze alles wat gebeurde bewaarde in haar hart. Zouden wij net als Maria op hem kunnen vertrouwen? En van hem aannemen dat wij altijd thuis mogen zijn bij God, wat er ook gebeurt...?

De eerste lezing spreekt over strijd tussen goed en kwaad. De draak, het kwaad, bedreigt de mensen. Een vrouw en haar kind dat geboren zal worden. Kan het goede overwinnen? Wij mensen hebben altijd wel ergens te maken met kwaad dat ons iets kan doen. Soms lijkt het kwaad iets dat buiten ons staat. De oud-president van Soedan bijvoorbeeld, beschuldigd van volkerenmoord en oorlogsmisdaden in Darfur, of de Taliban in Afghanistan. Soms zijn we zelf deel van het kwade. De aanschaf van een T-shirt, een telefoon of een auto kan zomaar gelinkt worden aan kinderarbeid of uitbuiting, ergens in het proces van grondstof tot eindproduct. Iets om over na te blijven denken… Het kwaad krijgt ook bij ons soms een kans… maar misschien kunnen we dat - in bepaalde situaties - ook voorkomen.

En dan zegt het evangelie: Armen en onderdrukten ontvangen welvaart en macht. God zal hen recht doen. Het is de blijde boodschap die Jezus zal brengen, die we vandaag horen vanuit de mond van Maria. De evangelist Lucas laat haar dat zingen in het Magnificat, terwijl ze zwanger is van Jezus. Het betreft een programma van bevrijding, dat God laat beginnen en dat Jezus zal gaan uitvoeren. Een profetisch visioen. En niet alleen dit eerste hoofdstuk maar heel het evangelie draait om dit programma van bevrijding.

Geweldig… Maar… Hoe zou dat kunnen gebeuren…? Hoe kunnen armen en onderdrukten welvaart en macht krijgen, en als God daarvoor zou zorgen, waarom is er dan nog steeds armoede en onrecht? Zo zou je je kunnen afvragen… Maar misschien moeten we het anders begrijpen. Zouden we zelf de handen van God moeten zijn, en daarmee armen en onderdrukten recht doen. Het programma van bevrijding zou ons programma moeten zijn.

Maria wilde met haar mogelijkheden meewerken toen haar dat gevraagd werd. Ze wist niet hoe het zou kunnen, maar ze vertrouwde erop dat het allemaal waar zou kunnen worden. Misschien kan zij onze inspiratie zijn… Ook in ons handelen… omwille van het Rijk Gods…

 

Elly Bus-Linssen

 


Zondag 1 augustus 2021

Thema: “Brood van eeuwig leven’

Inleiding

Als er één woord in de liturgie veel en routineus gebruikt wordt is het wel het woord eeuwig. Terwijl het helemaal niet zo’n opfrissende bijklank heeft. Ja, eeuwig duurt het langst – ‘eeuwen der eeuwen’ zelfs – maar hoe dan ook veronderstelt ‘lang’ toch een onontkoombaar einde. Met het woord ‘eeuwig’ stellen we ons te weer tegen de dood. Het wordt in de kerk dan ook dikwijls gebruikt als troostwoord, bij uitvaarten. Terwijl ‘eeuwig’ in het gewone-mensenleven vaak een ronduit negatieve klank heeft: “dat eeuwige gezeur”, “daar heb je hem weer met z’n eeuwige borreltje”, “ik kan niet eeuwig blijven wachten”.

Hoe aantrekkelijk is in ons hoofd werkelijk dat begrip ‘eeuwig leven’? Wie verlangt daar echt naar? Verlangt? Vurig? Of hebben we er, als we het voor het kiezen hebben, geen haast mee?  Want eeuwig duurt zo lang!

Het evangelie van vandaag daagt mij uit na te denken over ‘eeuwig leven’. Wat kan Jezus ermee bedoelen? Een belofte voor later? Of een kans voor nu? Toekomstbeeld of werkelijkheid? Ook ik heb de wijsheid niet in pacht. De eeuwigheid is niet het konijn in de hoge hoed. En ik kan niet toveren. Maar als we Jezus geloven, hebben we iets moois in handen.

Overweging

Joh. 6, 24-35

Vorige week hoorden we het verhaal van de wonderbare broodvermenigvuldiging aan de oever van het meer. Met vijf broden en twee vissen werden probleemloos meer dan vijfduizend mensen gevoed. Het evangelie van vandaag speelt zich af the day after, in Kafarnaüm, aan de overkant van het meer. Ook daar stromen de mensen weer toe. Wat Jezus dan zegt klinkt ons niet vriendelijk in de oren.  Jezus zegt: ‘ Jullie zoeken mij alleen omdat jullie zo veel te eten gekregen hebben, niet omdat jullie begrijpen wat ik doe.’

Maar, begrijpen wij het? Zijn ook wij niet gefocust op het wonder van die vijf broden en twee vissen? Vijfduizend mensen? Is dat echt gebeurd? Moeten we dat echt geloven? Jezus vervolgt: ‘Luister! Gewoon brood verdwijnt als je het opeet. Maar het hemelse brood geeft eeuwig leven. Doe je uiterste best om dat brood te krijgen. De Mensenzoon kan het je geven. Want God, de Vader, heeft hem die macht gegeven.’

Brood uit de hemel. Was dat niet het manna waarmee Jahweh de joden in de woestijn behoedde voor de hongerdood? Manna als een dikke laag voedzame rijp in de ochtend. Een wonder? Ja. Maar ook broodnodig voedsel. Reëel als leven en dood. Nuchter als dagelijks brood. Zo reëel en nuchter, zo onmisbaar voor ons leven nu is wat Jezus, al rondtrekkend door dorpen en steden,  de mensen verkondigt en voorleeft: Gods onvoorwaardelijke liefde voor elk mens.

Te mooi om waar te zijn? Hoe onvoorwaardelijk, we lezen het in Jezus’ leven: een liefde die de dood niet schuwt. Ook de kruisdood niet. Jezus weet net als wij dat leven en dood een twee-eenheid zijn. Dat ook hij sterfelijk is. Zal sterven. Maar heel zijn levensverhaal – zijn geboorte  jeugd, zijn publiek optreden, zijn dood én zijn opstanding – getuigt van wat in onze gebrekkige woorden ‘eeuwig leven’ heet. Een intensiteit en volheid en verbondenheid van leven die Jezus in Gods naam belooft aan ieder die hem op zijn woord gelooft.

Brood van eeuwig leven. Dagelijks brood om nu, deze dag, dit moment te leven in verbinding met het eeuwige. Als kind van de Eeuwige.

Eeuwig leven geven: dát doet Jezus. Niet straks, niet ooit, niet na onze dood. Voor wie gelooft is het leven, haar leven, zijn leven, nu, op dit moment ‘eeuwig’. Het leven in liefdevolle verbondenheid met God die liefde is, het eeuwig leven dat Jezus geeft aan wie geloven, het is geen toekomstdroom. Geen doekje voor het bloeden van onze sterfelijkheid. Het is het bloed  dat nu door onze aderen stroomt; in de tegenwoordige tijd. Het brood van eeuwig leven, God geeft het, zegt Jezus. En niet: God zal het geven. En het is dit brood, gesymboliseerd in vijf broden en vijf vissen, het wonderbrood, dat ons leven hier op aarde, dag in, dag uit, de glans van eeuwigheid geeft.

Maar nu ga ik zweven. Jezus was geen zwever. Juist niet. Voor hem is zijn opdracht hard werken. Dagelijks werken. Trekken van stad naar stad. En altijd gezocht door mensen: nieuwsgierig, vragend, eisend; zieke mensen, wanhopige mensen; armen, melaatsen, bedelaars; vijandige en schijnheilige mensen. Hij genas, hij voedde, hij troostte, hij gaf repliek. Hij deed wonderen van goedheid en compassie. Genadig was hij. Genade straalde hij uit. Genade, als glans van de eeuwigheid.

Leven naar het voorbeeld van Jezus. Leven naar de woorden van Jezus. Is dat niet ‘eeuwig leven’? Leven in het nu in relatie met de Eeuwige. Kome wat komt.

Intussen dringt er iets door in de hoofden van Jezus’ toehoorders – mijn hoofd? onze hoofden? – Ze dringen aan: ‘Heer, geef ons elke dag dat brood!’ Elke dag. Het is als de echo van ‘Geef ons heden ons dagelijks brood.’ Brood dat eeuwig leven geeft als brood voor alledag. … Het dringt tot zijn omstanders door dat het Jezus om meer gaat dan het brood dat magen vult. Jezus zegt dan ook: ‘Ja, jullie zien wél wat ik doe, maar,’ en het klinkt als een zucht van vermoeidheid als hij eraan toevoegt: ‘toch geloven jullie niet in mij.’

Geloven? Ja, het stáát in de officiële geloofsbelijdenis: ‘..en het eeuwig leven. Amen.’ We belijden dat we in het eeuwig leven geloven. Maar, zou je niet minstens moeten zeggen dat er onderhands een verschuiving gaande is van het geloven in naar het hopen op? –  Of is dat weer zo’n woordspelletje..?

Ik denk aan wat een moeder zei: ‘Geloven doe je met je handen.’ Geloven als doen wat Jezus deed? Of, zoals Els, met wie ik deze viering mocht voorbereiden, het zei: ‘Eeuwigheid moet je doen.’?

 

Meindert Muller

 


 

Getuigenis Vrangendael 18 juli 2021 woord en gebedsdienst

 

Tjonge, komt die even hard binnen. Wee de herders door wie schapen uiteen gedreven worden, zo horen we in de eerste lezing. En ja, om eerlijk te zijn, we kennen ze allemaal, de horrorverhalen van parochies waar een nieuwe pastoor kwam en de gemeenschap vervolgens binnen korte tijd versplinterde. De bisdommen waar een bisschop kwam die liever op pad ging met de zogenaamde heilige rest, maar alle andere schapen uit de stal joeg. Dan is een pastoor zoals we nu hebben gekregen een verademing. Jazeker, hij is anders dan Wiel Meertens, dank zij wie deze parochie toch doordrenkt is in creativiteit en openheid en waar we nu nog wat op teren. Maar centraal bij Wiel stond dat hij vooral goed was in luisteren, in communicatie in het algemeen. En hoe anders deze inmiddels ook al weer één jaar met ons werkzame pastoor is, (liturgisch wat orthodoxer dan zijn voorgangers, maar ook beter bij stem en luider van lach), hij is communicatief en dát is iets wat in de RK kerk nogal eens gemist wordt. Die rigide lijn, die er in het verleden was en op veel plekken helaas nog is, is verbonden met het herderschap zoals dat vanuit een formele kerkvisie werd en wordt gehanteerd. De parochiepriester is nu eenmaal in de RK kerk een soort ‘paus’ in het klein. (Dat kan overigens in een protestantse gemeente óók zo zijn in de praktijk, alleen is het niet in de ‘genen’ ingebakken). Bij dit soort rigide herders zegt de eerste lezing duidelijk: Door uw schuld zijn mijn schapen verloren gelopen en uiteengedreven; ge hebt er niet op gelet. Zelf breng Ik de overgebleven schapen bijeen.

 

Maar kijk, ik zou hier niet staan vandaag als onze nieuwe pastoor keihard zou hebben gezegd: géén woord en gebedsdiensten hier op zondag, de mensen kunnen naar een eucharistieviering in de al dan niet wat verdere omgeving! Dat heeft hij niet gezegd, zie, hier sta ik.

 

Is het jammer dat er geen woord- en communieviering meer is? Ja, dat vind ik zeker, het sacrament is immers wat in een gemeenschap naar mijn idee méér centraal zou kunnen en móeten staan dan de priester, hoe belangrijk deze ook is in onze katholieke kerk. Maar is Christus’ tegenwoordigheid in het sacrament expliciet en intrinsiek méér waard als de hostie ‘vers geconsacreerd’ is door een priester? Nee natuurlijk, stel je voor, je kunt toch de priester niet bóven Christus zelf stellen!? En ja, discussie over deze en andere zaken kan, mag en móet wellicht ook, als de gemeenschap daar behoefte aan heeft. Zoals Rob Merkx het stelde, je hebt mensen van twee kanten van de brug nodig om in het middel elkaar te kunnen bereiken.

 

Maar, (naar mijn idee vanaf de brug zelf geredeneerd): is een woord en gebedsdienst minder dan een eucharistieviering? Zijn de metten, lauden, tertsen, vespers en completen in een klooster minder belangrijk dan de eucharistieviering? Nee, allen hebben op de juiste plek en de juiste tijd hun eigen waarde! En zo ben ik erg blij dat we in onze parochie nu kunnen genieten van de volheid van de mogelijkheden die de kerk ons biedt, zowel eucharistievieringen als woord- en gebedsdiensten. Ieder hebben ze hun eigen liturgische waarde, ieder spreken ze dezelfde (en ja, deels mogelijk ook een elkaar aanvullende) gemeenschap aan. We zijn één familie, met zoals in iedere familie, meerdere identiteiten. De een lijkt wat meer op moeder, de ander op vader en een enkeling slaat een generatie over en lijkt gelukkig (of jammer genoeg) op opa of oma.

 

Iedere parochie is tegenwoordig te groot om door één priester bedient te worden, dat weten we. Ook nu velen de kerk en helaas meestal ook de kerkgemeenschap hebben verlaten, is het gewoon ondoenlijk om alle pastorale zorg te doen en alle parochianen bij name te kennen, laat staan echt als mens te kennen. Dat is een probleem, en we moeten dat probleem kleiner maken waar het kan. En juist daar zijn we in Vrangendael al vele jaren mee bezig. Met goed gevormde en geschoolde vrijwilligers bijvoorbeeld, die in vele werkgroepen het leven van een pastoor, de andere pastores  en andere leden van het pastoraal team verlichten. Of het nu cantores zijn, waarvan we er vandaag een herdenken in deze jaardienst (Lars, die overigens ook een van de trekkers van de experimentele steppevieringen was), het zangkoor, de bloemsiergroep, pastoraatsgroep of welke andere taak ook. Want ook de pastor (man/vrouw) moet kunnen uitrusten, ook de pastor moet niet van hot naar her hoeven rennen om alleen of bijna alleen eucharistische en sacramentele taken uit te oefenen of te vechten tegen een pastorale bierkaai. In het evangelie lezen we dat de apostelen zich bij Jezus voegden en vertelden wat ze gedaan hadden. Het antwoord was: "Komt nu eens zelf mee naar een eenzame plaats om alleen te zijn en rust daar wat uit." Kortom, Jezus geeft aan zijn apostelen zelf de tip om tijdig en regelmatig een ‘sabbatical’ te nemen, waardoor deze opnieuw tegen de druk aan kunnen. En in zijn eigen drukken programma, zien we dat hijzelf daadwerkelijk ook tijd kan vinden om zich soms terug te trekken in de eenzaamheid.

 

Pastores, maar ook andere parochianen, hebben die rust zo nu en dan keihard nodig. Daarom is zoveel mogelijk sámen doen, van diaconie bijvoorbeeld, maar óók waar mogelijk van liturgie, uiterst belangrijk voor een levende en ook toekomstbestendige kerkgemeenschap. En het is helemaal geen probleem als er twee oevers zijn van waaruit men denkt, zolang men allen denkt vanuit het oversteken van de rivier. En ja, dan helpt in het midden een stevige pilaar enorm. En kijk: die pilaar is er en heeft een naam: Jezus Christus, in wiens naam wij allen willen, kunnen, mogen en eigenlijk mó  eten zeggen: om mensen gaat het, dat zij tot hun recht komen..

 

En dan ‘kump alles good’…

 

Amen.

  

Peer Boselie

  


TER OVERWEGING 4 juli 2021     

Ezechiël 2,2-5  2 Kor. 12, 7-10  Mc. 6, 1-6     

Thema:         Profeet te midden van mensen

In de eerste lezing ontmoeten we vandaag de profeet Ezechiël. Hij wordt geroepen om de stem van God te zijn onder de Israëlieten, een ‘nukkig en weerbarstig’ volk. Maar dat volk zal weten dat er een profeet is in hun midden…

Jezus treft het niet veel beter in zijn vaderstad Nazaret. De mensen zijn er verbaasd over zijn wijsheid maar tegelijk wijzen ze hem af. Wie denkt die timmerman wel dat hij is? Zonder vertrouwen kan Jezus daar niet veel doen…   

Ter overweging vraag ik uw aandacht voor profeten van onze tijd… voor mensen die hun idealen in de publiciteit brengen en proberen te realiseren, een eerste voorbeeld…:

Tien ABP pensioendeelnemers hebben een paar weken geleden (17 juni) op vreedzame wijze de lobby van het ABP hoofdkantoor in Heerlen bezet. Zij eisen van hun pensioenfonds om per direct te stoppen met de miljarden investeringen in olie-, gas- en kolenbedrijven. Zij weigeren te vertrekken voordat hun eis is ingewilligd. “In een onleefbare wereld heb je niks aan je pensioen.” Pensioendeelnemers uit het hele land, van onder meer gemeenten en (hoger) onderwijsinstellingen, hebben zich verzameld onder de vlag van Extinction Rebellion. Woordvoerder Lucas Winnips: “Dit is een vreedzame maar wel ontregelende actie, iets waar Extinction Rebellion om bekend staat. Het ABP investeert nog altijd meer dan 15 miljard euro in de fossiele industrie, ondanks jarenlange en steeds luider klinkende protesten van actiegroepen en pensioendeelnemers. Dat moet stoppen. Er is geen tijd meer. We gaan hier niet weg voordat het ABP deze miljarden uit fossiel heeft gehaald.” Extinction Rebellion: Wij zijn gewone mensen, uit alle hoeken van het land en van alle leeftijden die zich ernstig zorgen maken over de klimaat- en ecologische crisis. Wij zijn ouders, kinderen, studenten en grootouders die allemaal strijden voor een leefbare toekomst. In korte tijd zijn we gegroeid van een kleine groep tot een krachtige beweging van honderdduizenden rebellen wereldwijd.

Nog andere profeten van onze tijd…: voorvechters voor vluchtelingen.

Roos Ykema kwam ter wereld als boerendochter in Raard. Nu woont en werkt deze 26-jarige in Berlijn. Als oprichter en directeur van stichting MiGreat houdt ze zich dagelijks bezig met vluchtelingenproblematiek. In een opiniestuk in De Volkskrant (drie weken geleden) noemt Roos Ykema Nederland medeplichtig aan de dood van duizenden vluchtelingen op zee: “Dit beleid is niet alleen Europees. Nederland strijdt al jaren voor nog harder, afschrikwekkender en dodelijker migratiebeleid. Met de financiering van Frontex, het regelen van de Turkije-deal en steun aan de Libië-deal, maar ook door te weigeren om mensen uit kampen en boten over te nemen. Medeplichtigheid aan onmenselijke leefomstandigheden in kampen, geweld door grenspolitie, marteling en slavernij in door de EU betaalde detentiecentra, dat alles neemt ook ónze overheid daarbij voor lief”. Op 20 juni, Wereldvluchtelingendag, organiseerde MiGreat van 14:00 tot 18:00 uur een herdenking op het strand van Scheveningen.

Afgelopen week vierden we de afschaffing van de slavernij in Suriname en op de Nederlandse Antillen. Dat is inmiddels dan wel 158 jaar geleden, maar de erfenis van dit verleden is groot. Er worden excuses aangeboden. Daar is discussie over. Je kunt je afvragen in hoeverre excuses juist wel of niet belangrijk zijn. Maar… Persoonlijk denk ik dat het allerbelangrijkste is dat we op dit moment nadenken of onze omgang met de wereld nu oké is. Hebben we in Nederland – ook ieder van ons persoonlijk - onze ogen en oren open en handelen we daarnaar? Of willen we nu niet luisteren en moeten we over honderd jaar excuses aanbieden over wat er op dit moment rond de klimaatproblematiek en de omgang met vluchtelingen misgaat?

Profeten zijn geroepen om ons op het spoor te zetten van Gods bedoeling met onze wereld. De mensen van Nazaret aanvaardden Jezus niet. We mogen bidden dat we openstaan voor de profetische geluiden in onze tijd, waarin we de stem van Jezus zouden kunnen herkennen.


Elly Bus-Linssen



TER OVERWEGING zond. 6 juni 2021      Exodus 24, 3-8 Marcus 14, 12-16; 22-26

Sacramentsdag B                                  Thema:         Vanuit Zijn levenskracht

Sacramentsdag. Een vreemde situatie, een woord- en gebedsdienst zonder communieuitreiking op deze dag. Dat is niet anders. Maar we vieren samen, en de betekenis daarvan mogen we niet onderschatten. Dat is samenbindend. Het verenigt ons met elkaar en met God.

We delen onze idealen en onze verlangens en gebeden. Dat we dat doen is niet vrijblijvend.

We vieren vanuit het leven en de levenskracht van Jezus die ons is overgeleverd en van waaruit wij christen willen zijn. We volgen zijn spoor…

Waar mensen zichzelf geven vanuit hun diepste kern, zo las ik ergens, daar wordt het leven geheiligd. En dan kun je dat een sacrament noemen. Als iemand daarbij bereid is zijn eigen belang helemaal los te laten, als trouw aan de ander belangrijker is dan voordeel voor zichzelf, dan kun je spreken van een offer. Offer als daad van liefde. Offer met meer nadruk op het ideaal of de waarde waar het werkelijk om gaat dan op wat ‘opgeofferd’ wordt. Dat ideaal waar het werkelijk, uiteindelijk, omgaat, dat is het ‘allerheiligste’. Dat heeft eeuwigheidswaarde, het blijft voor altijd. Offer en sacrament zijn twee woorden die horen bij deze dag. Het zijn moeilijke woorden om te begrijpen en om te doen.

Het verhaal is het verhaal van witte donderdag. De laatste maaltijd van Jezus met zijn vrienden. Maar er ontbreken enkele verzen in de tekst. Jezus zegt eigenlijk óók dat één van de twaalf hem zal overleveren. Echter, deze aankondiging van wat Judas gaat doen komt nu niet voor in deze lezing en dat maakt het verhaal van vandaag eigenlijk veel te lief.

Als wij op zondagen brood en wijn breken en delen met elkaar om niet te vergeten wat Jezus deed, dan gaat dat ook niet alleen over deze maaltijd. De woorden lichaam en bloed staan voor het leven. Het gaat over het totaalplaatje van Jezus’ leven, dood en verrijzenis. Het gaat over de band van Jezus met God en met mensen en speciaal met ons hier ter plaatse als wij de communie ontvangen. Over de consequentie die het vasthouden van zijn droom en ideaal voor Jezus heeft gehad. Maar het was voor hem de enige manier. Anders zou hij zichzelf - alles wat hij was - verraden.

Offer en sacrament. Hoe past dit in ons leven? Waar worden we warm van? Welke idealen leven er in onze diepste kern? Coronaregels, klimaatdoelen, onze verhouding tot de mensen elders in de wereld… Wat is ons heilig? En wat hebben we daarvoor over, willen we mislopen, omwille van het goede doel? Zijn er wellicht ook afgoden in ons leven, die het leven naar Gods’ geboden, naar wat leeft in onze diepste kern, misschien ook vanuit Jezus’ voorbeeld, in de weg staan? In hoeverre zijn we zelf onze eigen afgod?

De Israëlieten in het Exodusverhaal sluiten een verbond met God. Het verbond gaat alle mensen uit het volk aan, twaalf stenen vertegenwoordigen de twaalf stammen. De stenen zijn als het ware de getuigen van het verbond. De mensen zullen doen en horen wat God hen zegt.

Niet meer luisteren naar de afgoden. Maar natuurlijk is niets menselijks het volk van God vreemd. De bijbel laat zien dat het telkens weer moeilijk blijkt om te doen wat God vraagt. Dat geldt uiteraard ook voor ons. Als we luisteren naar de woorden uit de bijbel, als we ons voornemen dat we vanuit liefde zullen handelen, dan kan dat nooit helemaal perfect lukken. Maar wel kunnen we onszelf blijven bevragen. Wat doe ik, waarom doe ik dat, is het goed dat ik het doe, kan het anders? Moge Jezus’ leven ons daarbij blijven inspireren…

 

Elly Bus-Linssen

 


TER OVERWEGING zond. 9 mei 2021    1 Joh. 4, 7-10  Joh. 15, 1-17

6e van Pasen B                                   Thema:         Liefde, eigennaam voor God

 

De zesde zondag van Pasen, een heel eind op weg naar Pinksteren.

Liefde staat in deze Paastijd - en zeker ook deze dag - centraal…

Het woord ‘liefde’ komt dan ook heel wat keren terug.

Laat het op u inwerken.

Wat houdt dat woord in, hoe krijgt liefde gestalte?

Hoe is dat in uw leven? In de familiekring, in onze parochie, in vriendengroepen, in verenigingen? Of ook daarbuiten, in solidariteit met anderen in de wereld?

Iedereen die liefheeft is een kind van God en kent God.

Liefde is de eigennaam van God.

God… Wees hier aanwezig, dat het goed mag zijn wat wij hier doen…

(…)

We nemen deze keer het evangelie van vorige week èn het evangelie van deze zondag. Deze delen uit het 15e hoofdstuk van het evangelie volgens Johannes kunnen namelijk niet zonder elkaar en ik hoop dat u dat ook kunt merken als u het thuis eventueel erbij leest.

Jezus is de wijnstok, zijn leerlingen - en in hun gevolg wij allen - zijn de ranken.

Zonder verbondenheid met Jezus is leven als christen niet mogelijk, zoals een wijnrank die afgesneden is, zoals een gebroken tak van een fruitboom in ons Limburgse land, die geen goede vruchten meer zal opleveren.  Ieder die gedoopt is, is geënt op Jezus, maar hoe is het vandaag de dag met die verbondenheid met Jezus gesteld? En hoe zit het met de verbondenheid met elkaar? Die verbondenheid onderling kent in deze corona tijd weliswaar op fysiek gebied haar grenzen, maar toch kunnen we niet zonder…

Vanuit het beeld van de wijnstok volgt er een taak: eropuit gaan en vrucht dragen. Blijvende vrucht… Wat is die taak voor ieder van ons…?

De liefde tussen de Vader en Jezus, tussen Jezus en de leerlingen, Jezus en ons, die liefde, is als het sap dat door de ranken stroomt, noodzakelijk om vrucht te dragen, nodig voor een goede oogst.

Jezus is een zoon die zelf zijn vrienden uitzoekt en deze introduceert in het huis van zijn vader. Hij laat hen alles weten wat hij weet van zijn vader. Hij houdt van hen als ze willen doen wat hij vraagt. Dit moet mogelijk zijn omdat hij met hen een liefdesverbond sluit op leven en dood. Onder vrienden is dan immers alles gemeenschappelijk en de vriendschap zelf is het hoogste goed. Jezus staat op het punt zijn leven te geven. Juist nu houdt hij aan zijn vrienden voor dat ze elkaar moeten liefhebben. Want: deze tekst is in het Johannes evangelie geplaatst tijdens het laatste avondmaal. Het is een soort van testament.

We weten allemaal hoe het verhaal van deze vriendengroep verder gaat. Als Jezus wordt gekruisigd zijn de vrienden in eerste instantie nergens meer. Er gaat tijd overheen voor ze beseffen wat er is gebeurd en hoe het verder kan gaan. Maar er komt een vervolg, het wordt uiteindelijk Pinksteren.

‘Er is geen grotere liefde dan je leven te geven voor je vrienden.’

Liefhebben in de betekenis van werkelijke vriendschap. Wat houdt dat in?

Ik noem maar eens wat op: Respect voor de ander, oog voor de kwaliteiten en tegelijk erkenning van de tekorten zonder minachting voor de persoon. Openheid naar elkaar toe. Over en weer elkaar kunnen corrigeren. Zacht maar ook hard kunnen zijn. Accepteren en waarderen wat deze mens maakt tot wat hij of zij is. Het belang van de ander voorop stellen zonder jezelf te verliezen. Ondersteunen van elkaar, geven maar ook ontvangen.

Heeft dit alles betekenis voor onze gemeenschap hier…? Ook wij hebben te maken met een tijd waarin het niet vanzelfsprekend is hoe we - hier en samen - een echte en hechte gemeenschap kunnen zijn. Hoe verschillend zijn we, wat delen we, hoe kunnen we elkaar liefhebben? Is de verbondenheid met Jezus en de band in de geloofsgemeenschap onderling groot genoeg om samen toekomst te hebben? Kunnen we als christenen in Sittard en omgeving elkaar vinden en met elkaar verder werken aan een goede oogst?

We kunnen dat niet zonder liefde…

 

Elly Bus-Linssen

 


ZONDAG 11 APRIL 2021

Inleidend woord

Beloken Pasen. Luiken en deuren dicht. De volgelingen van Jezus zoeken troost en steun bij elkaar. De wereld buiten lijkt gevaarlijker dan ooit, nu hun heer en heiland niet meer bij hen is.  Ter dood veroordeeld. De slavendood gestorven. Er zijn er die beweren dat hij leeft. Dat zij hem gezien hebben in tuin van Jozef van Arimatea. Dat hij hun gezegd heeft hen voor te gaan naar Galilea. Dat het graf leeg was. Getuigen. Geruchten. Maar die nemen de angst niet weg. En het is moeilijk te geloven. Er is de behoefte om te schuilen. De vrijwillige lockdown.

Beloken Pasen. Hoogfeest in mineur dit jaar. Ook de kerken beluikt. Veelal gesloten. Laten mondjesmaat mensen binnen. Een gevaarlijke wereld buiten. Een ongrijpbare pandemie. Dertig mensen binnen vieren verrijzenis; de overwinning van het leven. Zo moeilijk te geloven als angst voor ziekte en dood het leven hierbuiten beheerst. Verrijzenis, het is maar een gerucht. Ze zeggen zoveel. In de dood geloven lijkt makkelijker. Maar, lieve mensen, is het dat?

Wonden die getuigen dat hij leeft. Wonden als getuigen van zijn liefde. Dat de liefde het laatste Want we hebben de woorden van Jezus. ‘Ik wens jullie de vrede,’ zegt hij. Zegt hij ook ons hier. Hij is in ons midden, de levende. Hij ademt ons zijn vrede toe. Hij blaast de Heilige Geest over ons. Spreekt ons moed in. Hoopt op onze ontvankelijkheid. Onze gelovige herkenning. En wie twijfelt toont hij de wonden die getuigen van zijn liefde voor ons. ‘Hier. Kijk. Raak ze aan.’

woord heeft en niet de haat. Het leven en niet de dood.

 

Overweging zondag 11 april 2021

1 Joh. 5, 1-7; Joh. 20, 19-31

Wij die met dichte deuren moeten geloven dat Jezus leeft?

Moeten? Niks moeten. ‘Alleen als ik de wonden van de spijkers in zijn handen zie en met mijn vingers kan voelen, en als ik mijn hand in zijn zij kan leggen, zal ik het geloven.’

Wie wegkijkt zal het nooit geloven dat Jezus leeft. Wie wegkijkt van die stervende aan het kruis, zal het nooit geloven. Wie wegkijkt van het lege graf. Wie zijn oren dichtstopt voor de tuinman in de hof, zal de stem van Jezus niet herkennen. Wie zijn ogen afwendt van de dodelijke wonden in Jezus verrezen lichaam, zal het nooit geloven. ‘Hier. Kijk. Raak ze aan. En geloof.’

Jezus leeft. Hij is in ons midden. Leeft in mensen. Heeft mensen lief waar mensen elkaar liefhebben. Lijdt in mensen die lijden. Wordt vervolgd waar mensen mensen vervolgen. Wordt gehaat en gekruisigd waar mensen mensen haten en geweld aandoen. En leeft in mensen die – als ooit de joden door de Rode Zee – door duisternis en dood heen kiezen voor leven en liefde.

Jezus een mens als wij. Hij laat zich kennen in mensen als wij. Als we niet wegkijken van de wonden.  De kruis-tekens.

Als we niet wegkijken van de Poolse arbeiders die op Tweede Paasdag moeten werken aan de aanleg van een zwembad  voor iemand met te veel geld. Het was winterkoud, er was regen, sneeuw, modder.

Als we niet wegkijken van de arbeiders uit Bangladesh, India en Nepal die in Qatar werken aan projecten voor het WK voetbal van 2022 en nog altijd worden uitgebuit. Honderden zijn er al gestorven.

Als we niet wegkijken van de vluchtelingen in kamp Moria op Lesbos, partners bij onze Vastenaktie. Fotografe Milene van Arendonk, die er onlangs was, zegt: ‘Moria was echt het ergste vluchtelingenkamp dat ik ooit gezien heb. [..] Daar zaten de mensen echt op elkaar gepropt in de bloedhitte. En er waren nauwelijks douches of wc’s.’

Als we niet wegkijken van die man in het verzorgingshuis. Van die alleenstaande moeder,  slachtoffer van de toeslagenaffaire. Van die vereenzaamde student met depressieverschijnselen.  Van dat gepeste kind op de school van ons kind.

‘Kom, voel met je vinger aan mijn handen, en voel met je hand aan mijn zij. Wees niet langer ongelovig, maar geloof!’

De wonden van Jezus, de kruis-tekens, als getuigenis dat Jezus leeft. Als fundament van Tomas’ geloof in de verrezen Heer. En wie van ons is geen Tomas? Eerst zien, dan geloven. Misschien niet de ideale volgorde, maar ook geen slechte. Blijkt.

Ook in de brief waaruit de eerste lezing was genomen spreekt Johannes van drie getuigenissen, drie bewijzen dat Gods Zoon werkelijk als mens op aarde gekomen is: water, bloed en Geest.  Water waarmee Jezus in de Jordaan gedoopt is. Bloed dat vloeide toen hij aan het kruis hing. Geest die garant staat voor de waarheid hiervan. Johannes maakt het zichzelf al schrijvend wel moeilijk. Hij probeert al redenerend iets te bewijzen over God en Gods Zoon, en zo werkt dat niet. Met redeneren en bewijzen is God niet te vangen. Ook niet door Johannes. Wat wel werkt is zijn heilige overtuiging. Waar zijn hart vol van is, stroomt zijn pen van over. Wat blijft hangen is het woord liefde: het geloof dat God de mensen liefheeft als zijn kinderen. Dat Jezus Gods zoon is. Dat wij mensen als kinderen van God elkaar moeten liefhebben. Dat het dan goed komt.

Het bloed dat vloeit van het kruis. De wonden in Jezus’ handen en zijde. Zíj getuigen van  de overwinning op de dood. Wij hebben een gek geloof. Het geloof in de verrijzenis, in de levende Jezus in ons midden, in ons leven -, dat geloof bloeit niet op bij feestgedruis en bazuingeschal, bij triomftochten door  Amsterdamse grachten of met gewonnen oscars. Het verrijzenisgeloof bloeit in de stilte van een tuin, een leeg graf, het verhaal van twee vrouwen, de stem van de tuinman;

– Stem die de stilte niet breekt –

het krijgt glans bij een avondmaal in Emmaüs;  in de blijde verbazing van Jezus’ getrouwe vrouwen en mannen, angstig bijeen achter gesloten deuren;  in de gloedvolle beaming van een gelovige Tomas als hij de kruiswonden betast: ‘Mijn heer en mijn God.’

Gloedvol zal ook ons geloof worden als we Jezus zoeken waar en hoe hij te vinden is: in de stilte, niet bang voor de leegte, in de stem en het gezicht van de onverwachte ander, bij het aanzitten aan de maaltijd, voorbij de angst, geconfronteerd met de wonden en kruis-tekens van de wereld. 

Niet in het graf van voorbij,
niet in een tempel van dromen,
hier in ons midden is Hij..


Meindert Muller

 


Overweging zondag 7 maart 2021

1 Kor. 1, 17-25; Joh. 2, 13-25

‘Christus, en die gekruisigd’ – daarover gaat de verkondiging van Paulus. Voor die Christus aan het kruis wil hij volgelingen werven. Waanzin toch? …  Welke politieke partij gaat de verkiezingen in met een mislukte, veroordeelde lijsttrekker; een looser? … Welk land gaat naar het songfestival met een zanger die van het podium is weggefloten?

‘Christus, en die gekruisigd’ – dat is de verlosser die hij aan de burgers van de trotse stad Korinthe verkondigt. Maar de bewoners van de grachtengordel daar halen hun schouders op. Dwaasheid! Laat die Christus zichzelf verlossen. Ze hebben betere sprekers,  scherpzinniger filosofen en godgeleerden gehad. Een verlosser aan het kruis? Laat die zichzelf verlossen. … En wat zegt hij nou? ‘De boodschap over het kruis […] is de kracht van God.’ … Onzin. Áls het niet godlasterlijk is.

‘Christus, en die gekruisigd’. …

Wie hangt er nu nog een kruis in zijn kamer? Ja, wij. Toch? Én nog heel veel andere mensen. Maar erg sexy is het niet meer… En het ís ook eigenlijk iets raars. Hoe moet je dat dan ook uitleggen aan iemand van een heel ander geloof? Of aan een ongelovige? … Doet een beetje denken aan die tekening van Rembrandt, van Elsje Christiaens aan de wurgpaal. Gruwelijk.

Waarom hebben wij eigenlijk een kruis aan de muur. Thuis dan. Ik zat er in de stoel over te denken. … Omdat we het vroeger thuis hadden? … Oké, maar onze kinderen hebben het niet. En wij zijn echt geen haar beter dan onze kinderen. … Omdat we katholiek zijn? … ‘Daarom, mijnheer, noem ik mij Katholiek!’ Met een hoofdletter. De dichter Anton van Duinkerken in antwoord op een provocatie van NSB-voorman Mussert, 1935. Het kruis als tegenprovocatie. … Krachtig. … De ‘Kracht van God’? …

Waarom een kruis aan de muur? … Misschien is er niet hét grote antwoord. Misschien zijn er alleen maar een heleboel kleine antwoorden. Onze eigen antwoorden, recht uit het hart. Onze verbinding met Jezus. Ons verlangen dat het ooit nog eens wat mag worden met dat geloof van ons. Onze kleine antwoorden doen er toe. Ons vertrouwen in Jezus, mens als wij, die weet wat lijden is. Ons geloof dat dood niet het laatste woord is. Dat die man aan het kruis door zijn Vader door de dood heen gedragen is. Ons vertrouwen dat het goed zal komen met ons, onze kinderen, onze geliefden, onze wereld. Dat dit kruis een teken van hoop is.

Het kruis een teken van hoop? Kan het dwazer? Een executiepaal een teken van hoop? Dwaasheid. Of de wijsheid van kinderen, de kinderen Gods.

Deze dwaasheid is de wijsheid die Paulus preekt. Hij verkondigt de gekruisigde Jezus. ‘Zijn woord wil deze wereld omgekeerd.’ Omgekeerd: dat in de dwaasheid van het kruis de kracht en wijsheid van God zichtbaar wordt. Dat niet de dood het laatste woord heeft maar het leven. Niet de weerzin maar de liefde. … Is het niet daarom – om die omgekeerde wereld, deze goddelijke komedie – dat wij opeens, soms, even, ontzettend veel van ons dwaze geloof kunnen houden?

Een van de dierbaarste dingen die ik heb: dit kruis. Door een kind gemaakt, op een zonnige zomermiddag, van houtjes, touwtje, spijkers en kleurkrijt. Een lachende Jezus aan het kruis. Dezelfde Jezus die de kooplui de tempel uitjoeg. Die niet zit te wachten op mensen die hem willen volgen om het succes van zijn wonderen. Jezus van de-kleinsten-de-grootsten, de-laatsten-de-eersten. Jezus van de omgekeerde wereld, waar ‘lachen zullen zij die wenen’.

Een lachende Jezus aan het kruis.

          Wie zich aan deze dwaasheid toevertrouwt

           al komt de onderste steen boven:

           die zal kreunen onder zorgen

           die zal vechten in’t verborgen

           die zal waken tot de morgen dauwt

           hij zal zijn ogen niet geloven.

 

Meindert Muller

 


TER OVERWEGING EN IN MEMORANDUM 21 feb 2021

 

In Memoriam

Maria Magdalena

Irmgard Brose

14 maart 1930 – 19 febr 2021

Uit naam van Jezus van Nazareth begroet ik jullie allen aan het begin van de 40 dagen tijd. (+)  Een mens te zijn op aarde is leven van genade, tot het moment gekomen is waarop een mens weer thuis mag komen bij God.

Vrijdagavond stierf op negentig jarige leeftijd Maria Magdalena, Irmgard Brose.

Ze heeft met ons hier het nieuwe jaar ingeluid op haar vaste plekje in het middenpad, naast haar vriendin Stance. Kort daarop werd ze ziek totdat ze een dag of tien geleden werd opgenomen in het hospice in Born. In de rust en de overgave die we van haar kennen sinds ze haar been moest missen, is ze overleden met goede vrienden aan haar zij.  

Maria Magdalena is uit onze gemeenschap niet weg te denken en zal zeer worden gemist. Om haar sprankelende open geest, haar wijsheid en gastvrijheid en de aandacht waarmee ze anderen tegemoet trad, oud en jong.

Jarenlang was ze actief in de doopgroep en volgde het beleid van de parochie en ook de SPD op de voet, ze deed graag mee aan het avontuur van de steppevieringen en in die laatste voor-corona jaren, aan de leesgroep mystieke teksten. Stance printte alles voor haar uit zodat ze beiden goed op de hoogte waren. Maria Magdalena was belezen en bereisd en wandelde heel graag.

Maar méér dan wie ze was voor ons, zal ze herinnerd worden om wat ze deed en betekende voor de vele vele kinderen aan haar zorgen toevertrouwd. Wees- en voogdij kinderen die ze op gedurfde en vernieuwende wijze uit het grote gebouw Abshoven haalde en huisvestte in heel gewone huizen in onze parochie zodat ze zoveel mogelijk als heel gewone kinderen konden leven en spelen en sporten. Samen met Jeu Dieteren en Mien van Lier is ze daarin van blijvende betekenis geworden.

We willen voor haar een kaars aansteken en die neerzetten bij de beeltenis van één van haar pupillen: Rosa van der Palen, die door Maria Magdalena nooit werd vergeten en voor ons het symbool werd van verdwenen kinderen waar ook ter wereld.

 Mag er zegen zijn voor jou Maria Magdalena. Wees bedankt.

Viering op de 1e zondag van de veertigdagentijd A

21 febr 2021 Vrangendael

“Maak geen beelden

Overdenking

Met de dood van weer één van de trouwe mensen uit onze gemeenschap zijn we feitelijk al in de woestijn terechtgekomen.

Zonder Carnaval te hebben kunnen vieren, en zonder askruisje, zijn we begonnen  aan de 40 dagentijd. Met Noach en Jezus gaan we een toekomst verkennen die onmogelijk lijkt. De één omringd door alleen maar water, de ander door alleen maar stenen en zand. En wij hier, nadrukkelijk omringd door lege stoelen.

Deze dag brengt ons naar een plek zonder bronnen, zonder beelden, zonder richting. We drijven stuurloos en moeten alles loslaten. Een eenzame plek waar je je jezelf tegen komt. Wie het boek “het zoutpad” heeft gelezen, die weet dat het mensen kan overkomen. Niet-wetend-hoe-nu-verder zetten we ongemerkt al de eerste stap en zongen een lied van Willem Barnard, zongen dat we zullen leven van genade, als mensen in wind en vuur”.

Niet levend van zekerheden en gewoonten dus. Niet terugvallend op rijke tradities en een hoop vanzelfsprekendheden. Maar open en zoekend als Jezus zelf, die vaak terugging de woestijn in, de berg op … en de tempel achter zich liet.

Wat moet jij loslaten om mee te kunnen gaan? Wat is het je waard om mee te gaan en net als Jezus te worden? En als je dat zou willen met heel je hart, met heel je ziel en al je krachten, wat staat je dan te wachten de komende 40 dagen, 40 weken, 40 jaren?

Laten we aan het begin van onze tocht in elk geval “ieder oordeel” achter laten.

       

Gebed voor in de woestijn

Bron van overstromende genade

levend water in de woestijn

zoekend zullen we vinden…

Leven van genade,

de handen open voor het niet-verdiende, het niet-verwachte

het bijna niet-herkende dat van elders komt en tussen mensen woont.

Laat je niet voorstaan op wat je allemaal weet en hebt en kunt, want het komt immers van elders.

Vergelijk niet, schep niet op, wees niet jaloers, zoek je spiegelbeeld niet.

Wil je luisteren met aandacht, als het hondje dat zijn baas hoort komen

en kijken met de intensiteit van het kindje dat aan de borst van mama

haar gezicht aftast?

Wil je niet het “heilige moeten” achterlaten en misschien zelfs de gehoorzaamheid?

Zou je niet nieuw willen worden, overspoeld worden, eenvoudiger, oprechter

en altijd vol barmhartigheid leven?

Je laten drijven lukt alleen als je bijna niets meeneemt.

Ingaan op het onverwachte dat van elders komt

lukt alleen als je helemaal geen plannen meer maakt

niet eigengereid bent, maar open als het kind.

De weg gaan van het niet weten en de verwondering

waar zal ons die weg brengen? En wie zullen we ontmoeten?

Vragen aan Noah en aan God ( bij Gen 9, 8-15)

Noah, mag ik je wat vragen in alle oprechtheid? Je wordt een man van God genoemd. Je bouwde immers je ark toen God dat van je vroeg. Je ging aan boord met je vrouw, je zonen en je schoondochters en van alle dieren nam je er twee mee. Je overleefde de grote tsunami, misschien wel de grootste ooit, die de Bosborus opende en de Zwarte Zee vulde en de bandkeramiekers op tocht deed gaan van de Zwarte Zee tot helemaal hier in onze streken. Het moet verschrikkelijk zijn wat er toen gebeurd is. Verschrikkelijk om een overlever te zijn van zo’n allesverwoestende ramp. Jij noemt het misschien “uitverkoren” …

Ik wil je vragen: Was er werkelijk geen plaats geweest op je boot voor meer mensen? Liet je ze gewoon aan hun lot over zonder te proberen hen te redden? Hoe kon je zo zelfgenoegzaam zijn? Wat is dat voor een God aan wie jij gehoorzaam zegt te zijn? Had je niet op hem in kunnen spreken om van zijn plan af te zien? Zegt het woord “barmhartigheid” je dan niets Noah?

Klopt het beeld wel dat jouw verhaal van God schept?

Zadel me niet op met dat soort gehoorzaamheid. Noem je kortzichtigheid en je egoïsme geen “redding”. Je hebt gewoon geluk gehad man, en ik weet niet of je het wel verdiende. Of je er wel recht op had…

Je verhaal vertelt dat God spijt had en beloofde dat hij “nooit meer” alle leven zou vernietigen.

Dat “nooit meer” klopt niet. De vernietigende kracht van de natuur is van alle tijden. Hoe zou zo’n vernietigende kracht ook van God kunnen zijn? Ik wil je wel vergeven dat je een verklaring zocht in alle ellende maar sorry Noah, je hebt ons opgezadeld met een Godsbeeld dat rammelt aan alle kanten.

Een God van de vrije wil zou nooit vragen om dit soort kadaver gehoorzaamheid.

Een God die het leven schiep, zou het nooit vernietigen.

Stel dat beeld van God maar bij Noah, er klopt niets van! Hoe gevaarlijk zou het niet zijn om te zeggen: dat Corona virus is Gods nieuwste plaag…. Hij straft alwie onrecht deed. Echt? Dat gelooft toch geen mens?

Nu bedoel ik jou, één van de dertig hier. Welk beeld heb jij dan van God? Waar komt dat beeld vandaan? Hoe lang sjouw je het al mee zonder er nog eens goed naar te kijken? Doet dat beeld God wel recht?

Kom, ga mee de woestijn in. Neem de tijd en de ruimte om je leven met God weer eens onder de loep te nemen in alle oprechtheid….


Vragen aan onszelf ( bij Mk 1, 12-13)

Zou jij het aandurven, de komen minuten, de komende 40 dagen te gebruiken om eens te kijken wat er nu gebeurt als we, net als Jezus en Franciscus, de woestijn in gaan. Een soort langdurig zenzitten met niks dan stenen waar je op stukloopt.

Zou je het aandurven eens na te denken over wat je dan tegenkomt en “satan” zult noemen.

Wilde dieren kom je er tegen. Schorpioenen, gieren, je eigen angsten, je schaduwkant, je ondeugden…. je onverzadigbare dorst … naar wat? Wat daarvan zul je kunnen aanvaarden en wat niet? Wat ga je veranderen? Wat laat je achter? Waar pieker je toch eindeloos over? Kom eens uit die tredmolen!

En als je dan engelen tegenkomt, hoe zien die er in jouw leven dan uit? Wat heb je van hen nodig? En wat als je ze zou zien als boodschappers van God? Wat zouden ze je te zeggen hebben?

Er is niks dan stenen, satan, wilde dieren en engelen…. de komende minuten…

   

Gebed uit de woestijn

Met welk woord zou ik recht kunnen doen aan de Ene?

Hoe het mysterie verwoorden dat geen mens kan begrijpen?

Hoe zou ik het kunnen uithouden in de woestijn

als ik geen beeld mag maken van engel en dier.

Hoe verder leven, dorstig en vol verlangen,

als er nooit een antwoord komt?

Maar wat kan ik anders dan verder gaan op het ingeslagen pad

rechtvaardigheid om mijn schouders geslagen,

mijn ogen bereid tot barmhartigheid

mijn hart sneller met vergeven als ik kan.

En als ik dat niet kan? Als er geen plek meer is om te staan, geen pad om te gaan?

Dan blijf ik maar daar, waar ik niet gaan kan

met open handen

bereid om te geven en te ontvangen

die overvloed van genade die mij toekomt en toch ontbreekt….

 

Marian Boselie

 


zond. 10 jan. 2021                          Jes.  55, 1-11  Mc. 1, 7-11

Doop van de Heer                                  Thema:         Met vuur gedoopt

Overweging

Beste mensen, we zijn het nieuwe jaar begonnen met een viering over hoop en vertrouwen. We werden uitgedaagd om goed te kijken of we het nieuwe dat God met ons begint al konden zien. Het rijk Gods begint immers klein en onbeduidend, maar het zal er komen en aan kracht winnen… Dat willen we geloven.

Bij het feest van de ‘Doop van de Heer’ klinkt er een andere tekst van Jesaja, maar diezelfde boodschap zit er ook nu weer in verscholen: het Woord van God zal niet vruchteloos terugkeren, maar Gods wil volbrengen en zijn zending vervullen… Zoals regen maakt dat de aarde weer groen wordt... Zoals beschreven in het lied: de steppe zal bloeien… God zegt: Kom maar, luister maar Mij en je zult leven. Al het andere – bedoeld zijn de afgoden (en die zijn er ook in onze tijd) – is surrogaat, waardeloos. Gods verbond met de mensen doet leven en de belofte is: het volk zal uit de ballingschap komen… Ballingschap kan vele vormen aannemen… Het kan zijn dat je letterlijk niet thuis kunt zijn, dat je niet in je eigen land kunt zijn. Als persoon of als volk. Maar onze huidige lock-down is ook een soort van ballingschap. Net als werkloosheid dat kan zijn. Of een periode van rouw na het verlies van een geliefde medemens.

De belofte van God zien we ook terug in de komst van de Messias, in de boodschap van het evangelie. De evangelielezing van vandaag behoort tot de eerste helft van het eerste hoofdstuk volgens Marcus. De eerste regel daarvan fungeert als opschrift. Er staat ‘Begin van de goede boodschap van Jezus Christus, Zoon van God.’

Een goede boodschap. Een blijde boodschap. Marcus begint niet met een geboorteverhaal, zoals Matteüs en Lucas dat doen. Nee, na die eerste regel gaat hij over op het optreden van Johannes de Doper, de voorloper van Jezus, en komen we meteen daarna bij de doop van Jezus. Waarom moet die, als hij toch de Zoon van God is, eigenlijk worden gedoopt?

Jezus wil zich vereenzelvigen met de mensen die zich daar laten dopen, die inzien dat ze zondig zijn. Duidelijker kan hij niet laten zien dat hij aan hun kant staat. Met daarnaast de stem uit de hemel tekent Marcus Jezus als iemand in wie God alle ruimte krijgt. Dat samen is de identiteit van Jezus.

Als iemand u vraagt om iets over uzelf te vertellen, wat is dan uw antwoord?

Het zal misschien wel afhangen van de situatie en de persoon die het vraagt, maar toch, wat vertelt u? Iets over uw werk of beroep, nu of vroeger, uw partner, kinderen, hobby’s? Uw geschiedenis? Woonplaats? Geluk of gezondheid? Politieke opvattingen? Uw idealen? Ook iets over uw geloof? Dat u christen bent? Of…? Wat beschouwt u zelf als uw identiteit? Wie bent u, wie ben ik als christen? Wat is de basis van uw en mijn leven?  Waar gaat het om, wat zijn belangrijke items, en wat zijn maar bijkomstigheden?

Gelovig zijn, christen zijn. In liefde God aanspreken als Vader, zijn Zoon Jezus proberen na te volgen en in zijn Geest leven. Wat dat betekent zal ieder zelf moeten ontdekken. Het is een zoektocht. Wat wordt er werkelijk gevraagd? Wat leeft er binnenin ons?

Kunnen we ondanks crises, pijn en moeilijkheden hopen…? Kunnen wij op God wijzen als de betekenis van ons leven? Kunnen we – op onze eigen manier en in onze eigen situatie - doen waartoe we zijn gezonden als gedoopte?

Sabine Nijland zegt het zo:

‘Gedoopt met vuur, ben ik geroepen mens te worden in de Geest van Jezus.

Een mens die opstaat tegen alle onvrede en onrecht,

een mens die zijn leven in dienst stelt van een menswaardig leven voor allen,

een mens die de humaniteit van God gezicht geeft.’

 

Elly Bus-Linssen

 


TER OVERWEGING 19 december 2020


Miste U iets in de eerste lezing? We sprongen van strofe 5 naar strofe 8 in de lezing van Samuel (2 Samuel 7). Maar wat staat er in de weggelaten regels?

Ik heb toch nooit in een huis gewoond, vanaf de dag dat ik de Israëlieten uit Egypte heb geleid tot nu toe! Al die tijd trok ik rond in tent en tabernakel. Overal heb ik met de Israëlieten rondgetrokken, en heb ik ooit aan een van de herders van Israël, die ik had aangesteld om mijn volk te weiden, gevraagd om voor mij een huis van cederhout te bouwen?

Raar eigenlijk dat we deze regels niet lezen. God is immers anders dan wij, hij hoeft geen tempel, geen huis, geen kasteel, geen paleis. Hij is best tevreden met een tent…

Maar: het is de mens die anders wil. De mens wil bouwen, of het nu huizen, tempels, paleizen of monumenten zijn.

Maar wil de mens dat uit eerbied voor God, of uit de drang om ‘iets na te laten’, wat weliswaar heel menselijk is, maar ‘dus’ weer weinig of niets met God te maken heeft? We weten allemaal dat het ’t laatste is. Zelfs die machtige, sierlijke, kwetsbare maar o zo mooie gotische kathedralen, die we niet zouden willen missen, of het islamitische Alhambra, de boeddhistische Borubudur of nabijgelegen Prambanan, allen zijn ze met name opgericht om de heersers die ze lieten bouwen te eren in plaats van de god of goden waarvoor ze bedoeld waren of zijn..

Zelfs Franciscus van Assisi vergiste zich in het begin van zijn roeping, toen hij het kleine kerkje van San Damiano ging restaureren, terwijl God hem riep nieuw elan te brengen in zijn gemeenschap van mensen, al was de bedoeling van deze kleine bescheiden man ongetwijfeld 100% oprecht en gespeend van ieder ego.. Maar hoewel het kerkje van San Damiano nog steeds een herinneringsmonument is (gelukkig maar!) is de beweging van soberheid en naastenliefde die Franciscus teweegbracht veel blijvender gebleken. Telkens opnieuw wordt hij (en in hem juist de Christus die hij probeerde na te volgen) als voorbeeld gesteld. Want wat hij deed en voorleefde was bijna onmogelijk.

Zo ook is het met Maria en de maagdelijke geboorte, die we over enkele dagen opnieuw herdenken. Een lijn van onwaarschijnlijke, of bijna onmogelijke geboort4es van Izaäk, Esau en Jacob, Jozef, Simson, Samuël en tenslotte Johannes de Doper, allen uit normale, zij het vaak menselijkerwijze veel te oude vrouwen geboren culmineert in de alles overtreffende trap: de maagdelijke geboorte van Jezus uit Maria, die door de Geest van de Allerhoogste werd overschaduwd. En dat overschaduwen klinkt wellicht minder mooi in een wereld die meestal naar zon verlangt, maar trekt een rechte lijn naar de tent van het verbond in Exodus, waar de tent werd overschaduwd door een wolk en het tabernakel werd gevuld met Gods majesteit. In Jezus heeft Gods majesteit zich opnieuw ten volle laten kennen. Dát gaan we vieren over enkele dagen…

Kerstmis lijkt een beetje op Pinksteren. Met beide feesten staat de Geest centraal, de Geest die mensen overkomt.  En op het moment dat dit gebeurt, verandert er iets, iets dat voor mensen normalerwijze niet kan. Mensen, apostelen, die bang in een kamer zitten worden mondige christenen vol zelfvertrouwen en een vrouw, een maagd die geen man heeft wordt moeder. De geest van God maakt het onmogelijke waar, voor wie er in gelooft. En dat geloven begint uiteindelijk bij jezelf. En als dat geloven waar en werkelijk is, kan veel, heel veel. Zelfs een parochiegemeenschap die oud is, krimpend en financieel bijna aan het einde van haar latijn, kan dan wellicht meer dan gedacht. Mét of zónder gebouw, want de Geest Gods kan ook in een tent wonen, hij heeft het zelf gezegd…

Nog is het nacht, zegt de wachter in het lied, maar de morgen komt… Maria, die vertrouwde daarop, zoals vrouwen en kinderen altijd weer dé tekenen van hoop en vertrouwen zijn, vaak tegen beter weten in..

Wat we gaan vieren is de geboorte van een kind. Maar eigenlijk vieren we het feitdat we ieder jaar opnieuw kansen kunnen en mogen pakken. Geloof, hoop en liefde, de mooiste woorden die er zijn, ontmoeten elkaar, samengebald in een klein kind. Hoe mooi….


Amen


Peer Boselie



TER OVERWEGING 14 november 2020


Een sterke vrouw, wie zal haar vinden. Wat een vraag, zou je bijna antwoorden! Kijk om je heen, zeker in Coronatijden. Zowat elke vrouw is sterk immers. Zie ze maar eens, de poetsvrouwen, de handen aan het bed, de moeders, de echtgenotes, de alleengaanden juist ook..  Vrouwen worden al eeuwen sterk veronachtzaamd, buiten, maar zeker ook binnen de kerk. Ook vandaag weer, ik werk er zelf aan mee zag ik tot mijn schrik, want de eerste lezing is een ingekorte versie, meer dan de helft is weggelaten uit de tekst. En dat terwijl het evangelie van de talenten over mannen gaat en er juist de uitgebreide versie wordt gelezen. Foei, zei ik tegen mezelf toen ik me dat realiseerde. Kijk wat vaker in de spiegel. En dat is precies wat we moeten doen natuurlijk, vaker in de spiegel kijken, niet die van glas, maar die van onze eigen ziel, ons geweten. Wát doen wij met de positie van vrouwen die we tegenkomen, wat doen wij met onze talenten.

In kerk en wereld kijken we te vaak op naar mensen die aan de top staan, maar hebben die ook de talenten? Soms wel, onmiskenbaar. Er zijn topondernemers, toppolitici, en topleiders in kerk en maatschappij die veel talenten hebben, er van overlopen zelfs. Maar helaas, zeer velen van hen combineren die talenten op financieel, politiek, maatschappelijk of religieus gebied met talent om machtsposities te verwerven, nóg meer geld binnen te halen, mensen van hun plek te duwen of beentje te lichten.

Een van de grootste verworvenheden van het Christendom is dat het woord talent niet (zoals in de bijbel)  in geld, zilver of goud is uit te drukken, maar in naastenliefde. De precieze waarde van de bijbelse talenten is discutabel, maar komt ongeveer overeen met de waarde van een tot zes jaarlonen per talent. Enorme bedragen dus. Maar het gaat in wezen bij dit verhaal van vandaag helemaal niet om de geldelijke waarde, het gaat feitelijk om naastenliefde. En naastenliefde kan nooit zonder eigenliefde. Als de liefde voor jezelf niet groot genoeg is, put je jezelf uit. Mooi, maar door de geestelijke en daardoor ook lichamelijke uitputting belandt in een burn-out en lijdt ook het lichaam. Je geeft daardoor uiteindelijk ook minder en minder aan je naaste. Het grootste talent is dus de balans vinden tussen jezelf wegschenken en jezelf behouden. Jezelf geven, oog hebben voor de ander en tegelijk jezelf spiegelen is een van de grootste talenten die je kunt hebben dus. Dat geldt  ook als we het groter zien, tussen je familie bijvoorbeeld, maar ook in de maatschappij in het algemeen. Dat betekent bijvoorbeeld dat de mensen die tijdens Covid-19 het zware werk doen fatsoenlijk betaald worden, en dat zijn zeker  de artsen, maar nog véél meer de (meestal) verpleegsters aan het bed, de analisten in de laboratoria (vaak ook vrouw) en de schoonmaaksters die alles hygiënisch houden. Maar wellicht meer nog dan dat, dat ze niet alleen nú waardering krijgen, maar ook als het later weer ‘normaal’ is.

Kijken we naar de wereld, dan zien we nu hoezeer behoefte is aan talenten. Talenten van rijk én arm, van man en vrouw en alles ertussenin. Talenten die de balans zoeken, die verbinden, die de wereld ‘helen’ in plaats van verdelen. We zien veel dictators, mannen bijna altijd. Daar macht tegenover zetten helpt zelden, oorlogen zijn het gevolg en armen, kinderen en vrouwen zullen weer de grote slachtoffers zijn.

Wat nodig is, is een sterk tegenwicht van zachte kracht. Sterke vrouwen hebben vaak die zachte kracht, die ik nu zie bij onder andere de regering van Finland (waar bijna de hele regering bestaat uit vrouwen nu!), IJsland, Noorwegen en Denemarken. Alle vier landen met vrouwelijke premiers. En, in dit bijzondere jaar en toevallig of niet, alle vier landen die in Europa de laagste aantallen coronadoden hebben per 1000 inwoners en dat is zo’n 5 tot 10 keer lager dan in Nederland en de meeste andere landen! In Nieuw Zeeland, een ander lichtend voorbeeld bij de bestijding van Corona, hetzelfde verhaal. Of daar een verband is weet ik niet, maar de heilige wijsheid heet Sophia en is ook een vrouw. Ik zie het ook bij de premier van Schotland, die tegen de schreeuwerigheid van Boris Johnsson haar rust bewaard en tegelijk haar standpunt voor een zelfstandig en wél in Europa functionerend Schotland daadkrachtig weergeeft. Geen revolutie, maar evolutie en daar staan vrouwen middenin!

Als we op deze dag van de armoede ergens hoop uit mogen putten is het dat vrouwen langzaam maar zeker daadwerkelijk tot de toppen van regeringen doordringen, zelfs tot de Verenigde Staten, waar ik deze keer overigens niemand hoorde over de ‘gevaar’ dat het land zou lopen met een katholieke president, de tweede pas in de geschiedenis van dat land.. Een sterke vrouw, wie zal haar vinden? De dochters van de heilige wijsheid (Hagia Sophia) heten Fides, Spes en Caritas. Geloof, hoop en liefde. Om mensen gaat het , dat ze tot hun recht komen is ons motto in deze parochie. Ik zie meer en meer vrouwen die minimaal hoop, liefde én mensen centraal stellen. Daarmee komen we al een heel eind! En de armen van deze wereld zullen daar blijer van worden dan van lege woorden.

Amen

Peer Boselie



TER OVERWEGING 24 oktober 2020


Mooi, deze teksten, al is met name de Eerste Lezing oppervlakkig gezien met het Evangelie in tegenspraak. Tegelijkertijd lijkt de Eerste Lezing in mijzelf wel wat los te maken. Kwam Gods toorn maar eens los over sommigen die alles wat ‘anders’ is de oorzaak vinden van tegenslagen. Zoals meerdere presidenten in de wereld vluchtelingen gebruiken als bliksemafleider en zondebok, of een politicus uit Nederland vreemdelingen de schuld geeft van het feit dat de ziekenhuizen weer vol liggen met virusslachtoffers. Het is moeilijk ook van deze presidenten of politici te houden, al is ook dát natuurlijk wel wat Jezus ons voorhield en voordeed..

Uiteindelijk begint en eindigt immers alles met onszelf, zoals Jezus feitelijk ook stelt.

De oproep in de Eerste Lezing is een oproep waar we elkaar én politici mee mogen confronteren, want het is een maatschappelijke tekst, waarin een gemeenschap alleen goed en gezond kan functioneren als dit soort regels wordt nageleefd: zorg voor weduwen en wezen, ga noodlijdenden niet uitbuiten, help mensen die zich in wanhoop tot jou richten. Dat soort zaken dóe je gewoon, denk aan de hulpvaardigheid die in ons land en elders telkens weer ontstaat als er een echte ramp is ergens op de wereld (al moet je er steeds meer PR en bekende Nederlanders tegenaan gooien tegenwoordig..). En dat God dreigt met hel en verdoemenis helpt niet bij dit soort macho’s als de regeringsleiders en politici waar ik zojuist over sprak, vrees ik. En of bidden wel helpt, weet ik niet, maar bidden dat aan hun barmhartigheid en wijsheid mag worden gegeven, kan nooit kwaad!. 

Maar ik wil hier liever geen getuigenis houden over dit soort negatief geladen mensen, ik wil proberen het verhaal over de Liefde voor God en elkaar zo ‘klein’ mogelijk te houden.

Daarbij helpt Jezus in het Evangelie gelukkig heel goed. Hij slaagt er in om de hele bijbel, met al zijn verhalen van God en mens, die honderden aanwijzingen, verboden en geboden, samen te vatten in twee korte zinnen. Het eerste gebod, God lief te hebben, wordt verbonden met het elkaar lief hebben zoals je jezelf lief hebt. Door het kernwoord ‘liefhebben’ als centraal woord te gebruiken, smeed Jezus liefde voor God en liefde voor elkaar onverbrekelijk aan elkaar. Hij lanceert een soort drietrapsraket, want beminnen doe je met heel je hart, met heel je verstand en met heel je ziel.

Met heel je hart van God als van mensen houden, met alle emoties die daar bij komen: gelukkig zijn, afzetten tegen, aantrekken, boos zijn, verdrietig zijn, een gevoel van verlatenheid hebben, onmisbaar zijn, het ‘voor lief nemen’, dat kan er allemaal bij horen.

Met heel je verstand houden van God als van een mens, rationeel, wetend dat Hij er is, of denkend te weten dat Hij er niet is, maar dan mens en wereld toch minimaal als groter dan zichzelf beschouwend.

Met heel je ziel, dat wat je levend maakt, dat wat je begeestert, dat wat je tot meerwaarde maakt voor jezelf, maar vooral ook tot meerwaarde voor je medemens, als spiegel van God, levend vanuit Jezus Christus en zijn heilige Geest.

Als we daadwerkelijk als voornaamste gebod zien ‘Gij zult de Heer uw god beminnen met heel uw hart, heel uw ziel en heel uw verstand’, net als Jezus dat doet én dat gebod verbinden met Jezus’ tweede gebod; ‘Gij zult uw naaste beminnen als u zelf’, dan wordt alles ‘geijkt’ aan deze woorden. Dan leven mensen vanuit de ander zonder zichzelf te verliezen. Het zal geen leven zijn van alleen maar lachen en vrolijk zijn, maar de pijn, het leed en verdriet zal anders voelen. Want we tekenen dan een gezamenlijk spoor in elkaars leven. En feitelijk doen we dan niets nieuws, want ieder groot geloof heeft zo’n ‘Golden Rule’, waarbij we worden opgeroepen om te leven vanuit de ander. We moeten het alleen nog doen. Laten we daarmee vandaag beginnen, of doorgaan als we al op de goede weg zijn!


Amen


Peer Boselie



TER OVERWEGING zat. 17 okt. 2020  1 Tess. 1, 1-5b  Matteüs 22, 15-2129e d h j A 

Thema:  Wat God toekomt

Ook de evangelielezing van dit weekend (Matteüs 22, 15-21) is nog weer onderdeel van de ontmoetingen die Jezus na zijn intocht in Jeruzalem heeft met zijn opponenten, de joodse leiders. Zoals ook de parabels en de discussies die de afgelopen weekenden zijn gelezen. Deze keer gaat het om leerlingen van de Farizeeën en Herodianen, die het gewoonlijk niet met elkaar eens zijn, maar nu samen vragen stellen, opdat Jezus minstens één van beide groepen tegen zich zal krijgen. Een politiek spel wordt er met hem gespeeld, en Jezus komt met wijze woorden glansrijk uit de discussie met de huichelaars tevoorschijn, waardoor de list om hem te ‘vangen’ mislukt. Hij zegt ook tegen ons: Geef aan God wat God toekomt…

Wat verstaan we daar eigenlijk onder? En wie, of misschien wel wat, is God voor ons?

Van wie zijn we, nu we in een gedeeltelijke lock-down, zoals dat zo mooi wordt genoemd, zijn terecht gekomen… Van het RIVM? Van de staat of Mark Rutte? Van onszelf? Van God?

Van wie is ons leven, ons kostbare leven? Van wie is alles (van waarde) wat we hebben, los van materieel bezit of geld? Ons leven, gezondheid, geluk, liefde? Wat hebben we waar we dankbaar voor kunnen zijn? En kunnen we vanuit die dankbaarheid iets terugdoen?

Paulus spreekt in de brief aan de Tessalonicenzen over: uw werkdadig geloof, uw onvermoeibare liefde en uw standvastige hoop op onze Heer Jezus Christus.

En in het ‘gebed om vergeving’ baden we: Ons geloof zou zo groot moeten zijn dat het bergen verzet, onze hoop zou een vurig vertrouwen op de goede toekomst moeten zijn, onze liefde zou een kracht moeten zijn die het aanschijn van de wereld vernieuwt, maar… de opmars van het Coronavirus drukt op ons. Het pakket aan maatregelen ook. En dan hebben we het nog niet over de migratie- en klimaatproblemen of misschien dichter bij huis, de veranderingen die in onze eigen parochie plaatsvinden…

Kunnen we – ook in deze tijd - vanuit alles wat goed gaat, er achter komen hoe we kunnen doen wat God toekomt? Kunnen we horen wat God van ons vraagt? Wat heeft dat te maken met de mensen om ons heen, met ons omgaan met Corona-regels, met de vluchtelingen die in Europa een plekje zoeken, met andere mensen verder weg…? Kan en wil ik horen als God mij roept?

In het onderstaande lied ‘Hoor. Maar ik kan niet horen.’ zegt Huub Oosterhuis:

Zou ik uw woord verstaan, ik moest uw wegen gaan, U volgen hier en nu.

Mogen onze oren open gaan, mogen wij als het ware opnieuw geboren worden, opdat we God geven, wat God toekomt…

Hoor  Maar ik kan niet horen - Huub Oosterhuis

Hoor. Maar ik kan niet horen.

Mijn oren dichtgestopt.

Mijn adem opgekropt.

Mijn hart van leegte zwaar.

Ik ben nog niet geboren.

Ik ben niet, ik. Niet waar.

Hoor. Maar ik wil niet horen.

Zou ik uw woord verstaan,

ik moest uw wegen gaan,

U volgen hier en nu.

Ik durf niet zijn geboren

en leven toe naar U.

Hoor, roept Gij in mijn oren

en jaagt mijn angst uiteen.

O stem door merg en been

verwek mij uit het graf.

Uw mens opnieuw geboren.

O toekomst, laat niet af.


 

Elly Bus-Linssen



Getuigenis gebedsdienst zaterdag 10 oktober 2020

bij Jes 25, 6-10a en Mt 22, 1-10

Waarom zou je buiten blijven als je wordt uitgenodigd voor een bruiloft of een feestmaal  met een heerlijke fairtrade slow cooked maaltijd, met eerlijk Livarvlees en  duurzaam verbouwde groenten en fruit en daarbij een biologische wijn zonder sulfiet!

Je zou toch gek zijn?

Blijkbaar krijgen we vandaag een uitnodiging die net zo moeilijk af te slaan is…

wat doen we ermee? Want de maaltijd waar we voor zijn uitgenodigd is een symbool voor iets anders, een uitnodiging voor iets anders… Ik wil even stil blijven staan bij de beweging die de tekst maakt.

Binnengaan of  buitenblijven dat is de keuze uit het evangelie. En de consequenties zijn nogal heftig. Die toon kennen we niet van Jezus. Het spant er blijkbaar om… Wat vraagt hij van mensen op de drempel?

De buitenkant, de verwachtingen en meningen, de conventies, de waarde en de zin van de dingen laten zijn wat ze zijn en naar de binnenkant gaan met alle aandacht en trouw die je kunt opbrengen. Naar de diepte, de bron, de uiteindelijke waarheid van het leven dat je leeft, de mens die je bent geworden, de keuzes die je maakt. Naar binnen… Niet toedekken, niet lacherig afdoen, niet voor lief nemen.

Los van je gewoonten, niet langer eigenwijs. Naar binnen…

Of in het beeld van de eerste lezing: naar boven gaan, de berg op  waar je een goddelijk uitzicht zult vinden gehuld in zonlicht. Zó hoog dat je arenden beneden je ziet vliegen…

Waarom zou je in het dal blijven, in de schaduw, in de engte, gevangen in gemak of angst of gewoonte?

“Lang geleden, voor Corona bestond” (zoals onze Owen van vijf laatst zijn verhaal begon)  was ik deel van een kleine maar fijne leesgroep. We lazen samen allerlei teksten uit de Christelijke mystieke traditie waaronder een klein boekje uit de 12e eeuw , dat “De wolk van niet-weten heet”.

Het boekje zegt dat er een wolk hangt tussen God en de-mens-die-zoekt, en dat het bijna onmogelijk is om door die wolk heen te breken naar een ontmoeting met God. Dat lukt, volgens de anonieme schrijver van het boek,  in elk geval niet door kennis van welke aard dan ook, en zelfs niet door een leven van ascese en gebed, al kan dit je wel voorbereiden op zo’n kort en zeldzaam moment van ontmoeting met God. Wat nodig is, is een volgehouden aandachtig verlangen naar het liefste, het hoogste, De liefste… Een verlangen voortdurend en scherp gericht als de pijl in de boog.

“Niet-weten” heeft in de spiritualiteit niks te maken met kennis, niet met een artikel uit het zaterdagse bijvoegsel van de Trouw dat je niet gelezen hebt, niet met welke vorm van overdraagbare en verifieerbare kennis -  maar met de diepste grond, de laatste waarheid van ons mens-zijn. Geen handen vol twijfel meer. Geen verwijt, geen onmacht maar een nabije God die zichzelf onthuld.

Verborgen God zongen we, laat je toch vinden …

Het mooiste ervan is misschien die laatste regel, want misschien is het niet God die zich verbergt, maar zijn wij het zelf, die de ene stap van buiten naar binnen niet kunnen zetten….  want die éne stap die we moeten doen,  is een stap: wég van onszelf  ---  weg van onszelf Nabije, naar jou toe.

Wég van onszelf. Dán is God ons nabij. Dan wordt de sluier weggenomen.

In het evangelie is die nabije God als een koning die ons uitnodigt voor de bruiloft van zijn zoon, waarin we makkelijk Jezus invullen.

Over de bruid wordt niet gesproken, dat zou jij kunnen zijn, of jij! of zelfs ik!

Zo’n bruiloft, feestelijk en plechtig, waarop je een gelofte aflegt, niet helemaal wetend waaraan je je verbindt, en na drie jaar, twintig, veertig, vijftig jaar een vermoeden begint te krijgen zonder dat alle vragen en alle verwondering ooit verdwijnt.. van wat deze gelofte voor deze mens in houdt…of het nu een kloostergelofte of een huwelijksgelofte is… ik denk dat voor bij hetzelfde geld: het mysterie van die ander openbaard zich niet gemakkelijk…

We keken deze week een oude aflevering van “De verwondering” waarin Déseanne van Brederode vertelde hoe ze, na een heftige huwelijkscrisis,  uit het dal langzaam de berg opklom en de sluier werd weggenomen. Doordat ze geen genoegen nam met voor de hand liggende antwoorden en door haar boosheid en verdriet heen de liefde wilde redden kon het gebeuren dat ze groeide naar inzicht…. Ze las een stukje tekst voor van Augustinus . Een prachtige tekst die ik tot slot wil voorlezen. Je vindt hem dankzij Hans afgedrukt op het blaadje. En u zou hem op YouTube kunnen opzoeken straks waar hij gezongen wordt door Trijntje Oosterhuis in een vertaling van haar vader Huub.

Veel te laat heb ik U lief gekregen,

o schoonheid zo oud en toch zo nieuw.

Veel te laat heb ik U lief gekregen.

Binnen in mij was U

en ik was buiten,

en dáár zocht ik U.

Lelijk als ik was,

stortte ik mij op de mooie dingen die Gij gemaakt hebt

U was bij mij, maar ik was niet bij U!

Die dingen hielden mij ver van U verwijderd;

en toch zouden ze niet bestaan

als ze niet in U bestonden.

Toen hebt U geroepen en geschreeuwd

en mijn doofheid doorbroken.

Geschitterd en gestraald hebt U

en mijn blindheid verjaagd.

Een heerlijke geur hebt U verspreid;

en diep ademde ik die in

en nu snak ik naar U.

Ik heb U geproefd en sindsdien

dorst en honger ik naar U.

U hebt mijn hart geraakt,

en het is ontvlamd

in verlangen naar Uw vrede.

Marianne Boselie

 


TER OVERWEGING zat. 3 okt. 2020 Jesaja 5, 1-7  Matteüs 21, 33-43

27e d h j A  Thema: Recht en onrecht

Twee citaten, de slotzinnen van elk van de lezingen:

1 De Heer ‘hoopte op recht, maar Hij zag onrecht,

Hij zag geen betrachting, maar verkrachting van recht.

en

2 ‘Het koninkrijk van God zal gegeven worden aan een volk dat de vruchten van het koninkrijk voortbrengt.’

Teksten van toen…

En dan is de vraag aan ons om daar iets mee te doen, om ze te verbinden met ons eigen leven. Om er van te leren.

Zo zouden we kunnen zeggen:

          De Heer hoopte op recht, maar hij zag de nood van de vluchtelingen op Lesbos.

          De Heer hoopte op recht, maar hij zag onverschilligheid m.b.t de klimaatproblematiek.

          De Heer hoopte op recht, maar hij zag racisme, ook in Nederland.

          De Heer hoopte op recht, maar hij zag hoe sommige mensen lak hebben aan de                       Coronamaatregelen’

Wat Jesaja zag in zijn tijd, is ook bij ons actueel. Het ‘doen van recht’ zal in het klein moeten beginnen, bij onszelf, in onze geloofsgemeenschap, in ons land.

En als dat niet zo gemakkelijk is, dan zouden we misschien kunnen denken aan Franciscus van Assisi, wiens feest we dit weekend vieren. Franciscus is in zijn leven op zoek. Hij breekt met zijn rijke familie en gaat een andere weg. Godzoeker is hij, net als wij soms in onze tijd. Hij kijkt daarbij naar wat essentieel was in het leven van Jezus. We kennen Franciscus als dierenvriend, maar als we het geheel van zijn leven goed overzien, dan draait dat om meer: om danken, dienen en dragen, om geduld en nederigheid, om vrede en echte vreugde. Bij hem is er opgetogenheid te midden van beproevingen. En dat zijn andere beproevingen dan het moeten houden van anderhalve meter afstand…

Van Jesaja en Franciscus maak ik met u een sprong naar de parabel in het evangelie. Jezus is, na de intocht in Jerusalem, het verhaal van Palmzondag dus, in debat met mensen uit het volk, zijn leerlingen zijn er ook bij en dan voegen ook de hogepriesters en de oudsten zich bij de groep. Jezus is met hen in discussie over zijn bevoegdheid en dan vertelt hij enkele parabels. Het evangelieverhaal van dit weekend (Mt. 21, 33-43) is er één van. De gang van zaken in de parabel past Jezus toe op de joodse leiders onder zijn toehoorders. Die hebben het laten afweten, en daarom zal het koninkrijk van God voor anderen zijn…: voor de mensen uit het volk, de leerlingen of wellicht zelfs de tollenaars en hoeren die zich onder zijn gehoor bevinden. Dat is voor de Schriftgeleerden onverteerbaar, en het conflict wordt steeds groter. U weet waar het eindigt…

Maar nu naar onze tijd terug. Want voor ons gaat het natuurlijk om de rol die we zèlf spelen. Over recht en onrecht in onze maatschappij, in onze wereld gaat het. Is ons handelen in overeenstemming met onze ideeën over een christelijke levenshouding? Het gaat er niet om, om in naam bij de groep christenen te horen, of netjes naar de kerk te gaan, maar om een christen te zijn in doen en laten… Als we telkens opnieuw kijken wat we zelf kunnen doen, dan levert dat die vruchten van Gods koninkrijk op waar Matteüs over spreekt…!

 

Elly Bus-Linssen

 


TER OVERWEGING zat. 12 sept. 2020 Wijsheid van Jezus

Sirach 27,30 – 28,7 Matteüs 18, 21-35

24e d h j A Thema:  Vergeven? Onbeperkt, altijd opnieuw

De Zweedse auteur Ann Heberlein schreef een biografie over de filosofe Hanna Arendt. Daarover stond afgelopen dinsdag een artikel in Trouw met de titel: Soms is het moreel fout om te vergeven. Als schuld onophefbaar is, mag je daar geen eind aan maken. Denk aan de Holocaust…

Vergeving kan alleen in een relatie. Maar soms kan het voor iemand beter zijn om de relatie niet aan te gaan en onverschillig te blijven en zo zichzelf te beschermen, zo meent de schrijfster. Zij heeft zelf te maken gehad met een verkrachting, haar ervaring is dat onverschilligheid naar de dader toe haar helpt om met de herinnering daaraan om te gaan.

Vergeving is volgens de algemene opvatting het iemand niet meer kwalijk nemen van een ernstige daad. Deze daad overtreft het gewone en is iets waarvoor gewoon even sorry zeggen niet afdoende is. En dan zegt Jezus in het evangelie van vandaag dat je zeventig maal zeven maal moet vergeven. Onbeperkt en altijd opnieuw vergeven.

Kan dit wel?  Of misschien moet je zeggen: Wanneer kan dit? En wanneer kan ik dit?

In de parabel staat de eerste heer, de koning, voor God: een hele grote schuld (tienduizend talenten) wordt de dienaar kwijtgescholden.

God vergeeft ons – we krijgen heel veel ruimte -  dan moeten wij zeker vergeven als ons iets (kleins) is aangedaan.  De dienaar zelf, in het tweede deel, geeft zijn mede dienaar die ruimte niet, hij is onverbiddelijk, die honderd denariën moeten betaald worden. Er is benauwenis.

Hoe komt dit voor in ons eigen leven? Allemaal maken we fouten, hebben we te maken met misverstanden, met mensen die ons niet liggen, met mensen die andere meningen of gewoonten hebben. Hebben wij bij iemand iets goed te maken? Daar begint wat we kunnen doen. Bij degene die het slachtoffer is. Is er iemand die ons iets heeft aangedaan? Wat is dan mogelijk? Vergeven kan in principe alleen gebeuren door degene die iets is aangedaan. Maar als dat niet kan, dan komt God in beeld. Mild, barmhartig, genadig, lankmoedig en goedertieren, zo is God, zo zegt psalm 103. God is geduldig en liefdevol.

Maar vergeving wordt verdiend met vergeving, dat bidden we ook in het Onze Vader.

Er in onze parochie veel veranderd. Het is een moeilijke tijd, sommige mensen zijn het niet met elkaar eens. Er is veel onzekerheid: de corona ontwikkelingen en maatregelen, andere priesters, de toekomstige samenwerking met andere parochies, de vergrijzing van onze parochianen en noem maar op. Hoe gaat het verder? De meningen zijn verdeeld over hoe we vieren op zaterdag en zondag en dat is moeilijk – misschien is hier ook mildheid nodig, ruimte en begrip naar elkaar toe. Zou het thema van vandaag ons verder kunnen helpen…?

 

Elly Bus-Linssen

 


Ter Overweging 29 aug 2020

 

Er zijn veel levensvisies en dat al duizenden jaren zo. Kort door de bocht en wat te ongenuanceerd een korte samenvatting:

De stoïcijnen bijvoorbeeld meenden bijna 2,5 duizend jaar geleden dat het ‘t beste was om het leven te nemen zoals het was, zowel het goede als het slechte. Dat klinkt op zich goed, maar in hun ogen was alles al tevoren vastgelegd, mensen hadden geen invloed op het leven. Door onthechting kwam men tot aanvaarding en innerlijke vrede, zo was de gedachte. Een soort predestinatie dus.

Bij het boeddhisme, vaak zo positief gezien en inderdaad een overwegend vreedzaam geloof, is de kern van het hele leven lijden. De oorzaak daarvan: onvervulde verlangens. Door meditatie en zelfverloochening is het mogelijk de vlam van de kaars van verlangens uit te blazen. Als er geen verlangens meer zijn, zal er ook geen lijden meer bestaan.

Plato gaf ons weer een ander advies. Hij stelt dat de wereld waarin we leven een schijnwereld is. Voorbij dat leven is het echte leven, waartoe je je kunt verheffen.

Het evangelie van dit weekend toont dat het christendom wezenlijk anders naar het menselijk bestaan kijkt, al zijn er als je het negatief wil zien, soms ook sporen van bijvoorbeeld predestinatie te zien of van het misbruik maken van een leven na de dood om mensen hier en nu klein te houden. Toch, Jezus vraagt van ons geen stoïcijnse onthechting, geen boeddhistische zelfverloochening en ook geen Platonische verheffing. Maar wat hij dan wel vraagt is ook niet simpel. Neem je kruis op! Lijden dat tot geluk leidt is een van de vele paradoxen die het christelijk geloof kent: we moeten arm worden om rijk te zijn bij God, we moeten sterven om echt te kunnen leven, de eersten zullen de laatsten zijn, gelukkig zij die vervolgd worden en tenslotte: wil je gelukkig worden, neem dan het kruis op je schouders, volg Jezus’ voorbeeld. Dat hoeft niet letterlijk, zoals sommigen in bijvoorbeeld de Semana Santa doen in onder andere Spanje of de Philippijnen, maar wil je echt gelukkig worden, zoek het dan niet in aards genot, aanzien, macht of eer!

Lastig, want willen we dat niet allemaal een beetje? En wanneer is genot, aanzien, macht en eer méér dan een welverdiend schouderklopje zo nu en dan, of een wel degelijk verdiende onderscheiding?

Petrus wordt door Jezus hard aangepakt. Of eigenlijk misschien ook niet. Want het is niet Petrus die wordt aangevallen, maar dat in hem wat maakt dat hij Jezus blind wil volgen, terwijl Jezus mensen nodig heeft met open oog en oor, die achter hem staan in plaats van in de weg lopen. Want dat betekent Satan letterlijk min of meer: dwarsligger. En Jezus heeft bewust deze Petrus, die meermaals laat blijken hoe  menselijk hij is (gewoon door menselijke fouten te maken), als zijn fundament gekozen. Dat doet Jezus expres denk ik, om te tonen dat we als kerkgemeenschap bestaan uit feilbare mensen en alleen sámen deze wereld kunnen ‘heiligen’, met Petrus als voorbeeld. En soms, soms stijgen feilbare mensen boven zichzelf uit. Ik stel u er één van voor uit onze eigen dagen en onze eigen Limburg:

In april gingen we, midden in Corona-tijd, op bezoek bij Lei. Lei, professor in Heerlen, Nijmegen en Sao Paulo. Priester van ons bisdom, die ons veertig jaar geleden trouwde als studenten van de HTP, leermeester van leven én kerkhistorie, doopvader van onze kinderen, pastor van studenten, koordirigent die ons biddend leerde zingen én daarna humorvol en open ontving en trakteerde op zijn eenvoudige kamer, die in zijn vakanties ging doceren in Brazilië, graag spelletjes deed, fietste tot op zijn oude dag en zo veel meer. Hij was dit jaar 60 jaar priester en Corona ontnam hem de mogelijkheid van een welverdiend feest, waarop vele oud-studenten uit alle windstreken hem zouden komen fêteren. Wij gingen hem, op gepaste afstand tóch even fêteren, in zeer kleine kring, een ‘inpandige picknick’ in zijn sobere appartement in Heerlen. Ook Lei heeft zijn portie lijden gehad, in zijn dagelijks leven in een moeilijke tijd in de wereldkerk, in het bisdom en in zijn persoonlijk leven. Vandaag deden we hem uitgeleide, 84 jaar oud.  De liederen die we zouden zingen bij zijn feest met Pasen zongen we ook nu, want het is zijn Pasen!

Lei was wetenschapper, maar was ervan overtuigd dat we allen ook uiteindelijk maar ‘tuinkabouters’ zijn vergeleken met Jezus. In hem herkennen wij, Marianne en ik, maar ook mensen als Melanie Broos en Fons Litjens, allen oud-studenten van de HTP, een stukje Jezus, zoals hij uit de teksten vandaag naar voren komt. Lei was zeker van zichzelf en van zijn geloof, ik heb bij hem nooit de twijfel van Jeremia bespeurd, hoe begrijpelijk die twijfel ook is en hoe herkenbaar bij zovelen. Maar ook Lei was verscheurd. Verscheurd door zijn liefde voor de kerk als gemeenschap van mensen, en voor zijn liefde voor het instituut kerk, waar hij desondanks en tegen zijn wil mee in de knel zat. Verscheurd ook door zijn gewilde en bevestigde keuze voor het priesterschap en de nooit gewilde eenzaamheid die dat óók met zich meebracht. Hij wilde niet uit de kerk noch uit het priesterschap en gíng er ook niet uit, maar worstelde wel met Gijsen en andere hardliners. Hij probeerde te laveren en vanuit mensen denkend, maar Jezus’ voorbeeld in het  oog houdend, daar het beste van te maken. Dat probeerde hij ook over te dragen en daar zijn wij en enkele honderden pastores in binnen- en buitenland hem dankbaar voor. Zonder hem te hebben gekend zijn via deze pastores vele tienduizenden beter of nóg beter begeleid. Door zijn voorbeeld van het goede leven vóórleven in plaats van het ene zeggen en het andere doen, is uiteindelijk zijn leven van groter betekenis geworden dan het oppervlakkig gezien lijkt. Hij hoort tot de mensen over wie nog vele jaren na zijn dood gesproken zal worden omdat hij groter was dan het leven zelf.

In hem werd het evangelie van vandaag waar, want liefde bij Jezus heeft niets te maken met oppervlakkige sentimenten, maar met meewerken aan het geluk van je naaste (en dat is ieder om je heen, ook die vervelende collega of buurman). Want uiteindelijk is kwaad met goed vergelden de meest duurzame manier om onze wereld daadwerkelijk beter te maken…

 

Peer Boselie

 


TER OVERWEGING zat. 22 aug. 2020 Jes. 22,19-23  Matteüs 16, 13-20

21e d h j A Thema:  De sleutels van het Rijk der hemelen

Sleutels. Ik heb er een heleboel. Van bij mij thuis natuurlijk, van onze auto en van het huis van mijn moeder. Van allerlei ruimtes bij Op de Bies, waar ik ook werk. En een hele bos van onze parochie: van de deuren van de verschillende ingangen van de kerk met een zgn. druppel om het alarm uit te zetten, van het parochiehuis, het parochiecentrum, van een extra hangslot, van de communiekast en van de kluis. Ik kan overal in. Dat is een praktisch iets, noodzakelijk om hier te kunnen werken. Het is echter niet alleen iets praktisch. Zo’n bos sleutels gaat gepaard met een bepaalde daaraan gekoppelde verantwoordelijkheid. 

En dan zegt Jezus bij de evangelist Matteüs dat hij de sleutels van het Rijk der hemelen aan Petrus zal geven. Wat betekent dat? In de lezing uit het boek Jesaja krijgt Eljakim de sleutel van het huis van David op zijn schouders gelegd. De sleutel van het huis van David: teken van waardigheid maar tevens een grote verantwoordelijkheid en macht.

Matteüs heeft bij het schrijven van zijn evangelie vast aan deze tekst in het boek Jesaja gedacht. Hij wil duidelijk maken dat Petrus, hoewel hij ook soms brokken maakt, op grond van zijn geloof een heel belangrijke plek heeft. De sleutels die Petrus krijgt toegezegd, verwijzen naar moreel gezag: binden en ontbinden gaat over de bevoegdheid om te oordelen wat is toegestaan en wat is verboden. Maar… het is ook goed om deze evangelieperikoop in verband te zien met de rest van het evangelie en zo wat hier geschreven is een beetje te relativeren. Want we zullen volgende week horen dat Petrus niet echt beseft wat hij eigenlijk heeft gezegd. Zijn beeld van de Messias klopt niet met het levenspad van Jezus.  Nog een reden om de volmacht inzake ethische kwesties te relativeren is dat deze later in het 18e hoofdstuk van het Matteüs-evangelie ook aan de andere leerlingen worden toebedeeld. In feite zelfs aan alle latere volgelingen…  Ook aan ons, als we innerlijk willen afstemmen op wat God wil. Dat is overigens geen eigen verdienste, het is iets dat je ontvangt… Maar, wie werkelijk gelooft in Jezus, wie in zijn leven met de daarbij horende toewijding en ernst handelt en beslist, wordt sleuteldrager en kan de deur van het geloof voor anderen openhouden.

Geloven en geloof overdragen aan anderen is niet iets dat puur theoretisch alleen met woorden gebeurt. Juist helemaal niet…  Geloof en moreel gezag is veel sterker als het gebaseerd is op en zichtbaar is in het geleefde leven van degene die spreekt. Als christen zijn we alleen geloofwaardig als we proberen te helpen. Wie beseft wie Jezus echt is, probeert te dienen en te geven en lief te hebben… Hoe? Wat kunnen we in de praktijk van ons leven doen? Een gift naar giro 555 voor de mensen in Beiroet... Zelf zorgen voor minder CO2 uitstoot vanwege het klimaat door te besparen op energiegebruik (want elke eenheid elektriciteit of warmte die we besparen hoeft niet te worden opgewekt)... Ondertekening van een petitie van PAX of Amnesty International... Een telefoontje of een kaartje, gewoon echte belangstelling en een luisterend oor… Rekening houden met Corona-risico’s vanwege mensen met een kwetsbare gezondheid…

Er zijn allerlei manieren en vele hiervan zijn nodig. Dan is het Rijk der hemelen ook hier op aarde te zien. Laten we allemaal zoeken naar de sleutels die vandaag daarvoor nodig zijn en ook sleuteldrager worden.

 

Elly Bus-Linssen

 


Ter Overweging 15 augustus 2020

  

Onze Godelieve en haar Kevin verwachten half september hun eerste kindje. Zwanger zijn in Corona tijd brengt voor de aanstaande moeder veel spanning mee. Weten, dat als je ziek wordt, je niet op je buik gedraaid beademd kunt worden, is beangstigend. Maar er was meer:  reizen met het openbaar vervoer was lang niet mogelijk, papa kon niet mee kan naar de vroedvrouw voor de echo, en de laatste weken is er de grote vraag: wát als de baby ziek zou worden! Liever maar geen bezoek de eerste maand…

Alsof een zevenkoppig monster het kindje zou kunnen weggrissen…

Veel zwangere vrouwen dromen zeer levendig en gevaar speelt in die dromen uiteraard een grote rol. Je voelt je heel verantwoordelijk voor dat groeiende, kwetsbare wezentje en zo hoort dat ook te zijn.

Dat wordt allemaal nog versterkt als er een genetische afwijking in de familie rondwaart, als er een IVF behandeling nodig was om zwanger te kunnen worden, als er financiële problemen zijn of de aanstaande vader al van het toneel verdwenen is. Om nog maar niet te denken aan de situatie waarin vluchtelingen en asielzoeksters verkeren.

In het mythische verhaal dat we als eerste lezing hoorden staat heel veel op het spel. Eigenlijk staat álles op het spel. Het kwetsbare goede dat wordt belaagd door het ultieme kwaad. ´Zoals zo vaak, zoals in alle tijden en overal gebeurd….” Sommige elementen in dat verhaal zijn trouwens veel vreemder dan de zevenkoppige draak waarbij je meteen denkt aan de zeven doodzonden: hoogmoed, hebzucht, wellust, jaloezie, vraatzucht, woede en laksheid. Er zijn draken genoeg in onze wereld die worden gekroond met macht. En er zijn draken genoeg in ons eigen leven waartegen we vechten zonder dat we er de term “doodzonde” nog aan koppelen.

Het is een vreemd verhaal en daarom wilden Marina en ik juist daarbij eens stilstaan.

Wat te denken van een God die in de hemel troont en niet in staat is iets te doen. Híj is het niet die redt, maar als het bedreigde kind bij hem gebracht wordt vindt het bij God wel toevlucht. Wie er wel “redt” is niet duidelijk, het moeten dan wel engelen zijn… in welke gedaante dan ook.

We leren gaandeweg afstand doen van het beeld van een Almachtige God die op voorspraak van Maria of een andere heilige ons lot ten goede kan doen keren, en accepteren, meer en meer, het beeld van de machteloze God die niet kan ingrijpen maar meelijdt met elke mens in nood…. Er simpelweg bij blijft… Een beeld dat ná de Holocaust zijn intreden deed. En al zullen er in onze westerse wereld minder en minder mensen zijn die de Voorspraak van een heilige verhopen, toch blijven we kaarsjes aansteken…. want omgaan met machteloosheid is verschrikkelijk moeilijk.

Maria heeft voor velen de rol van Voorspreekster en Middelares. Als niemand redden kan, dan kun je bij haar je toevlucht zoeken. Ze is moeder geworden, heeft haar kind verloren en kan dus alle leed begrijpen. Ze staat er niet boven, maar middenin het lijden-en- leven als ervaringsdeskundige. En als je veel verdriet hebt, is iemand die het begrijpt veel waard. Ach…

Op onze afbeelding staat ze dan in een uiterst hoekje gedrukt, die vrouw die “het goede” zal baren, zou willen baren en bedreigd wordt. En ons voorbereidende gesprek draaide om die, in het hoekje weggedrukte, vrouw die dadelijk naar de woestijn gevoerd zal worden waar voor haar een plaats is bereid…. Tjonge: het mannelijke kind op de troon van God, de barende vrouw de woestijn in. Opzij. In een hoekje van de geschiedenis, in een hoekje van de kerk, in een hoekje van de keuken tot voor kort. Kleingehouden, kleingemaakt, met een laag zelfbeeld en veel talenten die niet aan bod mogen komen. Emancipatiegolven, goed onderwijs en een groeiende arbeidsmarkt hebben dat veranderd, maar lang niet overal in de wereld en ook niet in alle lagen van onze samenleving. En zéker niet in onze kerk!

Vindt u het niet vreemd dat dit verhaal gelezen wordt op het feest van Maria Hemelvaart?

-Met dat zeer vreemde en laatste dogma leek er in 1950 recht gedaan te worden aan haar, maar is dat zo? Want aan wie wordt recht gedaan?  Aan de vrouw die haar sexualiteit op zij zet om Gods wil te doen. Aan de vrouw die zelfs door haar bijzondere zoon opzij wordt geduwd: “Wat is er aan u en mij vrouw?” horen we in Kana en in Kafarnaüm: “Wie is mijn moeder, wie zijn mijn broers? Degenen die de wil doen van mijn Vader!”

De kerk heeft de gehoorzame, gewillige, zwijgzame, eeuwige maagd verheven en tot voorbeeld gesteld. Zó kan ze geen kwaad.

En terwijl onze pastoraal werkster goed geschoold, ervaren en  beschikbaar is werd ze de afgelopen maanden opzij geschoven door een priester die de mis komt lezen.

Eén generatie pastorale werkers en het is al weer voorbij. Hoeveel moeite ze zich ook getroost hebben om te studeren en te werken met een gezin erbij. Om zichzelf te bewijzen en tegelijk bescheiden te blijven. Omdat ze anders, niet geaccepteerd zouden worden. Natuurlijk de mannelijke pastor en leek is evenmin geaccepteerd, maar hen stond de weg open van diaken en velen zijn die weg gegaan. Zo konden ze tenminste preken, dopen, huwen en begraven…

Zeker weten hadden de eerste christengemeenten vrouwelijke diakenen, maar hun namen zijn weggemoffeld. Ach….

Het duurde tot 1970 voordat Theresia van Avila en Catharina van Siëna als eersten  tot kerklerares werden uitgeroepen en intussen is die eer ook te beurt gevallen aan: Theresia van Lisieux.

Nee, in onze kerk maak je als vrouw nog altijd de meeste kans als “maagd en martelares”.

Soms vraag ik me af hoeveel goeds zou er door de eeuwen heen door vrouwen gebaard is / had kunnen zijn?

Het gedicht van Gabriël Smit dat we straks horen zegt het: de kamers liggen vol stof en de tuin is verwilderd…. Heilig Maria, sta ons bij

 

Marianne Boselie

 


TER OVERWEGING zat. 11 juli 2020       Jes. 55, 10-11  Matteüs 13, 1-9

15e d h j A    Thema:         Gods woord vruchtbaar?   

God heeft het eerste woord…

Dat woord horen of lezen is één ding. Maar dat wat er staat, dat wat Jezus zegt ook toelaten, geloven en in je opnemen, het geheim proberen te begrijpen en te leven, zodat het rijk van God dichterbij komt, dat is heel wat lastiger. Kunnen we dat, op de één of andere manier?  

Verantwoordelijkheid nemen voor onszelf en anderen, voor hoe de wereld zal worden, met ogen en oren die openstaan voor wat mensen vandaag overkomt? Is er zachtheid en warmte, licht en liefde in ons… of anders gezegd, is er een goed stukje grond in ons hart?

Jezus spreekt in gelijkenissen, in voorbeelden die dicht bij de ervaringen van de toehoorders staan. En hij legt zijn leerlingen nog een keer extra uit wat de parabel van de zaaier betekent…

Als je wel hoort wat ik zeg, maar het niet snapt, dan ben je als zaad dat op de weg valt en wordt opgegeten door de vogels.

Als je mijn woord wel hoort, en er blij om bent, maar bij het geringste al afgeleid bent en het dan vergeet, dan ben je als zaad dat op de rotsen valt en geen wortel kan schieten.

Als je mijn woord wel hoort, maar het niet onthoudt door je eigen zorgen of drukke werkzaamheden dan ben je als zaad dat tussen de distels valt en wordt verstikt.

Als je het wel hoort, het begrijpt en ernaar leeft dan ben je als zaad dat op goede grond valt. De opbrengst is dan groot. Honderdvoudig, zestigvoudig of dertigvoudig zegt het evangelie…

Het is wel een zaaier van niks, die beschreven wordt… Wie gooit zijn goede zaad toch op de weg, op de rotsen of tussen de distels? Of gaat het er juist om dat ons duidelijk wordt dat er toch altijd ook wel zaad op goede grond terecht komt? Zou God het stukje goede grond in ons weten te vinden, zodat we toch iets begrijpen van wat Jezus zegt en van wat hij doet en het niet vergeten, maar vasthouden om vanuit te leven…?  Zodat het zaad van Gods rijk toch vruchten oplevert? Mogen we daar optimistisch over zijn? Welke vruchten zouden dat kunnen zijn in onze tijd? Wat zijn de zaadjes die bij ons goede grond zouden moeten vinden? Hoe kunnen wij meewerken aan dat koninkrijk van God…?

In de voorbereiding van de zaterdagdienst spraken we – nadenkend over een voorbeeld van dat meewerken aan Gods rijk in onze tijd - over racisme, over vreemdelingen en vluchtelingen. Racisme is ook in onze maatschappij niet zo ver weg als we soms menen. Er zijn bijvoorbeeld bij de Belastingdienst op dit punt echte fouten gemaakt. Maar ook wie zich nergens van bewust is kan op dat punt toch andere mensen kwetsen. Daar moeten we het wel met z’n allen over hebben... Opdat racisme aan het licht komt en bestreden kan worden... En opdat we leren hoe we dit beter kunnen doen, hoe we elkaar werkelijk recht kunnen doen.

Elkaar recht doen… Ook in de gewone omgang met elkaar hier in de parochie is dat al niet gemakkelijk. Ook los van onze huidskleur zijn we allemaal andere mensen, met verschillende karakters, een andere achtergrond en geschiedenis. We zijn door onze ervaringen gevormd en dragen onze eigen kwetsbaarheid met ons mee. We leven in bepaalde omstandigheden, zijn armer of rijker aan geld, aan geluk, aan gezondheid, aan mensen die om ons geven, dan sommige anderen. Het is niet allemaal eerlijk verdeeld, en toch zouden we elkaar gelijk moeten behandelen. Maar hoe doe je dat? Het is niet vanzelfsprekend…

Het evangelie van vandaag wil ons laten nadenken over ons eigen gedrag, over onze eigen bereidheid om te groeien in naastenliefde, in respect voor andere mensen, in alles wat Gods rijk op deze aarde dichterbij brengt. Daar gaat het om, dat Gods woord op die manier vruchtbaar wordt…

 

Elly Bus-Linssen

 

naar de vorige pagina ...